Word je dik als je vaak na het eten gaat slapen?

Alle gehamer op het belang van beweging doet dat vermoeden. Maar als je je na elke post-lunchdut intensief inspant, breng je je energieboekhouding wellicht weer in balans. Valt hier aan te rekenen? En maakt het uit hoe je je lijf aan het werk zet?

Laten we uitgaan van een goed postuur, dat u graag zo zou houden. Dan moeten de inkomende calorieën er ook weer uit, voor honderd procent. De expert berekent dat in megajoule. De gemiddelde mens verorbert zo’n 10 megajoule per dag, of 3650 jaarlijks. Als hij er daarvan 30 per jaar oppot, komt hij een kilo aan. Zo nauw luistert het: bij een dagelijks overschot van maar 0,8 procent van je energie-inname, begint de weegschaal al te sarren.

„En die 0,8 procent zul je wel opsparen als je na elke maaltijd even gaat liggen’’, vermoedt prof. Klaas Westerterp, hoogleraar humane energetica in Maastricht. ,,Maar het gaat er meer om wat je daarna doet.”

Suffen hoeft niet erg te zijn, een rustend lichaam stookt gewoon door. Westerterp becijfert het: „Ongeveer 33 procent van de opgenomen energie gaat op aan lichamelijke activiteit en 10 procent aan de verwerking van voeding. De overige 57 procent gebruikt je lichaam om basale processen op gang te houden.” We moeten ademhalen, het bloed moet rond.

Dat rustmetabolisme regelt zichzelf, maar onze fysieke inspanning behoeft regie. Hoe raken we een derde van de geconsumeerde energie weer kwijt? Even uit- en wegzakken na het eten om daarna fanatiek te sporten? Dat is niet de manier, weet Westerterp. „Met langdurige, matige inspanning gebruik je beduidend meer energie dan met extreme activiteit. Dat laatste doen mensen doorgaans niet meer dan twee keer per week, en kortstondig. Daarna moeten ze er uren van bijkomen. En natuurlijk hebben ze dan wat lekkers verdiend.”

Vijf kilometer rennen op topsnelheid, en dan patat op de sofa, dat schiet energetisch niet op. „Als je je in het zweet squasht, gebruik je maar een betrekkelijke hoeveelheid calorieën. En die werk je weer vlot naar binnen: innemen gaat ongeveer vijf keer sneller dan het energiegebruik bij een topinspanning. We eten bijzonder snel.”

Span je kalm in, is Westerterps devies, maar wel doorbewegen. Daar hoort een relativering bij: „Met continu bewegen doe je betere zaken dan met hevig sporten, maar besef dat het nut van bewegen in geen verhouding staat tot het nut van minder eten. Bovendien moet je de genetische consitutie hebben voor een ’beweger’. Genen verklaren voor drie kwart de verschillen tussen mensen die niet kunnen stilzitten en anderen die je echt van de stoel moet trekken.”

Slapend natafelen is dus niet erg, als je maar sober eet. Zeker ’s avonds: „Je moet eigenlijk eten vóór je energie gebruikt. Wat er ’s avonds na achten nog in gaat, verdwijnt naar de reserves. Die energie is later minder gemakkelijk aan te spreken dan de calorieën die je bij het ontbijt nuttigt en daarna tegelijk weer opsoupeert.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden