Worstelen met de generaal pardonner

Moet een generaal pardonner snel aan het werk, desnoods aan de lopende band? Of krijgt hij gelegenheid zijn studie af te maken? Het maakt nogal uit waar hij terecht is gekomen, want geen twee gemeenten voeren hetzelfde beleid.

Exact 101 generaal pardonners telt Ede. Zestien kinderen, 85 volwassenen. Zes maanden lang zijn ze door de gemeente begeleid bij het vinden van een huisarts, de inrichting van hun woning en het invullen van de vele papieren. In de gemeente Hengelo kunnen alle 194 pardonners aanspraak maken op een jaarabonnement op de Twentsche Courant Tubantia, gratis zwemlessen en korting op schouwburgkaartjes. Wie met zijn verblijfsvergunning in Emmen neerstrijkt, heeft die voordelen niet. Op de vraag of er voor de 193 pardonners speciale regelingen zijn, antwoordt een woordvoerder van de gemeente: „Nee.”

Als één ding opvalt uit het onderzoek van deze krant naar de leefsituatie van de pardonners, is dat geen twee gemeenten hetzelfde beleid hanteren.

Na juni 2007, toen de pardonregeling officieel van kracht werd, waaierden de gelukkigen uit over Nederland. Rotterdam (2430 pardonners) en Den Haag (1416) waren het meest in trek als vestigingsplek, vooral vanwege de vele goedkope huurwoningen in die steden. Een taskforce, onder leiding van Ed Nijpels, moest ervoor zorgen dat gemeenten al deze mensen ook een woning aanboden. Ze kregen voorrang op andere vluchtelingen en op al langer wachtende autochtonen. Na twee jaar had 91 procent van de 27.700 ex-asielzoekers een eigen voordeur. Een deel van de integratieklus was geklaard. Nu nog inburgeren en een baan.

Trouw onderzocht de stand van zaken in de 36 grootste gemeenten van Nederland; daar woont de helft van de totale pardongroep.

De resultaten laten zien dat de integratie van de generaal pardonners over het algemeen gestaag vordert. Van alle pardonners leven er nog ongeveer 7600 van een bijstandsuitkering, duizend minder dan een klein jaar geleden. Circa zevenduizend pardonners hebben een betaalde baan, al dan niet gesubsidieerd door de gemeente. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA, sociale zaken) verwacht ’dat dit aantal de komende jaren zal stijgen’. „Wel heeft de economische crisis ook voor deze groep gevolgen”, zegt ze.

Op 1 april 2008 schreef toenmalig staatssecretaris van sociale zaken Ahmed Aboutaleb aan de Tweede Kamer, dat de pardonners bij hun integratieproces ’extra aandacht’ verdienen. Hij was zich bewust van de traumatische ervaringen die deze mensen mee naar Nederland hadden genomen én van de lange periode dat ze hier werkloos aan de kant hebben moeten zitten. „De afstand tot de arbeidsmarkt is erg groot. Er mag geen kostbare tijd verloren gaan.” Het adagium luidde: ’Van pardon naar werk’.

„Wij staan positief ten opzichte van het snel aan het werk helpen van pardonners”, zegt Annemiek Bots van het landelijk bureau van Vluchtelingenwerk. „Veel gepardonneerden waren gemotiveerd om na jaren wachten en onzekerheid een nieuw leven in Nederland op te bouwen en aan de slag te gaan. Het is belangrijk daar op in te gaan. Maar de arbeidstoeleiding moet uiteraard wel maatwerk zijn.”

Dat maatwerk, zeggen ze bij Vluchtelingenwerk, is meer dan het vinden van een baan. De integrerende pardonner moet zoeken naar huisvesting, beginnen met inburgeren. Hij moet bijleren en diploma’s halen, opvoeden en schulden afbetalen. Daarnaast spelen er gezondheidsproblemen. Mensen die hebben zitten piekeren en verpieteren in het asielzoekerscentrum, kunnen dat niet allemaal alleen, zegt Bots. „Ze hebben hulp van gemeenten nodig. We krijgen signalen dat dit nu nog vaak te weinig gebeurt.”

Het maakt voor de pardonner nogal uit waar hij terecht is gekomen. In Rotterdam is 80 procent van de werkplichtige pardonners naar een baan begeleid, veelal gesubsidieerd. Vergelijk dat met Almelo waar slechts 10 procent werk heeft, of met Groningen (15 procent). In het hoge noorden zijn blijkbaar andere prioriteiten gesteld, want ze scoren daar wel een plek in de top-5 met een hoog percentage geslaagde inburgeraars. In Groningen werken, zo blijkt uit cijfers van de gemeente van eind vorig jaar, in totaal 44 pardonners. 247 leven er van een bijstandsuitkering. Volgens het hoofd van de afdeling inburgering Janneke de Lange heeft een groot deel psychotraumatische problemen. Ook die groep is arbeidsplichtig, maar de gemeente heeft geen doelen gesteld. De verwachting dat zij uit de bijstand te halen zijn, is klein. „We willen hier dat iedereen uiteindelijk op een leuke manier participeert”, zegt De Lange. „Dat kan heel basaal zijn, met vrijwilligerswerk bijvoorbeeld. Maar dat traject kan lang zijn. Dit is een groep die extra tijd en aandacht nodig heeft.”

Uit een overzicht van de gemeente Almelo blijkt dat 37 pardonners die eigenlijk zouden moeten werken een bijstandsuitkering krijgen. ’Een enkeling’ heeft een baan gevonden. Hoeveel precies, weet de gemeente niet.

Almelo kent geen aparte aanpak van de pardongroep, maar schrijft alle bijstandsontvangers in bij het gemeentelijk reïntegratiebedrijf Fusion. De resultaten voor de pardonners zijn mager te noemen. Een gemeentewoordvoerder wijt dat voor een deel aan de arbeidsmarkt. „Almelo loopt altijd voorop met werkloosheidscijfers.” Wat ook meetelt, zegt Monique Vogel van Vluchtelingenwerk Overijssel, „is dat de diplomawaardering over het algemeen veel lager uitvalt dan in het thuisland. Dat is zeer demotiverend. De kansen voor iemand die zeven of acht jaar uit het arbeidsproces is geweest, die boven de veertig is en de taal niet voldoende beheerst, zijn niet erg groot.”

Gemeenten worstelen met meerdere opdrachten. Behalve het beroep op de bijstand zo klein mogelijk maken, moeten de meeste pardonners ook verplicht inburgeren. Volgens het ideaal van minister Eberhard van der Laan (integratie) vindt de inburgering op de werkvloer plaats. „Dat is goed voor werknemer, werkgever, de klanten en de samenleving.”

Er zijn gemeenten die daar naar luisteren, zoals Lelystad. Die gemeente biedt zogenoemde ’duale trajecten’ aan. Pardonners krijgen scholing, inburgerlessen en kunnen werkervaring opdoen bij een bedrijf, legt unitleider inburgering René Koldenhoven van de gemeente uit. Die periode kan tot achttien maanden duren. „Twee mannen werken momenteel in de werkplaats van een fietsenwinkel. Kijk, daar heeft iemand over een half jaar ook nog wat aan. Als we iemand gelijk patat laten bakken, weten we zeker dat we hem vroeg of laat terug in de bijstand zien”, vertelt Koldenhoven.

Wethouder Lenie Scholten zegt dat de gemeente Nijmegen ’vanaf dag één’ met de pardonners bezig is geweest. Ook hier zijn duale trajecten ingekocht bij reïntegratiebedrijven. Het is de bedoeling dat pardonners inburgeren en tegelijkertijd aan werk worden geholpen. De tussenstand: 110 pardonners geslaagd voor het examen (40 procent van alle Nijmeegse inburgeraars) en 52 aan het werk. Nog 117 zitten er in de bijstand. Wethouder Scholten is „best trots dat er al zoveel mensen een baan hebben.” De aanpak van Nijmegen werkt, zegt ze.

Het is opvallend dat tussen gemeenten nagenoeg geen overleg is over welke benadering van deze specifieke groep daadwerkelijk de beste is. Zo kennen Den Haag en Amsterdam alleen algemene reïntegratietrajecten, waar inburgering geen deel van uitmaakt. In beide steden moet een fors deel van de inburgeraars nog beginnen met de cursus: in Amsterdam 31 procent, in Den Haag 26 procent. Volgens woordvoerders is dat te verklaren doordat pardonners een inburgeraanbod weigeren, ze nog op een intakegesprek moeten komen of pas kort geleden in de gemeente zijn komen wonen.

Nog meer grote verschillen: in Dordrecht, Enschede en Groningen zijn, volgens cijfers van de gemeenten, alle inburgeraars op cursus. In Eindhoven moet eenderde nog beginnen en in Almelo bijna de helft. Voor minister Van der Laan is dat geen reden tot ongerustheid. Een woordvoerder zegt dat dit ’een normale situatie lijkt’ en wijst erop dat inburgeraars 3,5 jaar de tijd hebben om het examen te halen.

De Wet Werk en Bijstand biedt gemeenten de vrijheid te bepalen of zij vluchtelingen toestaan met behoud van uitkering te studeren. Al in 2006 riep Henk van Hoof, toen staatssecretaris van sociale zaken, de gemeenten op om hier ruimhartig mee om te gaan. Uit opgave van de gemeenten blijkt nu dat in ieder geval Almelo, Amsterdam en Maastricht hoogopgeleide pardonners die mogelijkheid niet bieden. Andere gemeenten stellen voorwaarden. Zo is in Den Haag doorstuderen in principe mogelijk, maar er vindt geen ontheffing van de arbeidsplicht plaats.

Kees Bleichrodt maakt zich druk over de verschillende benaderingen van gemeenten. Hij is directeur van UAF, een stichting die hoog opgeleide vluchtelingen in Nederland (financieel) helpt verder te studeren. Bleichrodt bekritiseert gemeenten die pardonners te snel dwingen om eenvoudig productiewerk te laten doen, of als schoonmaker aan de slag te gaan. „In veel gemeenten gaat talent verloren. Pardonners vallen na een tijd gedemotiveerd uit”, zegt hij.

Vluchtelingenwerk vat het beleid van gemeenten die kiezen voor ’de kortste weg naar werk’ samen als ‘grote stappen, snel thuis’. „Onze ervaring met de middelgrote steden is dat die het over het algemeen beter doen, dat ze meer hun nek durven uit te steken en maatwerk leveren.”

Verschillende gemeenten bezweren dat dat gewenste ’maatwerk’ wel degelijk wordt geleverd. Zo zegt wethouder Lenie Scholten van Nijmegen dat voor iedere pardonner is onderzocht wat zijn of haar kansen op de arbeidsmarkt zijn. „We merkten dat er behoorlijk veel mensen in het geboorteland hoog zijn opgeleid. We kijken echt wel naar hun bagage.”

Ze geeft een voorbeeld van een kinderarts, die in Nijmegen anderhalf jaar bijscholing kreeg met behoud van zijn uitkering. „Deze man had op zijn terrein arbeidsperspectief”, zegt Scholten. „Maar vaak genoeg is dat er niet. Dan zal die pardonner toch echt ieder passend werk moeten accepteren.”

Collega-wethouder Martine Visser van economische zaken uit Almere zegt: „Natuurlijk is het belangrijk dat iemand op niveau werkt en daarom eerst kan studeren. Maar er moet wel een reëel arbeidsperspectief zijn. Werk gaat boven uitkering.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden