Wortels?

Mijn wortels? Hoeveel wortels kan een mens hebben? Is het de plaats waar iemand bij toeval geboren wordt, is het de plek waar je je jeugd doorbrengt of heeft het te maken met je identiteit...

Ik ben geboren in een Amsterdams ziekenhuis, maar of daar nu mijn wortels liggen. Ik ben opgegroeid in Slotervaart. Daar zouden mijn wortels kunnen liggen, maar ik heb er niets meer mee. Het is daar zo anders dan ik mij kan herinneren, dat het net zo goed op een andere planeet kan zijn. Toch heb ik daar een fijne jeugd gehad; met liefdevolle ouders, leuke scholen en veel ruimte om buiten te spelen. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig.

Daarna heb ik nog op veel andere plekken in Amsterdam gewoond en vele plekken elders in het land. Overal heb ik misschien een worteltje achtergelaten. Vroeger dacht ik dat Amsterdam mijn stad was. Ik kende de stad in al haar geuren en kleuren. De wijken, de grachten, de pleinen, de straten, steegjes en hofjes. Ik had er mijn jeugd, mijn vrienden en bekenden. Ik ging er ’s weekends op stap en naar Ajax in De Meer. Mijn stad. Heer en meester. Als ik er nu terugkom vliegt het me naar de strot. De smeerlapperij van junks, dealertjes, illegalen, straatrovers en jengelende straatmuzikanten. De horden toeristen. Je weet niet eens meer in welk land je zit. De mensenmassa’s van de Nieuwedijk en de Kalverstraat, waar je over de hoofden kunt lopen of ongewild meegesleurd wordt in willekeurige richting. De duizenden exotische eettenten en vetschuren, maar nergens fatsoenlijke Hollandse kost. De stad die altijd open ligt. Met als voorlopig hoogtepunt de langgerekte wond die ooit eens de Noord-Zuidlijn moet worden.

De vriendschappen die ik er had in mijn jeugd zijn verwaterd tot op zijn best vage kennissen. Leuk als je ze even ziet, maar meer ook niet. Ik voel me er als een toerist. Ik bezoek in het centrum de plekken die er nog zijn waar ik vroeger ook kwam. Ik loop doelloos door de stad en wordt langzaam duizelig van de haastige mensenmassa, de fietsers, taxichauffeurs en trams. Ik besluit me te laten vollopen in oude stamkroegen en rook tussendoor nog uit nostalgie een joint in mijn oude coffeeshop. Uiteindelijk ontvlucht ik zat en verward de stad langs dezelfde route als ik gekomen ben. Op de terugweg eet ik nog snel een smerige en veel te dure pizzaslice of een Big Mac. Gewoon omdat ik zo snel mogelijk de eerste de beste trein wil hebben.

Nee geen wortels meer in die stad. Toch zit Amsterdam me in het bloed. In de stad waar ik tegenwoordig woon zien de mensen mij soms als zo’n botte westerling die zijn zegje altijd klaar heeft. Het accent wordt er zelfs nog herkend, terwijl ik vind dat ik redelijk ABN spreek. En, altijd goed voor een beetje afschuw en ontzetting van mijn medemens, blijf ik altijd zeggen dat ik Ajacied ben. Ik zeg soms zelfs trots dat ik een Amsterdammer ben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden