WORDS, WORDS, WORDS! DE PERMANENTE VIJF-VOOR-TWAALFSHOW

Léon Hanssen, cultuurhistoricus en inwoner van Amsterdam Nieuw-West, voelt zich verbonden met een politiek van goede bedoelingen, maar niet zomaar. Aan de hand van enkele „quasiterloopse gebeurtenissen” in zijn modelwijkje aan de rand van Amsterdam schetst hij waarom.

Pal tegenover ons modelwijkje, idyllisch als een stukje Toscane aan de Sloterplas, ligt een reusachtig parkeerterrein. Zo groot dat het doorgaans zeker voor de helft ongebruikt blijft. Wij kunnen vanuit onze woningen gratis zien en horen wat er zich afspeelt na het vallen van de avond.

Gedurende het hele jaar mogen we zonder te betalen van houseparty’s en autorodeo’s genieten (helaas breken ze vaak net zo abrupt af als ze begonnen zijn). Deze winter waren de slipcursussen troef. Wat is er ook leuker dan in een zwarte Golf in de sneeuw keihard achterwaarts uit de bocht te vliegen en pirouetten te draaien? Voor de grap hebben wij bewoners tegen bedtijd eens de politie gebeld om te vragen wat zij hiervan dachten. „Heeft u er last van?” werd er keurig bezorgd gevraagd. „Belt u over een uur nog eens, wie weet zijn ze dan weer weg!”

Zoals wij van achter de gordijnen kunnen gadeslaan wat er ginds gebeurt, zo geniet men omgekeerd vanaf het parkeerterrein een onbelemmerd zicht op het wijkje. Het heeft iets van ongevraagde discrete bewaking. Tijdenlang kunnen auto’s hier met gedoofde lampen geparkeerd staan, totdat zij als op afspraak ineens achter elkaar in de nacht wegkachelen. In de buurt wordt hardop gesproken van drugsdeals en afwerkdiensten.

Op zondagochtend tijdens de kerkdienst rijdt er wel eens een patrouillewagen door ons wijkje, ongetwijfeld om te controleren of alles nog pais en vree is. In de vale wind rollen lege blikjes bier en energiedrank over de parkeerplaats, achtervolgd door pizzadozen en ander verpakkingsmateriaal, als laatste blijken van het aangenaam verpozen.

In dit katern betoogde begin dit jaar filosoof Ger Groot onder de titel ’Het democratisch afval’ dat de bewoners van het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West (waar ons wijkje deel van uitmaakt) in feite nazaten van de ’Bijltjes’ zijn: een subburgerlijke bevolkingsgroep die van oudsher buiten de grachtengordel woont en regelmatig voor opstand zorgt. Politiek incorrect als de Bijltjes zijn, zeggen zij de regenten en de rijken onverbloemd waar het op staat. Telkens laten zij zich kennen „als het uitschot dat in de geschiedenis al eerder catastrofes had veroorzaakt – en daarvan kennelijk maar niet leren wilde”.

De inwoners van voorheen Geuzenveld-Slotermeer moeten volgens Groot in die traditie worden begrepen. Zonder dat hij daaraan refereert, lijkt de naam van het stadsdeel hem in zijn mening te bevestigen. De naam Geuzenveld schijnt namelijk ontleend aan een boerenhofstede die tijdens het beleg van Haarlem in 1572-1573 als uitvalsbasis diende voor de Geuzen. De geuzenmentaliteit van de huidige wijkbewoners zou nu blijken uit het feit dat zij tegen de politieke elite in opstand komen door voor Geert Wilders te kiezen.

Het stuk van Groot klopt als een bus zolang ik de welbespraakte alinea’s op papier naloop. Maar klopt het ook als ik de krant dichtsla en mijn ogen over de parkeerplaats laat gaan? Is het geen raadsel dat onze toestand van prikkelbaarheid nog steeds niet tot uitbarsting is gekomen, waarvan het stof over generaties zal neerdalen? Lopen we slapend langs de rand van de vulkaan?

Problemen die voortkomen uit massale migratie zijn er in de naoorlogse stadsuitbreidingswijken bij de vleet. De stedenbouwkundigen die aan de wieg stonden van Amsterdam Nieuw-West konden deze problemen onmogelijk voorzien. Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1935, waarin de aanleg van de westelijke tuinsteden geprojecteerd stond, was het product van politieke en sociaal-economische voortvarendheid. SDAP-kopstukken als F.M. Wibaut en Monne de Miranda waren drijvende krachten in de ontwikkeling van Amsterdamse uitbreidingsplannen. De architect Cornelis van Eesteren, hoofdverantwoordelijk voor het AUP, koesterde een ronduit ethische opvatting van stedenbouwkunde. „Zij wil het geestelijke, zedelijke en stoffelijke welzijn van de bewoners der nederzettingen en landschappen dienen en bevorderen”, zei hij in zijn oratie als hoogleraar aan de TU Delft in 1948. Het plan wachtte toen als gevolg van de oorlog nog steeds op uitvoering. Van Eesteren baseerde zich op de Franse anarchist en sociale geograaf ülisée Reclus (1830-1905) met zijn ideaal van de ’Cité du bon accord’. Daarmee bedoelde Reclus een stad van gezamenlijke vriendschap, inspanning en welvaart.

Als de geuzenmentaliteit van de westelijke tuinsteden ergens zijn ideologische wortels heeft, dan in deze optimistische voorstelling. Maar het is de vraag of we uitsluitend met een politiek van goede bedoelingen kunnen volstaan. Met instemming las ik, alweer een tijdje geleden, een artikel in De Telegraaf waarin showbizztycoon Joop van den Ende afstand neemt van het gehakketak en de holle frasen in de politiek. „Door de eeuwen heen hebben we een traditie van onderhandelen”, zegt hij. „En keihard werken. Iets om trots op te zijn.” De politieke lading van deze uitspraak kan de goede lezer niet ontgaan.

Wanneer ik vanaf station Lelylaan ’s ochtends de trein naar Den Haag neem, loop ik in de eersteklascoupés regelmatig voorbij aan de politieke apparatsjiks die luid telefonerend verklappen waar ze hun dagelijkse bezigheid van hebben gemaakt: het pleisterplakken, het pappen en nathouden, het veiligstellen van eigen posities.

Ik beschouw Job Cohen in de traditie van de grote SDAP’ers uit de vooroorlogse jaren, als een erfgenaam ook van de intellectuelen die de droom van Nieuw-West hebben uitgetekend. Maar waar hij hardnekkig blijft volharden in zijn mantra van ’de boel bij elkaar te houden’, vrees ik dat hij, bij alle goede bedoelingen, stiekem het signaal uitzendt dat onze wereld uit mekaar valt. Het is bij hem voortdurend een vijf-voor-twaalfshow. En daarmee pleegt hij verraad aan de doortastende geest van de grote bestuurders en intellectuelen van weleer, wier insignes hij kreeg doorgereikt. De burgers verdienen, zoals Joop van den Ende in het aangehaalde interview oppert, een doordacht en inspirerend leiderschap dat de verstarring doorbreekt en een gemeenschap van goede overeenstemming smeedt. Dat Cohen zijn meest recente boek de titel ’Binden’ heeft gegeven is weliswaar een stap vooruit in vergelijking met ’de boel bij elkaar houden’. Maar het is bij lange na niet voldoende om Amsterdam of Nederland vooruit te duwen in de vaart der volkeren en de kladderadatsch, die in de lucht hangt, te voorkomen.

De ervaring dat de politiek van goede bedoelingen niet meer werkt, laat zich misschien het best aan quasiterloopse gebeurtenissen toelichten. Elke maandagavond trainen wij met een hardloopclubje langs de Sloterplas. Niet zo lang geleden gebeurde het dat twee jochies op de fiets vanaf een brug over de President Allendelaan (straatnaam uit politiek correcte tijden) omlaag kwamen zoeven en niet het fietspad kozen, maar over het trottoir in volle vaart op ons afkwamen. Door opzij te springen en een afwerend gebaar te maken leek er niets aan de hand. Maar dan hadden wij niet met de twee allochtone pubers gerekend die het afwerend gebaar onzerzijds kennelijk niet over hun kant konden laten gaan en verhaal kwamen halen, terwijl zij hun fietsen woest tegen de grond smeten. Woorden over en weer, geduw en getrek, een halve kopstoot, een pets, sussen.

We renden verder, maar niet zonder dat we merkten dat een van de jongens opgewonden z’n mobieltje te voorschijn had gehaald waarmee hij, zo werd meteen duidelijk, zijn clan wilde optrommelen om ons een lesje te leren. Jakkes, wat te doen?

We hielden groepsberaad. Niemand zag uit naar een ordinaire vechtpartij met ongetwijfeld nare gevolgen. Een loper stelde voor gewoon maar de trimroute richting zuidkant van de plas aan te houden, die ons automatisch langs een politiebureau in Osdorp zou voeren. Die optie werd met sarcasme afgewezen: de politie zou ongetwijfeld een dozijn smoezen hebben om zich niet met zo’n akkefietje in te laten. Uiteindelijk kwamen we op geen beter alternatief dan verdekt achter een heg en een kinderboerderij een klein loopcircuitje af te werken. Intussen gingen onze blikken met enige regelmaat wat schichtig naar het eind van het pad. Ze zouden toch niet? Er gebeurde niets vervelend die avond, maar waar het lopen bedoeld is ter ontspanning gingen we met een opgekropt gevoel huiswaarts. Bij het afscheid zei iemand dat je op deze manier, al was je het nooit van plan, vanzelf in de armen van Wilders wordt gedreven.

Gelukkig dondert het alleen als het regent. Hardlopen is de beste remedie tegen haatdragendheid. Het zorgt voor de aanmaak van stoffen in de hersenen waardoor we de wereld weer van de zonnige kant bekijken.

Het buitenproportioneel grote parkeerterrein tegenover ons wijkje had een jaar geleden al met tientallen nieuwe woningen bebouwd moeten zijn. Na eindeloos gesteggel tussen allerlei partijen gaf de stadsdeelraad in het voorjaar van 2006 groen licht aan een plan van het architectenbureau Rob Krier en Christopher Kohl uit Berlijn. Dit voorziet in een min of meer spiegelbeeldige voortzetting van het reeds bestaande wijkje: een postmoderne schepping waarin de stijl van de Amsterdamse School een verrassende liaison aangaat met zowel modernistische als klassieke elementen, zuiltjes, timpanen en andere hutsefluts, ruim een decennium geleden eveneens getekend door bureau Krier Kohl. Deze Noorderhof, zoals het knusse dorpje in de grote stad werd gedoopt, is sindsdien een trekpleister voor architectuurliefhebbers en -studenten van heinde en verre.

Met een beetje goede wil heeft de Noorderhof ’s zomers iets weg van een vier sterrencamping in Toscane en ’s winters van een idyllische nederzetting aan de rand van het Finse woud. Al naar gelang de weersomstandigheden vlijen de bewoners zich na werktijd in halfblote bast neer op een bankje voor het huis, een magazine in de ene hand, een glas wijn in de ander, of verzamelen zij zich op een koude winterdag voor een Nieuwjaarsduik in de aanvriezende Sloterplas. Hun kinderen vinden hier ruimte voor ongeremd speelgedrag. De ’Bijltjes’ van Ger Groot moeten in dit deel van Geuzenveld dan ook met een lantaren gezocht worden. Hier functioneert de democratie nog als een zelfstrijkend overhemd. De opzet om het verpauperde stadsdeel ten westen van de ringweg met een hoogwaardig woningencomplex te ’upgraden’, lijkt hier ten volle geslaagd.

Maar aan de rand van het wijkje loeren ogen vanuit het duister om de Noorderhof van zijn glans te beroven. Toen ik afgelopen najaar met mijn vrouw voor een kort bezoek in de Verenigde Staten verbleef, kregen wij een SOS dat dieven ons huis waren binnengedrongen door, even eenvoudig als ongelooflijk, vanaf de straatkant een zwaar vergrendeld raampje in te trappen. Onder de geroofde spullen zat, zo bleek later, het uurwerk van mijn vader dat onverstoorbaar aan zijn pols bleef doortikken op het moment dat de tijd voor zijn sterflijke gestalte definitief kwam stil te staan, hetzelfde horloge waarover ik nauwelijks driekwart jaar eerder een verhaal in Trouw had geschreven.

Zou het nu nog steeds tikken, aan een onbekende, hebzuchtige pols?

Bij terugkeer in Amsterdam bleek dat verscheidene woningen in onze wijk waren bezocht door inbrekers, naar verluidt jonge, getinte mannen. Telkens hadden zij zich toegang verschaft via een speciaal formaat raam dat slechts in een beperkt aantal woningen is ingebouwd. Op de zondag van aankomst probeerden we meteen telefonisch aan afspraak te regelen voor aangifte bij het dichtstbijzijnde politiebureau. Het centrale nummer van de Politie Amsterdam-Amstelland gaf de hele dag een bezettoon. Toen er op maandag bij de gratie Gods zonder afspraak aangifte kon worden gedaan, keek de dienstdoende agent (vrijetijdstenue, gympies) meewarig op bij de suggestie om andere huiseigenaren met identieke ramen preventief te waarschuwen. Zo’n blik van: waar bemoeit u zich mee? Met het voorstel is niets gedaan. Wel kregen we een A4’tje van slachtofferhulp in de hand gestopt.

Een van de volgende dagen fietste ik voor een afspraak de stad in. Voor het Paleis op de Dam was een kermis gaande. Terwijl ik alle aandacht nodig had op de hobbelkeien, waarmee het hart van de stad geplaveid is, een veilig spoor te vinden tussen de door elkaar krioelende weggebruikers en kermisgangers, kwam ik nagenoeg stil te staan voor een heerschap, laveloos dronken, dat midden in deze chaos ongegeneerd in het openbaar stond te urineren, door niemand en niets gehinderd, behalve door zijn eigen beschonken toestand, als gevolg waarvan hij zichzelf half onderzeek. De man had de lege ogen van een doodskop. In een flits ontdekte ik een gaatje in de menigte en met enkele stevige pedaaltrappen maakte ik dat ik wegkwam. Amsterdam, je hebt het.

Na een slepend proces van democratische besluitvorming is er voor het geplande Noorderhof Zuid nog steeds geen spade in de grond gestoken. Voor elke boom die ten bate van dit nieuwe project tegen de vlakte moest, voor elke parkeerplek die er verloren dreigde te gaan, moest een procedure van bezwaarschriften worden doorlopen vooraleer er een bindend raadsbesluit kon komen. Intussen genieten we elke avond van raï, chabee en housemuziek. Het parkeerterrein is herhaaldelijk gebruikt voor de verfilming van misdaadscènes, die inmiddels in weerzinwekkendheid door de dagelijkse praktijk worden voorbijgestreefd.

Een hardloopster uit ons maandagavondgroepje vertelde dat ze de woning van haar moeder in de buurt aan de buitenkant had versierd ter gelegenheid van haar negentigste verjaardag. Dezelfde nacht nog zijn twee inbrekers de woning binnengedrongen om de slapende bewoonster te beroven van de cadeaus, die zij vanwege de feestelijke slingers dachten aan te treffen. Aan de andere, oostelijke kant van Amsterdam is het niet veel beter. Onze zoon, student politicologie, mocht recentelijk na een avondje stappen in de hal van de studentenflat in Diemen onder bedreiging van een pistool en een elektrische wapenstok al zijn bezittingen aan twee gekleurde mannen afgeven.

Hoongelach viel dan ook moeilijk te onderdrukken toen, op dat moment nog, burgemeester Cohen in De Telegraaf beweerde dat de autoriteiten onverwijld actie zullen ondernemen zodra misdadigers in bepaalde buurten de kop opsteken. Words, words, words! En luider wordt het hoongelach bij Cohens waarschuwing om overvallers desnoods te straffen met het in beslag nemen van hun glimmende sportschoenen. Ben ik nu zo wereldvreemd, of bent u het? Sportschoenen! Ziet u ze niet rondcruisen, de snotneuzen van nauwelijks twintig, in cabrio’s die je met een brave burgerbaan nooit van je levensdagen bij mekaar kunt verdienen? Terecht heeft Sylvain Ephimenco zich in een column aan Cohens sukkelige spierballentaal geërgerd: „De lauwe thee zit Cohen vol in het bloed”. In zijn hoedanigheid van burgervader van Amsterdam heb ik de afgelopen jaren te vaak verzucht: ’Job Cohen, waer bestu bleven’, om hem als lijsttrekker van de PvdA vanwege zijn diepe stem en rijzige gestalte te bewieroken. De lamlendige Damzeikerd, midden in de verdwaasde menigte, werd voor mij het symbool van de deplorabele conditie van Nederlands hoofdstad.

Democratie is het actieve dagelijkse wilsbesluit om tot een zo breed mogelijke gemeenschap van goede overeenstemming te komen. Dat voornemen moet zo overtuigend mogelijk ten uitvoer worden gebracht in een wereld die, zoals Van Eesteren al zei, geteisterd wordt door ’spanningen tussen leven en dood’. Die spanningen zijn reëel , we moeten alleen leren ze in ons gezamenlijk voordeel te gebruiken. Democratie vraagt ook om een tweede belangrijke kracht. Namelijk het voortdurende vermogen tot vergeten, als een wijze manier om met tegenspoed en catastrofes om te gaan.

Boosheid over onrecht en strijd moet niet rancuneus blijven dooretteren en kan beter in positieve daden worden omgezet. Daarom zijn wij ’happy’ hardlopers. Bovendien woon ik in Nieuw-West. Op grond van een optimistische traditie die teruggaat tot het grondplan van Nieuw-West voel ik me verbonden met de politiek van de goede bedoelingen, mits deze steeds verwezenlijkt wordt in prestaties die tot richtsnoer dienen voor eenieder van ons. Het wordt hoogste tijd niet meer te bakkeleien, maar de vaart erin te zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden