Wordt 2014 het jaar van de zeepbellen?

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

Pas op: zeepbellen in de maak. Niemand minder dan de laatste winnaar van de Nobelprijs voor de economie, Robert Shiller, waarschuwt dat er weer bubbels dreigen. Aandelen, vooral in de VS, zijn hard omhoog gegaan. Vlak voor Kerst bereikte de Dow Jones-index een record. Maar ook de Nederlandse AEX schoot tussen Kerst en Oud en Nieuw voor het eerst in vijf jaar door de 400 punten. Huizenprijzen stijgen hard in een fiks aantal landen. En een drieluik van de schilder Francis Bacon bracht onlangs op een veiling een recordbedrag van 142 miljoen dollar op.

Het kapitaal lijkt weer over de wereld te vliegen, koortsachtig op zoek naar het hoogste rendement. Of het nu aandelen zijn, vastgoed, kunst, diamanten of wijn: het is zeer gewild. Dat lijkt vreemd, zo kort na het uitbreken van de financiële crisis. Toen immers barstten verschillende bellen uiteen: eerst de huizenmarkt in de VS, toen het vastgoed in Ierland en Spanje. Aandelenmarkten volgden. Banken vielen om en moesten gered worden met belastinggeld. Een hardnekkige recessie brak uit.

Nauwelijks hersteld van al deze klappen, de VS iets beter dan Europa, zouden er alweer nieuwe zeepbellen ontstaan. De verse Nobelprijswinnaar heeft recht van spreken. Hij voorspelde de bubbel van technologie-aandelen eind jaren negentig en de Amerikaanse huizenzeepbel deze eeuw. De Amerikaanse professor is niet de enige die waarschuwt. Analisten en economen reppen in de vakpers van bellen in wording. Vooral in Amerikaanse aandelen. Maar ook in diverse huizenmarkten zoals in Groot-Brittannië, Zweden, Denemarken, Australië en Nieuw-Zeeland.

Het wekt wel verbazing: hoe is het mogelijk dat er al zo snel nieuwe luchtbellen ontstaan? De simpelste verklaring heeft juist te maken met die taaie economische teruggang. Daardoor liggen de rentes die centrale banken vaststellen, zeer laag. Dat betekent dat veilige beleggingen, zoals spaarrekeningen en obligaties die de overheid uitgeeft, heel weinig opleveren. De lage rente duwt het geld naar meer risicovolle doelen, zoals aandelen en 'bakstenen'. Dat is ook wat de centrale banken beogen. Meer geld naar beleggingen met een hoger risico zou het vertrouwen in de economie moeten aanwakkeren.

Tegelijk vergroten centrale banken de geldhoeveelheid met ongekend grote bedragen. Niet door letterlijk bankbiljetten te drukken. In de VS koopt de centrale bank Fed staatsobligaties op van banken. De Britse centrale bank doet dat ook. En de Europese Centrale Bank (ECB) verschaft banken goedkope leningen. De bedoeling van deze operaties is niet om de aandelenmarkten te spekken. Het gaat erom de speelruimte voor banken om kredieten te verschaffen te vergroten. Kredieten voor gewone mensen en ondernemers: een hypotheek voor een huis, een lening voor een klein bedrijf.

Maar de raderen van deze mechanismen haperen. De lage rente en de opkoopprogramma's verleiden bedrijven nauwelijks tot investeringen in de echte economie. Grote bedrijven potten hun geld op. Ze investeren weinig en zijn ook minder op overnamepad. Ze kopen geregeld wel hun eigen aandelen op, wat de koers verder omhoog jaagt.

Kleine ondernemers daarentegen sappelen, ze zijn afhankelijk van de binnenlandse vraag. Ze krijgen van banken nauwelijks nieuw krediet, vooral niet in de Europese muntunie. De echte economie, die van spullen, diensten, werknemers en consumenten, merkt dus nog maar weinig van al die inspanningen van centrale banken. Daardoor neemt het vertrouwen maar mondjesmaat toe, blijft de consumptie stagneren of stijgt die maar een beetje en daalt ook de werkloosheid niet zo hard als gedacht, zoals in de VS, of neemt die nog toe, zoals in delen van Europa.

De koersen van aandelen lijken in zo'n situatie losgezongen van de reële economie. Toch is lastig met 100 procent zekerheid te zeggen of er echt een grote bubbel in de maak is, of dat er weliswaar wat lucht in de beurzen gepompt wordt, maar dat dat vooruitloopt op herstel dat nog gaat komen. Voor de VS geldt dat de records van afgelopen week 'all time highs' waren. Daar is de angst voor een nieuwe bel groeiende.

In Nederland zijn de koersen nog lang niet op het vroegere niveau. Rond 2000 heeft de AEX de 700 punten gehaald. De voorspellingen van beursanalisten lopen nogal uiteen voor 2014. Sommigen stellen dat de Nederlandse index eerst nog verder zal stijgen, maar daarna toch de nodige lucht zal laten ontsnappen. Anderen denken dat de economie echt harder zal gaan groeien vanaf dit jaar, en dat de koersen daar terecht al een voorschot op nemen.

Zeepbellen door de eeuwen heen: van tulpenmanie tot spoorweggekte en dot.com-hype - en de nieuwste bubbelkandidaat: de bitcoin
Maar liefst 330 zeepbellen telde het Amerikaanse investeringsfonds GMO sinds 1720. Het aantal bubbels per decennium neemt bijna onafgebroken toe, met als hoogtepunt de eerste tien jaar van deze eeuw. Deels is dat het gevolg van de toename van het aantal markten. Dan valt er meer waar te nemen en te analyseren. Daarnaast is er een toename te zien sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Toen stortte het Bretton Woods systeem van vaste wisselkoersen in elkaar. Daarna brak een periode aan waarin kapitaal makkelijker en sneller over de wereld kon schieten, op zoek naar winst.

Wanneer wordt een oplopend lijntje in een grafiek een luchtbel genoemd? GMO heeft daar met een statistische bril naar gekeken. In de cijferreeksen van aandelenkoersen of huizenprijzen is een lange-termijntrend te ontwaren. Wijkt een piek daar meer dan twee substantiële, statistisch berekende, stappen vanaf, dan is er sprake van een bel, volgens GMO. Nobelprijswinnaar Robert Shiller definieert het meer als een psychologisch fenomeen. Het ontstaan van een zeepbel heeft iets weg van een psychische stoornis. Er is overdreven enthousiasme, aangewakkerd door de media. Beleggers zitten in een dilemma: risicovol meedoen of zonder winst aan de kant blijven staan. De drang om mee te doen, is bijna niet te weerstaan, zij die niet instappen hebben enorme spijt. Wie er eenmaal inzit, gelooft niet dat er snel een einde aan de zeepbel zal komen.

Een andere manier om naar luchtbellen op de aandelenmarkten te kijken, is de koers-winstverhouding. Voor Amerikaanse aandelen ligt die maatstaf nu rond de 25, stelt Shiller, terwijl het historisch gemiddelde op 16,5 ligt. Maar in het verleden, in 1929 en 2000, gingen de pieken wel hoger. Het is dus, houdt Shiller een slag om de arm, lastig met zekerheid vast te stellen of een bubbel in de maak is. Is die er eenmaal wel, dan kan leegloop op verschillende manieren: langzaam maar gestaag of met een harde klap.

Voorbeelden van financiële zeepbellen uit de geschiedenis zijn de tulpenmanie in de zeventiende eeuw, de spoorweggekte in de achttiende eeuw, de 'dot.com'-hype in de twintigste eeuw en de huizenzeepbellen in de eenentwintigste eeuw. De bitcoin, de nieuwe digitale valuta, wordt genoemd als belangrijke bubbelkandidaat voor de komende jaren.

De huizenzeepbel
Huizenmarkten zijn gevoelig voor zeepbellen. De lucht kan van verschillende kanten komen. In economisch goede tijden geven banken makkelijker krediet aan particulieren. Daardoor stijgen de prijzen van woningen. Dat trekt meer huizenkopers en voedt een optimistische stemming. Waarop banken nog makkelijker met leningen strooien. Dat is een zichzelf versterkende spiraal. In sommige landen, zoals Nederland, wordt zo'n cyclus nog eens versterkt door gunstige belastingregels of koopsubsidies. De lage rente die veel landen al een tijdje kennen, vormt belangrijke brandstof voor pieken op de huizenmarkt.

Ander voedsel voor bellen komt van investeerders in vastgoed. Zo worden vooral huizenprijzen in grote steden opgejaagd. Dat gebeurt momenteel bijvoorbeeld in Londen. Maar ook in Duitsland, niet bekend om zijn huizenbubbels, laten sommige steden flinke stijgingen zien. Het Britse zakenblad The Economist maakt huizenprijsindexen waarbij de woningprijzen worden afgezet tegen het inkomen. Op grond daarvan zijn koophuizen in Canada, Zweden, Australië en Groot-Brittannië duidelijk overgewaardeerd, aldus het blad. Zelfs Spanje, waar de prijzen al 30 procent gezakt zijn, zit volgens deze index nog niet op het dieptepunt. In België is discussie of er nu wel of niet een woningzeepbel is. De Nationale Bank heeft geprobeerd het uit te rekenen en komt tot de conclusie dat koophuizen 9 tot 15 procent te duur zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden