Achter de schermen

Wordt Joop Bouma de Journalist van het Jaar? ‘De Implant Files waren geen makkelijke klus’

Joop Bouma op de redactie van Trouw. Beeld Werry Crone

Redacteur Joop Bouma heeft in de ruim dertig jaar dat hij bij Trouw werkt onderzoek gedaan naar de meest uiteenlopende onderwerpen. Zijn meest recente project, de Implant Files, leverde hem een nominatie op voor Journalist van het Jaar. Donderdag hoort hij of hij de prijs mee naar huis mag nemen.

Hoe voelt het om genomineerd te zijn?

“Ik vind het heel leuk en ik vind het doodeng. Een nominatie is altijd heel eervol, zeker als die gedaan wordt door collega’s. Als mensen uit jouw eigen beroepsgroep jou nomineren terwijl er zoveel mooie dingen worden gemaakt in de Nederlandse journalistiek, dan is dat een heel prettig gevoel.”

Hoe zijn de Implant Files op je pad gekomen?

“Het is allemaal begonnen bij Jet Schouten van Radar. Zij heeft samen met een collega, Linda Stoltenberg, geprobeerd een mandarijnennetje als medisch hulpmiddel te registreren voor vrouwen die verzakkingen hebben in de buik. Dit bleek nogal makkelijk te gaan. Hun onderzoek kreeg een prijs van de VVOJ, De Loep. Ik kende Jet niet, maar heb haar destijds een mailtje gestuurd om haar te feliciteren. Toen kwam het plan een keer samen te wandelen en erover te praten. Want er zat veel meer in dat onderwerp. Jet stelde voor het aan te dragen bij de ICIJ, de internationale groep onderzoeksjournalisten waarbij ik aangesloten ben. Het toeval wilde dat ik een paar weken later bij een ICIJ-vergadering in Londen over de Panama Papers was. ’s Avonds stond ik een biertje te drinken met Gerard Ryle, de directeur van ICIJ, en heb ik het idee bij hem neergelegd. Hij zei: ‘Dit moeten we doen, prachtig. Breng alsjeblieft Jet met ons in contact.’

Het bijzondere hiervan is dat het eigenlijk is ontstaan door één slimme journalist die heel veel over een onderwerp wist en dacht: ‘Dit is een wereldwijd probleem’. Uiteindelijk zijn er 250 journalisten in iets van 40 landen een jaar lang met het onderwerp bezig geweest.”

Mocht je dit project zomaar doen van Trouw?

“Bij een kleine krant zoals Trouw is het heel ingewikkeld om onderzoek te doen. Als ik een project ga doen, betekent dat twee dingen: mijn collega’s moeten harder werken en ik moet worden vervangen. Dat is bij een kleine krant heel nijpend. Wij kunnen ons niet veroorloven om mensen zomaar maandenlang vrij te geven. We worden altijd vergeleken met Volkskrant en NRC maar bijna niemand weet dat onze redactie ongeveer de helft zo klein is. Wij doen met veel minder mensen hetzelfde en worden, terecht overigens, beschouwd als een kwaliteitskrant.

De hoofdredactie wil onderzoeksjournalistiek graag stimuleren, maar moet af en toe ook ingrijpen. Als we dan meer tijd willen voor ons onderzoek, krijgen we te horen: ‘Het kan niet meer. Je moet nu terug naar je redactie want daar heb je ook een portefeuille.’”

Had je bij de implant files ook nog langer door willen gaan?

“Ja. Uiteindelijk duurt een onderzoek altijd veel langer. Bij dit soort projecten zit altijd iets van onzekerheid. Het kan slecht uitpakken. Dus ook in dit geval heeft het onderzoek wat langer geduurd en dat heeft ook weleens tot discussie geleid.”

Heb je zelf nog getwijfeld of er wel iets uit het onderzoek zou komen?

“Tot op de laatste dag. Je moet alles helemaal zelf uitzoeken en krijg je niets op een presenteerblaadje geleverd. Dat is heel stressvol. We zijn twee jaar geleden begonnen met een hele uitvoerige wob-procedure, maar we zitten nog op stukken te wachten. Dus we zijn voor mijn gevoel aan alle kanten tegengewerkt. Het was geen gemakkelijke klus dit keer.”

Had je deze nominatie verwacht?

“Nee. Er waren dit jaar zoveel goeie producties. Kijk bijvoorbeeld naar onze Syriëproductie van Ghassan Dahhan en zo zijn er nog veel meer voorbeelden van prachtige producties. Dus nee, ik had ons project niet direct heel hoog verwacht. Zeker ook omdat het nieuws in Nederland toch wat minder impact heeft gehad. Er is met name in het buitenland veel aandacht voor geweest en daar zijn ook echt maatregelen genomen. Wereldwijd is de impact van dit project eigenlijk veel groter geweest.”

Hoe verklaar je dat de Implant Files in het buitenland meer aandacht krijgen dan in Nederland?

“Het zou kunnen zijn dat het in Nederland toch iets beter bekend is dat er problemen zijn met medische hulpmiddelen. Dat is dan ter verdienste van Radar die destijds dat onderwerp heel nadrukkelijk op de agenda heeft gezet. Maar een hele goede reden weet ik er eigenlijk niet voor. We hebben hier ook minder de journalistieke gewoonte om scoops van andere kranten over te nemen. Daar is niet zo veel eer aan te behalen en er zijn al genoeg onderwerpen waar journalisten druk mee zijn. Dan moet het al heel spectaculair zijn, bijvoorbeeld bij de Panama Papers.

De Implant Files hebben natuurlijk ook in Nederland wel impact gehad. Maar als je kijkt naar wat er in andere landen gebeurt, zoals Duitsland, België, Zuid-Amerika en zelfs in de VS, dan is die impact daar toch wel veel groter.”

Helpt zo’n nominatie voor Journalist van het Jaar dan nog om meer aandacht te genereren voor een onderzoek?

“Een prijs is meer iets voor journalisten zelf. Ik denk niet dat iemand dan ineens zegt: ‘O, ik moet dat verhaal eens gaan lezen’. Of dat een politicus zegt: ‘Nou ze gaan elkaar nou ook al prijzen geven, we moeten maar eens wat maatregelen nemen’. Dat effect is er geloof ik niet. Ik denk dat zo’n prijs de kijker of de lezer heel weinig zegt. Maar het is heel leuk om zo’n onderscheiding te krijgen van je collega’s. Wat dat betreft is die nominatie voor mij al heel wat.”

Wilde je eigenlijk altijd al onderzoeksjournalist worden?

“Nee dat is vanzelf gegroeid. Ik huldig ook het principe dat iedere journalist onderzoeksjournalist is. Geen enkele journalist neemt klakkeloos iets over. Het is een gewoon een onderdeel van de journalistiek waar je wat meer geduld voor moet hebben.

Ik heb wel altijd graag geschreven. Op de middelbare school zat ik al in de redactie van een schoolkrant. En ik stond graag vooraan. Dat begon eigenlijk al toen ik een jaar of twaalf was. Als we zaten te eten en ik hoorde een sirene, dan hield niemand me meer tegen en zat ik op de fiets op zoek naar de plek van het onheil.

Ik vind het heel fascinerend om, zoals een collega weleens zegt, een beetje te rommelen met een roestige spijker. Dat is wel een mooie beeldspraak. Dingen boven tafel halen die niet vanzelf op je bureau komen. Wij worden als journalisten overstelpt met goedbedoelde tips van mensen die een verhaal in de krant willen hebben. Maar de verhalen die niet naar ons toe komen, zijn eigenlijk het interessantste.”

Mocht je de prijs winnen: wie ga je dan zeker bedanken?

“Ik zou in dit geval Jet bedanken want zij heeft zoveel uithoudingsvermogen getoond dat ze dit project internationaal heeft gemaakt. Maar ik zou vooral ook de hoofdredactie en de hele redactie willen bedanken want ik heb toch wel heel veel vrijheid gehad om die hobby’s van mij te kunnen doen. Die hebben de krant ook wel veel opgeleverd qua verhalen en qua voorsprong op bepaalde dossiers, maar je moet er toch maar de mogelijkheid voor krijgen.

En niet te vergeten mijn vrouw, die nogal wat de lijden heeft gehad van mijn monomane gedrag. De afgelopen tijd werkte ik doordeweeks aan de Implant Files en in de weekenden was ik aan mijn nieuwe boek bezig, dus dan kun je je voorstellen dat ik in de weekenden ook niet zo gezellig was.”

Joop Bouma

Joop Bouma werkt sinds 1987 bij Trouw. Hij werkte onder andere op de binnenlandredactie, als eindredacteur en chef nieuwsdienst. Sinds zes jaar schrijft hij voor de redactie duurzaamheid&natuur.

Hij schreef twee boeken. Zijn boek over de tabakslobby getiteld ‘Het Rookgordijn’ verscheen in 2001, vijf jaar later verscheen ‘Slikken’ waarin hij de problemen binnen de farmaceutische industrie aan de kaak stelt. Zijn vervolg op ‘Het Rookgordijn’, getiteld ‘De Sjoemelsigaret’ verschijnt dit voorjaar.

Bouma is als een van de weinige Nederlanders lid van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), een internationaal netwerk van onderzoeksjournalisten. Sinds 2000 heeft hij onder andere meegewerkt aan onderzoeken naar de tabaksindustrie, overbevissing, de Paradise Papers en meest recent de Implant Files.

Naast journalist van het jaar is Bouma ook samen met Jet Schouten en Marco Visser genomineerd voor de Loep, een prijs van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ), voor zijn onderzoek naar de Implant Files. Eerder ontving hij een Tegel-nominatie voor zijn serie over patiëntenverenigingen en de farmaceutische industrie. Bouma werkte anderhalf jaar aan zijn onderzoek naar de Implant Files. Lees hier alles over dit onderzoek.

Lees meer interviews met journalisten van Trouw op trouw.nl/achterdeschermen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden