Wordt Doebai een witte olifant?

Twee vrouwen lopen langs Star-gate, een ondergrondse speelplaats met schaatsbanen, speelhallen en kartbanen. (Trouw)

Arme Amerikanen kochten huizen die ze niet konden betalen, IJsland zette banken op die de economie niet kon dragen en nu blijken de projecten in Doebai op drijfzand gebouwd. De wereld kijkt met vrees toe hoe de stadstaat op een debacle afstevent.

’Doebai is de laatste drie decennia sterk veranderd met een meer dynamische en op meer sectoren steunende economie, het land is het grootste centrum voor de doorvoer van producten in het Midden Oosten.” Deze juichende en wervende zinnen komen van de site van de overheid van Doebai. Wat in drie decennia opgebouwd is, kan weleens heel snel veranderen in een nachtmerrie. Het land, een van de zeven emiraten die samen de Verenigde Arabische Emiraten vormen, staat er beroerd voor. De overheidssite meldt daarover overigens nog niets. Op bijna driekwart van ’s lands 80 miljard dollar grote schuld zal het komende half jaar niet afgelost worden. Het gaat om de schuld van het grootste staatsbedrijf Doebai World. Niet afbetalen, en zeker als het gaat om een staatsbedrijf, is een doodzonde. Argentinië, het laatste land dat niet aan zijn verplichtingen kon voldoen, ondervindt daar nu, na vijftien jaar, nog de nadelen van.

Wat hebben de Amerikaanse subprime markt, IJsland en Doebai gemeen? Het antwoord is vrij simpel. Op de Amerikaanse hypotheekmarkt voor mensen met een zeer laag inkomen werden leningen verstrekt voor huizen die de bewoners nauwelijks konden betalen. IJsland begon aan een bankensector die in geen enkele verhouding stond tot het inkomen van het land en Doebai heeft een schuldenlast opgebouwd die, inmiddels even groot als de totale economie, onhoudbaar is gebleken. De Amerikaanse subprime markt is ingestort, de IJslanders voelen nog dagelijks de klappen van hun failliete bankensysteem en Doebai dreigt, als er niet heel snel geld wordt gevonden voor het afbetalen van de schulden het IJslandse voorbeeld te volgen.

Terugvallen op olie is er eigenlijk niet bij. Ondanks het feit dat Doebai wel een oliestaat wordt genoemd is de olie slechts goed voor grofweg een paar procent van de economie. Bij de buren van Aboe Dhabi wordt twintig keer zoveel olie gevonden. De handel, de bancaire sector en het toerisme vormen feitelijk de steunpilaren van de economie van Doebai. Het emiraat heeft er alles aan gedaan om die sectoren op te bouwen. In het Arabische land kan getrouwd worden tussen moslims en niet-moslims, je kunt er bevallen en je kunt er je oude dag slijten. Dat laatste doe je overigens bij voorkeur niet overdag bij hoge temperaturen, maar ’s avonds of zelfs ’s nachts. Doebai heeft zich immer verkocht als een politiek stabiel land met een lage criminaliteit, met een goed opgeleide bevolking en een zeer hoge dichtheid als het gaat om internetaansluitingen. Kortom, een paradijs voor wie wil en sinds kort ook heel belangrijk voor wie het kan betalen.

De zichtbare welvaart van Doebai is gestoeld op schuld. Het afgelopen jaar is nadrukkelijk op de kapitaalmarkt gezocht naar nieuwe geldschieters. Die zijn er niet en zeker niet voor bijna megalomane projecten als eilanden in de vorm van een palm of een wereldkaart. Het buurland en mede vormgever van de Verenigde Arabische Emiraten, Aboe Dhabi, heeft tot twee keer toe financiële bijstand verleend. Dankzij de laatste hulp, nog geen week geleden, leek het gevaar van een faillissement even geweken. Alleen is Aboe Dhabi niet van plan om de dekking te geven die nodig is. De heersers in beide emiraten behoren tot de Bani Yas-stam. Dat zegt echter weinig. De Al Maktoum-familie in Doebai mag dan verwant zijn aan de Al Nahyan-familie in Aboe Dhabi, tussen beide families heerst grote rivaliteit. Volgens sommige westerse waarnemers is het zelfs die rivaliteit die Doebai er toe heeft gebracht een complete wereld uit de grond te stampen. Een teken van die rivaliteit is bijvoorbeeld dat beide emiraten hun eigen nationale luchtvaartmaatschappij hebben. De scheiding tussen beide families dateert van 1833. Doebai, dat zich losmaakte van Aboe Dhabi, zocht toen bescherming onder Britse vlag. Tot midden vorige eeuw waren er nog gewapende conflicten tussen beide emiraten.

Het is overigens maar zeer de vraag of de schuldenlast van Doebai door de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) te dragen is. De federatie heeft een economie die volgens cijfers van de Wereldbank 133 miljard dollar groot is. Dat cijfer is van 2005. In dat jaar stroomde het meeste geld naar Doebai. En als gevolg van de bouwgolf die in Doebai volgde, is de economie van de VAE in 2008 gegroeid naar 255 miljard dollar. Die spectaculaire groei geeft tevens aan dat er alle reden is om te spreken van een luchtbel die niet bestreden kan worden met wat extra vaten olie. Vorig jaar piekte de olieprijs in juli nog naar een niveau van 149 dollar per vat, maar de huidige olieprijs zweeft rond een prijs op de helft daarvan.

De ineenstorting van de economie van Doebai is geen geïsoleerd probleem. Overal worden in de wereld momenteel de knopen geteld. In staatsbedrijf Doebai World zitten wereldwijd 50 terminals, van de haven van Antwerpen tot Manila en van Hongkong tot Maputo. De overheid van Doebai heeft zich gehaast te verklaren dat de problemen niet bij dit deel van Doebai World zitten. Die zitten vooral in de grote vastgoedprojecten. Daar is sprake van een duikeling van de huizenprijzen. Volgens cijfers van Deutsche Bank is die prijs met 50 procent gedaald.

Hoe zwaar Nederland en Nederlandse bedrijven worden getroffen door het Doebai-debacle is nog onduidelijk. De Nederlandse overheid heeft rugdekking gegeven via exportkredietverzekeringen. Het zou om enkele honderden miljoenen kunnen gaan als als exporteurs niet worden betaald. De VDL-Groep uit Eindhoven heeft bijvoorbeeld een contract voor de levering van 518 stadsbussen voor de stadsstaat. Daarvan zijn er inmiddels 220 geleverd. Over de rest van de order heerst onzekerheid.

Mark Mobius, een veel geciteerde specialist in investeren in opkomende markten en tevens topman van Templeton Asset Management (goed voor 25 miljard aan belegd vermogen), vreest dat van de Doebai-kwestie een sterke waarschuwing uitgaat en dat aandelen in opkomende markten de komende maanden weleens met 20 procent onderuit kunnen gaan. Diezelfde Mobius voorspelde overigens zeer recent dat in opkomende markten de aandelen weleens met 20 tot 30 procent konden stijgen. En daarmee kan worden aangegeven hoe kwetsbaar de wereldeconomie nog is voor schokken van de omvang ’Doebai’. Als Doebai onderuit gaat kon dat weleens een golf van faillissementen tot gevolg hebben, orakelde Mobius.

Stel dat Doebai geen vergelijk kan treffen met zijn schuldeisers? Dan is de wereld een zogeheten ’witte olifant’ rijker, een project dat vooral de bouwers plezierde maar verder zonder nut is.

Bij de overdekte winkelcentra van Doebai staan vaak de meest exclusieve en dure auto?s. (Trouw)
Omdat het buiten te warm is, zoeken veel jongeren in Doebai hun vertier in gekoelde speelhallen. (Trouw)
In de grootste shopping mall van Doebai is een skipiste gevestigd waar bezoekers kennis kunnen maken met het fenomeen sneeuw. ( FOTO'S DAIMON XANTHOPOULOS)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden