Worrell: verdwijnen Sportjobs funest voor werknemers

UTRECHT - Als burgemeester van de plattelandsgemeente Woudrichem haalt Joop Worrell doorgaans alleen de lokale pers. Als lid van de Tweede Kamer wist de PvdA'er met sport in zijn portefeuille vaak moeiteloos de landelijke media te mobiliseren. Dat was in de hectische tijd waarin het parlement zich intensief met de toen noodlijdende bedrijfstak betaald voetbal bezighield. De saneringsoperaties van de jaren zeventig en tachtig brachten voortdurend tongen in beweging.

Zodra hij onrecht vermoedt, wil Worrell nog steeds graag verbaal ontploffen. We zitten op het kantoor van de BWS, de Bond van Werknemers in de Sport, in Utrecht, alwaar de burgemeester in zijn vrije tijd met de voorzittershamer zwaait. Buiten is het arbeidsbureau op loopafstand. Binnen slaat Worrell nog net niet met de vuist op tafel. Maar met directeur Ton Friederichs constateert hij dat met het opheffen van Sportjobs een kwart eeuw arbeidsbemiddeling de nek wordt omgedraaid. Waarom? Omdat de WOS (werkgeversorganisatie in de sport), IOS (de Interprovinciale organisatie sport) en NOC-NSF handjeklap spelen. Ze wilden de luis in de pels kwijt, en nu het CBA, het centraal bureau arbeidsvoorziening (geliëerd aan het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid) de geldkraan heeft dichtgedraaid, is de stok om Sportjobs te slaan, gevonden. Oordeelt Worrell. De provinciale sportraden gaan de arbeidsbemiddeling overnemen; precies zoals de situatie tot pakweg tien jaar geleden ook was. Directeur Ben Verkerke van NOC-NSF zegt dat verdwijnen van het instituut hem aan het hart gaat, maar laat tussen de regels doorlezen dat de BWS geen krokodillentranen moet huilen. Sportjobs is er in zijn optiek onvoldoende in geslaagd een draagvlak bij de sportbonden te creëren. “Ik ben nu twee jaar en acht maanden in dienst van NOC-NSF. Meer dan twee jaar praat ik over Sportjobs. We kunnen niet blijven aanmodderen en zaken blijven opschuiven en uitstellen. We wilden helderheid over het voortbestaan van Sportjobs. Die hebben we onvoldoende gekregen, en dan houdt het verhaal een keer op.”

Een stukje geschiedenis: ruim twintig jaar geleden begonnen de provinciale sportraden bestanden van werkgevers en werkzoekenden bij te houden. Her en der werden stichtingen in het leven geroepen - het eerst in de provincie Groningen en de stad Utrecht - die als formele werkgever optraden van (professioneel) technisch kader voor de verenigingen. Een kleine tien jaar geleden groeide de behoefte de arbeidsvoorzieningen landelijk te coördineren. Die vraag werd mede ingegeven door een wetswijziging waardoor arbeidsvoorzieningenbeleid per sector (in dit geval dus de sport) mogelijk zou zijn. NOC-NSF stond met de andere participanten IOS, BWS en WOS aan het kraambed van het borelingske, dat vanuit de couveuse een ongewisse toekomst tegemoet blikte. Er was 'niets'. Dat wil zeggen: er was know-how, er was een kaartenbak en er waren werkzoekenden. Er was echter geen geld. “De financiering was op dat moment volstrekt onduidelijk,” zegt BWS-directeur Friederichs. “Maar de oprichting en de taak van Sportjobs zijn ook niet afhankelijk gesteld van de financiering.”

Die geldschieters kwamen er wel: voorop het CBA en het ministerie van (nu) VWS, gevolgd door NOC-NSF. Door bezuiningingen viel het CBA vorig jaar als inkomstenbron weg. Later bleek het bereid tot eind 1997 een bijdrage van drie ton te leveren, mits de 'sport' in gelijke mate in het project zou participeren. Aldus geschiedde. In een brainstormsessie, waaraan onder anderen Verkerke, Rob de Vries (directeur sportzaken van VWS) en Ruud Vreeman (ex-Tweede Kamerlid voor de PvdA, thans burgemeester van Zaanstad), deelnamen, werd het belang van Sportjobs onderkend. “In 25 jaar hebben we normalisering van de arbeidsverhoudingen in de sport bewerkstelligd,” zegt Friederichs. “Het is laagdrempelig. Verkerke zei nog dat hij het zo belangrijk vond dat NOC-NSF er geld voor over had. Later bleek dat niet beschikbaar te zijn. NOC-NSF had het er niet voor over, omdat de achterban niet geïnteresseerd was.” Terwijl de noodklok werd geluid, tekenden de partijen een convenant waarin ze afspraken een laatste poging te zullen ondernemen Sportjobs alsnog te laten voortbestaan. Uiterlijk 30 augustus zou een beslissing worden genomen. Die viel in het nadeel van het arbeidsbemiddelingsbureau in de sport uit.

Verkerke: “Een van de diagnosepunten is dat Sportjobs er niet in geslaagd is draagvlak bij de bonden te creëren. Die bleken te weinig van het bestaan op de hoogte. Dat kan allerlei oorzaken hebben, maar primair moet je zoiets jezelf aantrekken. Ik zeg het niet verwijtend, maar constaterend. Hoe dan ook, in zo'n positie is het moeilijk om te zeggen: Ga maar door.”

Worrell vindt dat de grootste sportkoepel, en in haar spoor de grootste sportbond van het land, de KNVB, zich er niet zo gemakkelijk van af kan maken. “Wanneer de voetbalbond uitroept dat ze haar leden er niet toe kan bewegen twee ton te geven aan Sportjobs, dan zeg ik: Dan moet je uitleggen waarom dat wel moet. En dan praat ik als de Joop Worrell van heel vroeger. Toen ik in de Kamer zat, vond ik al dat een departement voorwaarden moet stellen aan subsidiëring. Het NOC ontvangt veel inkomsten uit subsidies. Er gaat daar ook veel geld rond in het arbeidsvoorwaardenbeleid. Dan kan het niet zo zijn dat het zomaar hier en daar een knop omdraait.”

Worrell is er van overtuigd dat de werknemer de dupe wordt van het handjeklap tussen WOS, IOS en NOC-NSF, die (indirect) als werkgever optreden. WOS en NOC-NSF zijn in ieder geval twee handen op één buik. Beide organen hebben dezelfde leden. Het NOC beroept zich er weliswaar op dat zij niet bemiddelt voor commerciële organisaties, maar neemt aan de andere kant wel deel in bijvoorbeeld Lerf, de landelijke erkenningsregeling fitness; zeg maar de commerciële sportscholen en fitnesscentra.

Sportjobs heeft zijn territorium voor een deel naar de commerciële dienstverlening in de sport verlegd. Dat geldt voor vier op de tien banen, waarvoor ze bemiddelt. Het past in het tijdsbeeld. Veel beoefenaars zien de vereniging als een supermarkt waar je bij de kassa afrekent voor een potje sport. Een commerciële sportschool is duurder, maar tal van mensen denken daar meer kwaliteit aan te treffen. En ze worden er niet 'lastig' gevallen voor het opknappen van vrijwilligersklusjes. “Los daarvan is arbeidsbemiddeling in de sport een proces dat moeilijk in beweging is te krijgen,” weet Joop Worrell. “We hebben de zorg uitgesproken dat niet gereguleerde arbeidsbemiddeling tot een grote mate van uitbuiting leidt. Het is bepaald geen gelopen race. Ik heb er ook mijn twijfels over of het ministerie van sociale zaken wel zo'n heldere blik heeft op de arbeidsbemiddeling.”

In de sport, waar veel vrijwilligers 'werkzaam' zijn, bestaat een groot schemergebied tussen betaalde en onbetaalde arbeid, tussen verzekerde en onverzekerde werkers. “Het gaat er niet om de hele wereld te verbeteren,” zegt Worrell, “maar is er toch niets op tegen contractbemiddeling aan voorwaarden te verbinden? De WOS heeft er belang bij Sportjobs om zeep te helpen. In een brief aan NOC-NSF doet de IOS (die in feite de arbeidsbemiddeling gaat overnemen, WOS en NOC steken daar zes ton in - red) alsof er geen vakbond meer is. In de dienstensector zou dat onmiddellijk tot stakingen leiden. Maar de sportsector is slecht georganiseerd. Er zijn er veel die hier en daar een paar uren hebben. Ze zijn zo zwak als de mikmak.”

Friederichs, directeur van een vakbond van 1450 leden, vreest voor de rechtspositie van de professionele werkers in de sport. “De sportservice-instellingen van de provinciale sportraden vervullen een werkgeversrol. Die gaan zich niet druk maken om de arbeidsvoorwaarden, zeker nu er geen sociale partner meer is. Ik ken genoeg voorbeelden van verenigingen die minder betalen dan het minimumloon. Terwijl er een keiharde afspraak ligt met de WOS dat degenen die namens de sportraden bij verenigingen werken, onder de CAO sport vallen.”

Worrell: “Het is ondenkbaar dat ze een vakbond zomaar aan de kant schuiven. Sociale zaken en VWS kunnen zich dat als subsidiegevers ook niet laten welgevallen. Waar ik echt boos om ben, is dat de sport wordt weggesluisd. Ze hebben al die tijd poppenkast zitten te spelen. Het project Sportjobs moet beëindigd worden om het geld anders te besteden. We hebben een missie te voeren. Dat Sportjobs er niet goed opstaat bij de werkgevers kan ik me voorstellen. We zijn ook niet de gezelligste jongens als we vragen hoe het met de rechtspositie zit. Je kunt van de vakbeweging toch niet verlangen dat ze verslechtering van de positie van de werknemer nastreeft?”

Onzinnig

Ben Verkerke vindt dat een onzinnig argument. “Het is niet terecht dat eraan wordt getwijfeld dat wij onder de CAO sport proberen uit te komen. Wanneer die indruk bestaat, is het vanzelfsprekend dat de vakbeweging aan de bel trekt. Maar daar is geen reden toe. Waar het feitelijk omgaat is de vraag hoe je de verenigingen bereikt.”

De BWS heeft becijferd dat het aantal bemiddelingen in het eerste kwartaal van 1997 is gegroeid. De IOS (de provincies) heeft in een notitie geschetst hoe zij het beter kan doen. Friederichs echter: “Met het model van de IOS houdt de sportspecifieke arbeidsbemiddeling op te bestaan. Provinciale sportraden bieden de verenigingen de werkgeversfunctie aan en houden bestanden bij van werkgevers. De BWS wordt geacht een bestand bij te houden van werkzoekenden waaruit de provinciale sportraden kunnen putten. De IOS spreekt zich alleen uit over de financiering van een werkgeversfunctie. Hiervoor wil ze een beroep doen op de SNS-rubriek 'verenigingsondersteuning'. Voor een structurele rol van sociale partners is geen plaats. Ik vraag me af NOC-NSF bij haar eerste optie, het terugbrengen van de arbeidsbemiddeling naar de provinciale sportraden, een model voor ogen stond zoals de IOS dat beschrijft.”

De BWS hoopt Sportjobs te redden door zich trachten aan te sluiten bij een joint-venture van de arbeidsbureaus met twee uitzendorganisaties. Joop Worrell: “De IOS kan die rol niet overnemen. Ze heeft gewoon de tools niet.” Ben Verkerke: “De provinciale sportraden weten de weg. De arbeidsbemiddeling ligt in het verlengde van hun activiteiten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden