Wordt voetbal beter van statistieken?

Goed verdedigen levert meer op dan aanvallen

Ooit hadden we in Nederland John Frederikstadt, de in 2002 overleden statisticus, die alles over het Nederlandse voetbal in zijn archief had zitten. Maar wat hij deed, is kinderspel vergeleken met wat bedrijven tegenwoordig met behulp van computers aan cijfermateriaal over het voetbal verzamelen. Percentage balbezit, door spelers afgelegde kilometers, aantal goede en foute passes, het wordt allemaal bijgehouden.

Worden wij nu echt wat wijzer van al die data? Ja, zeggen Chris Anderson en David Sally, beiden econoom en statisticus. Het edele spel is volgens hen gestoeld op traditie. Dat is misschien mooi, maar dit zorgt er ook voor dat de mannen die in dat wereldje er toe doen zich vastklampen aan dogma's en gemeenplaatsen. Deze heren willen niet dat buitenstaanders hun zienswijze betwisten. Dat moet anders en die hoognodige verandering willen zij teweegbrengen met hun boek 'Corners moet je kort nemen'. In het Engels heeft die zelfs de tamelijk pretentieuze ondertitel 'Waarom alles wat je over voetbal weet fout is'.

Hun grote voorbeeld is het boek 'Moneyball' dat gaat over Billy Bean en de Oakland Athletics, een team dat in de hoogste Amerikaanse honkbalcompetitie jarenlang geen potten kon breken. Tot Bean daar als manager aantrad. Hij trok voor weinig geld spelers aan die bij andere teams zelden speelden, maar die, zo concludeerde hij uit statistieken, veel beter waren dan iedereen dacht. Zo construeerde hij een team dat twintig wedstrijden achter elkaar ongeslagen bleef, een record.

De hamvraag is of zoiets in voetbal ook mogelijk is. Zoals gezegd geloven Anderson en Sally daar heilig in. Voetbal hangt van toevalligheden aan elkaar, zo erkennen zij, maar in die chaos valt wel degelijk een lijn te ontdekken, als je er maar oog voor hebt. Zij durven nu al te voorspellen dat in het komende seizoen van de Britse Premier League ongeveer dertig wedstrijden in 0-0 zullen eindigen, zeventig met 1-0 worden gewonnen en dat 95 wedstrijden twee doelpunten zullen bevatten. Dat zal wel, maar veel schieten we hier nog niet mee op.

Een coach - en uiteindelijk zijn alle liefhebbers coaches - wil bijvoorbeeld van statistici weten welke spelers er ge- en verkocht moeten worden. Op dat punt halen de auteurs een aardige anekdote aan, hoewel die juist pleit tegen het gebruik van cijfers.

Sir Alex Ferguson, manager van Manchester United, zou in 2001 Jaap Stam hebben ontslagen omdat die in zijn biografie wat onvriendelijke dingen over zijn baas had laten schrijven. De waarheid, volgens de journalist Simon Kuper, is dat Ferguson tijdens het bestuderen van de wedstrijdstatistieken merkte dat zijn verdediger aanmerkelijk minder vaak tackelde dan vroeger. Hij nam aan dat de 29-jarige Stam over zijn hoogtepunt was en verkocht hem aan AC Milan.

Daar in Italië bewees Stam het ongelijk van Ferguson. Stam tackelde niet minder omdat hij ouder en dus strammer werd, maar omdat hij het spel steeds beter doorzag en door een goede opstelling niet eens hoefde te tackelen. Maar hoe vang je deze verbetering in cijfers? Daar blijven de schrijvers wat vaag over.

Zij gebruiken de geschiedenis rond Stam om te illustreren dat in de voetbalwereld aanvallen belangijker wordt gevonden dan verdedigen. Dat is niet slim, schrijven zij, want de statistieken wijzen uit dat verdedigers meer punten binnenhalen dan spitsen. Een niet-gescoord doelpunt is meer waard dan een gescoord doelpunt. Het is de vraag of deze notie niet al veel langer tot coaches is doorgedrongen.

Gelukkig erkennen Anderson en Sally dat voetbal anders is dan honkbal. Voetbal is iets speciaals, een wereldtaal die van de favela's van Rio de Janeiro tot aan de steppen van Azië wordt gesproken. Een factor in de aantrekkingskracht is volgens de auteurs de uniciteit van het doelpunt. Het maken daarvan, of het voorkomen, kost een enorme inspanning. Als de goal valt dan is daar de beloning die de hele tijd is uitgesteld. "Het doelpunt is als de parel die zich niet zonder slag of stoot uit de oester laat pulken."

Voetbal is te dynamisch, of liever nog: te anarchistisch, om zich in statistieken te laten vangen. 'Corners moet je kort nemen' bevat prikkelende stellingen (bijvoorbeeld dat voetbal voor vijftig procent uit geluk bestaat) die net zo makkelijk weer te ontkrachten zijn. Maar stof voor discussie levert het boek wel.

Chris Anderson en David Sally: Corners moet je kort nemen. De statistieken bewijzen het. Vert. Bill Oostendorp en Joost van der Meer. Spectrum, Houten; 320 blz. euro 17,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden