Wordt er nog gebaard?

Je eigen kinderen opvoeden wordt maatschappelijk gezien als niets doen. Op vrouwen die na ampel beraad (veelal de dertig gepasseerd) kiezen voor het fulltime moederschap, wordt neergekeken. Tijd voor de derde feministische golf: zorg moet echt worden gewaardeerd.

Wij zijn na twee feministische golven nog steeds geen vrije vrouwen. Neem de manier waarop vrouwen met kinderen worden bejegend. Je hebt als moeder het gevoel dat je maatschappelijke overlast veroorzaakt met je leuke, maar drukke hobby erbij. De maatschappij zou het wel eens een beetje mogen waarderen dat er überhaupt nog gebaard wordt! Hoezo vrije keuzemogelijkheden? Het mannelijke is (nog altijd) de norm en het vrouwelijke is (nog steeds) een lastige afgeleide daarvan.

Voor de reproductiefunctie is nauwelijks ruimte, ontdekte ik onlangs op de conferentie 'Van Tienermoeder Tot Carrièrepil', die was georganiseerd door de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid van het ministerie van sociale zaken. De afgelopen maand stond wereldwijd de vruchtbaarheidsproblematiek centraal.

Het vrouwelijke heeft te weinig waarde. Zorg is in alle opzichten het zorgenkindje van onze maatschappij geworden: onderwijs, gezondheidszorg, de zorg voor kinderen en elkaar. Het onderwaarderen van het vrouwelijke ligt ten grondslag aan het onbehagen van de vrouw anno 2002 en het (her)waarderen van het vrouwelijke is tevens het item van de derde feministische golf, die ik alvast in mijn eentje begonnen ben.

Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Dat is geen issue meer. Maar dan... Je kiest voor een kind (en hoopt dat je het krijgt). Dan moeten de omstandigheden goed zijn: opleiding afgerond, de juiste man, carrière op de rails, genoeg plezier gemaakt hebben, een huis, twaalfdelig servies (jawel!): dan ben je in het gunstigste geval begin dertig en heb je nog vijf jaar de tijd om te baren, want na je vijfendertigste loopt de vruchtbaarheid terug met alle risico's van dien. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen, ligt momenteel tegen de dertig. Elf procent krijgt haar eerste kind boven haar vijfendertigste. Het aantal gewenste kinderen ligt onder het aantal werkelijke kinderen. Men krijgt minder kinderen dan men had gewild, vanwege de hoge leeftijd waarop men begint, met als uiterste, trieste consequentie: onvrijwillige kinderloosheid. Bewuste kinderloosheid neemt ook toe en ligt rond de 11 procent.

Een vriendin van mij is kinderloos, want die begon pas op haar achtendertigste met proberen. Een ander heeft er nooit meer dan één kunnen krijgen, om die reden. Weer een andere vriendin kon niet langer op de ware wachten -daar worden ook steeds hogere eisen aan gesteld-, nam genoegen met de man die voorhanden was en staat er nu alleen voor. Dát is mijn generatie. En wij maar denken dat we vrije vrouwen zijn...

Het is nog maar de vraag of al die ongekende mogelijkheden ons gelukkiger maken. En wat we ook niet moeten vergeten zijn al die opa's en oma's op het schoolplein die de ouders blijken te zijn. Moet je je ook even afvragen of dat voor die kinderen nog wel zo leuk is. En: als mijn dochter ook (pas) op haar drieëndertigste haar eerste kind krijgt, loop ik als verse oma al tegen de zeventig.

Dan ben je moeder én je bent ambitieus én je woont samen met een hoogopgeleide man en dan loop je statistisch de grootste kans te scheiden. Hoe zou dat komen? Ik veronderstel met name door getouwtrek om tijd: kinderen trekken aan ouders, vrouw trekt aan man, man trekt zich terug. In het buitenland schijnt alles makkelijker te zijn, doordat werk- en schooltijden en voorzieningen beter op elkaar afgestemd zijn. In Nederland heeft de Commissie Dagindeling voorstellen gedaan ter verbetering, om de combinatie werk en privé makkelijker te laten verlopen. In de samenleving reageert men lauw of sceptisch.

Wij Nederlandse vrouwen zouden, meer dan in vergelijkbare westerse landen, last hebben van een moederschapsideaal. Zou kunnen: opvattingen over moederschap zijn cultureel bepaald. Ik weet niet of onderzocht is of in die landen waar vrouwen meer werken, zij én hun kinderen ook gelukkiger zijn dan hier. Feit is dat een kind zich heel langzaam ontwikkelt van een afhankelijk wezen naar een zelfstandig mens. Stukje bij beetje wordt de vertrouwde omgeving losgelaten, waar ik mij, als moeder, primair verantwoordelijk voor voel. Je houdt een evenwicht in het oog tussen jouw belangen en of het ook nog goed en leuk is voor je kind. Deze innerlijke ambivalentie is doodvermoeiend.

Vrouwen die de arbeidsmarkt tijdelijk deels of helemaal verlaten, komen zelden terug op hun oude niveau. Een aanbeveling van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid op bovengenoemde conferentie was: ,,Vrouwen die in verband met de geboorte van een kind de arbeidsmarkt verlaten hebben, krijgen tot twee jaar daarna een terugkeergarantie naar hun oude werkgever.''

Publiciste Lisette Thooft hield onlangs in de Volkskrant een pleidooi voor een ouder- en kindvriendelijker samenleving. Een 'feminien feminisme', wat meer de traditioneel vrouwelijke waarden als uitgangspunt heeft. Thooft wenst een 25-urige werkweek voor iedereen. In een reactie betoogde vakbondsman Gerbrand Visser van de AbvaKabo dat voor vrouwelijke waarden in onze economie (nog) geen ruimte is. Het zijn harde wetten die de arbeidsmarkt regeren, schreef hij. Een 32-urige werkweek is het hoogst haalbare.

Maar die strijd is geen zaak van de vrouwenbeweging alleen. Waar blijven de mannen met een massale eis minder uren te hoeven draaien, zonder volledig verlies van carrièreperspectief? Het kan wel. Een topman van een grote internationale houthandel bleef achter met drie kinderen. Hij wilde vijf uur per dag op het bedrijf werken en de rest thuis. Dat kon niet, dus hij vertrok. Na enkele maanden kwam het bestuur vragen of hij toch directeur in deeltijd wilde worden. Dat heeft hij tien jaar gedaan. Iedereen om hem heen bloeide op, doordat hij gedwongen was maximaal te delegeren. Helaas is dit verhaal een uitzondering.

Het zorgen van de man gebeurt nog maar mondjesmaat; ook dat is een uiting van de wijdverbreide onderwaardering van het vrouwelijke. De meeste mannen hebben blijkbaar grote weerstand tegen een beetje vrouwelijk zijn, terwijl de man er gewoon meer mens van zou worden. In een gezelschap van ambitieuze vrouwen van rond de veertig riep ik onlangs dat de moderne man toch nog te veel achter de feiten aanhobbelt. Dat werd luidkeels beaamd. Wat zijn de feiten? Vrouwen zijn de afgelopen decennia massaal meer betaalde arbeid gaan verrichten, maar de man is niet een evenredige hoeveelheid extra tijd aan onbetaalde arbeid -zorg binnenshuis- gaan besteden.

Geen wonder dat de keuze voor 'terugkeer' naar het 100 procent-moederschap een tijdje de trend was onder hoogopgeleide vrouwen. Ik weet niet of dat nog zo is, ik vermoed van wel. Ik begrijp die keus heel goed. Mogen we misschien een beetje moeder zijn in deze maatschappij? Ik heb een zorgbehoefte, ja.

Het grote probleem is dat bezig zijn met je kinderen maatschappelijk gezien wordt als niets doen. Dat is de grootste uiting van onderwaardering van het vrouwelijke. Tijdens de tweede feministische golf begreep ik al niet waarom wij de levens van onze moeders moesten verguizen. Het moederschap werd voorgesteld als afstompend, geestdodend tijdverdrijf. Er was maar één weg naar de bevrijding en dat was: de buitenwereld in. Het beschouwen van verzorgerschap als non-arbeid, als maatschappelijke inactiviteit, is diep grievend voor degene die zorgt. Veel vrouwen die moederen doen dat uit overtuiging. Ze kiezen ervoor stabiliteit in het gezin te brengen, maar ze voelen zich ook maatschappelijk ondergewaardeerd. Waarom accepteren vrouwen dat maatschappelijk isolement, die afhankelijkheid van partner of maatschappij? Natuurlijk: alles van werkelijke waarde heeft niks met geld te maken, maar je gaat toch niet je leven op de afgrond bouwen, op een moeras?

Het gaat niet om: terug achter het aanrecht, maar de emancipatie moet juist nóg een essentiële stap verder. Het verzorgerschap moet erkend worden als een maatschappelijk noodzakelijke functie. Meer solidariteit wordt vereist van de maatschappij met de zorg voor het kind, de zieke, de gehandicapte en dus met de verzorger.

Nog een aanbeveling van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid op eerder genoemde conferentie was: ,,Er is pas werkelijke keuzevrijheid voor vrouwen die moeder willen worden, als zelf verrichte zorgtijd evenveel kost -door middel van betaald ouderschapsverlof- als de uitbestede zorgtijd -door middel van subsidie voor kinderopvang.'' Ambtelijk jargon, maar het gaat wel de goede kant op.

Feministe Joke Smit schreef in 1967 in haar beroemde artikel 'Het onbehagen bij de vrouw': ,,De feministen (van de eerste golf) wilden drie dingen: dat de vrouw een vrij mens zou worden, dat ze haar potenties zoveel mogelijk zou verwezenlijken en dat ze een volwaardig lid zou worden van deze maatschappij. Op geen van deze drie gebieden is het ideaal bereikt.''

En nog steeds niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden