Woordenverzamelaar hielp het Nederlands op weg

Deze week is de nieuwe Dikke Van Dale verschenen. Alle vijftien edities die dit woordenboek tot nu toe kreeg, zijn schatplichtig aan het werk van Cornelis Kiliaan. Ruim vier eeuwen geleden pionierde hij met het verzamelen van begrippen uit de Nederlandse taal.

De samenstellers van vorige edities van de Dikke Van Dale maakten er al geen geheim van. 'Het woordenboek van Van Dale knoopt aan (...) bij een lange traditie, die voor het Nederlands teruggaat op het beroemde woordenboek van Cornelis Kiel of Kiliaan, 'Etymologicum teutonicae linguae'', stond er al in de editie van 1976 te lezen. Het was een eerbiedige hoofdknik met reden. Ja, er waren al woordenboeken voor Kiliaans werk. Een beetje afhankelijk van de definitie van wat al als Nederlands aan te duiden was, kan bijvoorbeeld worden verwezen naar de in 1477 in Keulen verschenen 'Vocabularius qui intitulatur Teuthonista vulgariter dicendo der Duytschlender', met vertalingen van Nederrijnse woorden in het Latijn en Latijnse woorden in het Nederrijns, een taal die werd gesproken in delen van de Nederlanden en het huidige Duitsland.

Maar Kiliaan ging verder. Hij veranderde de lexicografie. Zijn eerste moderne woordenboek ging eeuwen mee, en de opvolgers daar weer van waren er in belangrijke mate schatplichtig aan.

Hoeveel talen en varianten er in de zestiende eeuw in omloop waren, blijkt al uit het grote aantal namen waarmee de woordenboekensamensteller de geschiedenisboekjes inging: Cornelis Kiel, Kiliaen, Kiliaan en ook de Latijnse versie Cornelius Kilianus werden daarin genoemd. De rond 1529 in Duffel (bij Antwerpen) geboren man was een polyglot. Hij had rechten, Latijn, Grieks en Hebreeuws gestudeerd aan de universiteit van Leuven. Kiliaan ging in de loop der jaren nog meer talen beheersen. Zelfs de 'inlichtingendienst' van de rebellerende Nederlanden maakte rond 1580 gebruik van al die kennis door hem te vragen voor het vertalen van Spaanse documenten.

De drukker Christoffel Plantijn had Kiliaans talent al veel eerder ontdekt, waarschijnlijk al in diens universiteitsjaren. De jongeling had wel oren naar een betrekking bij de Antwerpse ondernemer. Hij begon er met ambachtelijk werk: het zetten van teksten. Maar al snel gebruikte Plantijn de grootste talenten van zijn medewerker en werd die gebruikt als proeflezer en corrector. Met zijn enorme talenkennis was hij bovendien een uitstekende kracht voor het werken aan woordenboeken.

Kiliaan kwam inwonen bij de drukkerij. Plantijn kon zo dag en nacht beschikken over de man die gerust kan worden beschouwd als meestergezel. De verdiensten waren er overigens niet naar. Plantijn betaalde ongeveer de helft van het gangbare loon voor werknemers die op een vergelijkbaar niveau hun ambacht verstonden. Kiliaan bracht behalve zijn technische vaardigheden ook de nodige intellectuele bagage mee, die in het bedrijf van pas kwam. Kennelijk maakte Kiliaan er geen groot punt van. Door het vroege overlijden van zijn welgestelde ouders had hij al jong de beschikking gekregen over een mooie erfenis.

Bij Plantijn verscheen in 1573 'Schat der Neder-duytscher spraken', een vertaalwoordenboek met begrippen in Latijn, Frans en Nederlands. Wie er precies verantwoordelijk voor was, bleef in nevelen gehuld. Mogelijk was het Kiliaan, die wel als auteur vermeld werd in 'Etymologicum teutonica linguae', het eerste verklarend woordenboek in een volkstaal, het Nederlands. Na eerdere probeersels kreeg deze lexicografie in 1599 zijn min of meer definitieve vorm. Kiliaan, geholpen door een aantal medewerkers, presenteerde zo'n 40.000 woorden, afkomstig uit Vlaamse, Zeeuwse, Hollandse, Friese en Gelderse dialecten. Behalve betekenis werd ook zoveel mogelijk de herkomst vermeld. De systematische werkwijze en overzichtelijke presentatie waren nog niet eerder vertoond. De bundeling in een handzame, niet al te luxe uitgave maakte het werk bovendien redelijk betaalbaar.

In zijn inleiding schreef Kiliaan dat hij 'de taal van het vaderland hoopte te verheffen'. Dat lukte. Mede dankzij zijn toewijding en nauwgezetheid kon het Nederlands zich ontwikkelen tot een serieuze geschreven taal. De aanpak van zijn woordenboek bleef eeuwenlang nationaal en internationaal een voorbeeld.

Kiliaan zelf moest in 1604 vanwege gezondheidsproblemen stoppen met werken. Maar hij kon zijn grootste klus moeilijk loslaten. Tot vlak voor zijn dood in 1607 bleef hij verbeteringen en aanvullingen opschrijven.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden