Wouda is bevlogen en vernieuwend

nieuwe zwemcoach | Met Marcel Wouda krijgt het Nederlandse zwemmen een perfectionist aan het roer die door schade, schande en volharding groot en wijs is geworden.

Amper twee maanden na het debacle van Rio de Janeiro zijn de belangrijkste vacatures in het Nederlandse zwemmen ingevuld. Nadat eerder oudgediende André Cats was aangesteld als technisch directeur van de KNZB, is Marcel Wouda een logische keuze als verantwoordelijke voor de nationale zwemselecties.

Wouda (44) was de enige zwemcoach die met opgeheven hoofd terugkeerde van de Olympische Spelen. Het evenement dat hem als zwemmer vooral teleurstellingen opleverde, heeft hem als trainer tot kampioenenmaker gemaakt. In 2008 leidde hij Maarten van der Weijden naar goud tijdens de olympische zwemprimeur in open water. In Rio was hij verantwoordelijk voor gelijkwaardig succes van Ferry Weertman en Sharon van Rouwendaal.

Daarmee staken de resultaten voor de Copacabana glanzend af tegen de mislukkingen in het 50-meterbad verderop in de Braziliaanse stad. Wat eens als olympische medaillefabriek van Nederland gold, bracht slechts vier finaleplaatsen voort en geen prijzen. Dat was voor het eerst sinds de Olympische Spelen van 1992.

De in Rio gevierde Wouda weet uit ervaring wat zo'n dieptepunt betekent, hij deelde destijds in Barcelona zelf ruimschoots in de treurnis. Toen hij zich een half jaar later had hervonden, concludeerde hij in deze krant: "Je investeert in een mensenleven, zo'n uitspraak klinkt zo zielig. Daar heb je weer zo'n topsporter die het zo moeilijk heeft. En ik heb het helemaal niet moeilijk. Ik ben een perfectionist. Ik train graag hard en veel, ook na al die jaren. Het is heerlijk om je lichaam in vorm te brengen. Hoe dichter je bij de echte top komt, hoe aantrekkelijker dat wordt."

Wouda was toen pas 21 jaar, gold op basis van zijn bevlogenheid en talent als potentiële winnaar, maar tikte nooit als eerste aan. Talrijk waren de blokkades als de druk het hoogst werd, zoals vier jaar later tijdens de Olympische Spelen in Atlanta die hij als een geestelijk wrak verliet.

"Ik ken mijn eigen kracht kennelijk nog niet", zei hij na die zoveelste ontluistering. Volhardend bleef hij zoeken, waarbij hij tot in Amerika onder de zwaarste omstandigheden werkte en speurde naar nieuwe trainingsvormen. Pas in 1998 werd de zoektocht van de 2.03 meter lange zwemmer beloond op een van de zwaarste onderdelen, de 200 meter wisselslag. Als eerste, en nog altijd enige, Nederlandse wereldkampioen bij de mannen. Dat hij daarbij in Perth enkele minuten voor de finale met zijn hand klem was komen te zitten in een ventilator, bleek geen hindernis meer voor de eindelijk ontbolsterde belofte.

In het licht van het voorgaande is het niet verwonderlijk dat Wouda als coach vooral succes boekte in het open water, het domein waar op het gebied van tactiek en opoffering het uiterste wordt geëist. Daar kan hij van zijn zwemmers de offers vragen die hij zelf graag wilde brengen.

Wouda kwam met nieuwe inzichten, die zijn pupillen een beslissende voorsprong gaven. Zoals de noviteit van de lange drinkstok tijdens de olympische succesrace van Maarten van der Weijden in 2008, de training met een zelfgefabriceerde aantikplaat die in Rio voor Weertman uiteindelijk beslissend bleek en de ijsbaden waarmee hij Linsy Heister (wereldtitel 2010) aan het koude Canadese zwemwater liet wennen.

Zijn aanpak verklaart ook de mislukte samenwerking met zwemdiva Ranomi Kromowidjojo in een periode dat zij minder gemotiveerd was. De olympisch kampioene, groot geworden onder de naar Australië vertrokken levensgenieter Jacco Verhaeren, oordeelde al snel dat er 'geen klik' was, en de aanpak van Wouda te saai.

Een soortgelijk gebrek aan bevlogenheid binnen het Nederlandse zwemmen was eerder zijn voorganger Joop Alberda opgevallen. De troubleshooter was als coach van de olympische volleybalkampioenen uit 1996 totale overgave gewend. Binnen het zwemmen verbaasde hij zich erover, dat de luxe omstandigheden waarin werd getraind zelfs door jonge talenten als vanzelfsprekend werden beschouwd. De cultuurverandering die Alberda beoogde, botste met de oude structuren. Vlak voor de Spelen werd hij het slachtoffer van het wantrouwen en de verdeeldheid die uiteindelijk ook een grauwsluier legden over de olympische prestaties in Rio.

Het leidt nauwelijks twijfel dat met de brede ervaring en kennis van Wouda de cultuur in het 50-meterbad zal veranderen en daarmee een zekere rust zal terugkeren. De verantwoordelijke voor het nationale trainingscentrum (NTC) van Eindhoven zal gaan samenwerken met een oude bekende. Onder voormalig bondscoach André Cats (chef de mission van de paralympiërs in Rio) zette hij begin deze eeuw zijn eerste schreden als coach. De gisteren als verantwoordelijke voor het NTC in Amsterdam aangestelde Mark Faber bouwde de afgelopen acht jaar onder supervisie van Cats aan een succesvolle zwemstructuur binnen de paralympische sport. Zijn zwemploeg won in Rio 21 medailles.

In het kort

Als coach boekte Marcel Wouda tot nu toe vooral succes in het olympische open water

Als zwemmer is Wouda nog altijd de enige Nederlander met een wereldtitel

Samenwerking met Ranomi Kromowidjojo mislukte

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden