Word je gierig van geld?

Iedereen met een platte portemonnee knikt. Er kwamen recent immers weer vele graaiers in het nieuws voorbij. Maar dat zijn liefhebbers van het grote geld, en de vraag hier draait om klein geld: neemt elk dubbeltje zijn gierigheid mee?

Dat zou zo zijn als mensen naarmate ze ruimer bij kas zitten juist eerder bukken om een stuiver van straat te rapen. Het valt mee met de mensheid: Britse neurologen laten deze week in Neuron zien dat de interesse voor wat luttele centen omgekeerd evenredig is met de financiële armslag van mensen. Wie goed in de slappe was zit, hoeft nog geen vrek te worden.

De Britten pretenderen dat zelfs in de hersenen van hun proefpersonen te zien. Het betrof studenten, en daar zaten arme sloebers en rijkeluiskinderen tussen. Zij konden 20 pence-munten verdienen, tot ruim dertig euro. Voor de armsten is dat meegenomen, maar de vraag was hoeveel moeite de rijkeren ervoor wensten te doen.

De proefpersonen moesten ontdekken na welke letter op een beeldscherm een intacte 20 pence verscheen en na welke letter een verfrommelde munt. Als ze meenden dat een letter een nette 20 pence gaf, moesten ze een toets langdurig ingedrukt houden. Hadden ze gelijk, dan was de munt binnen. Ze konden ruim honderd munten incasseren, als ze zich maar goed concentreerden en veel letter-muntcombinaties onthielden.

De neurologen vergeleken de leergierigheid met het inkomen van de deelnemers. Dat varieerde sterk, van nul tot zo’n 40 duizend euro per jaar. De armlastigen bleken drie keer zo snel door te hebben hoe ze munten konden scoren als de welgestelden. Uit noodzaak piekerde hun brein harder, terwijl de gegoede student onverschillig stond tegenover die paar grijpstuivers.

Ze wilden er in elk geval niet hun best voor doen. Dat bleek ook bij nadere inspectie van de belonings- en leergebieden in het brein. Bij studenten met een karige beurs vuurden enkele van die hersenregio’s van meet af aan heftig. Maar de reactie nam pijlsnel af nadat de betaling was gestopt terwijl het spel nog even doorging. Nu er niks meer te halen viel, stak het lerende brein er geen energie meer in.

Bij de rijkere student was het neuronale beeld andersom: hun leerkernen kwamen moeizaam op gang maar bleven doorturen nadat de poet al op was. Hun brein leek minder gericht op die paar extra centen. Dat bleek ook uit de reactie op de vraag wat te doen als ze wat klein geld op straat zouden zien liggen: „Erop af”, verzekerde de arme schooier. „Laat maar liggen”, dacht de rijkaard.

Kortom, geld maakt niet gierig? Nou ja, van een bescheiden vermogen word je niet hebberig, en dat zie je op cerebraal niveau terug.

Dagobert Duck, dat is een ander verhaal: als die jammert om het verlies van een cent, is dat niet zakelijk maar ziekelijk. Maar, reageren collega-neurologen, kijk nu ook eens of rijke stinkers wel harder gaan leren als er geen munten maar flappen blinken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden