Woordenboek van verloren Wortschatz

Net als Nederlandstaligen benoorden en bezuiden de Moerdijk zonder moeite met elkaar kunnen communiceren - tenminste als ze het AN gebruiken zoals dit in Nederland respectievelijk Belgie wordt gesproken - deden zich tussen mensen uit de oude en de nieuwe Duitse bondslanden nauwelijks moeilijkheden voor toen ze een gesprek met elkaar gingen voeren.

De verschillen tussen oost en west betroffen in de eerste plaats de woordvoorraad. Er bestaat zelfs een 'Kleines Worterbuch des DDR-Wortschatzes' dat in 1980 in Dusseldorp werd uitgegeven en dat zo'n 900 trefwoorden bevat. De uiteenlopende ontwikkeling van beide Duitse staten na de tweede wereldoorlog weerspiegelt zich natuurlijk in de woordenschat, vooral op politiek, economisch en cultureel gebied.

Vele van deze voor de voormalige DDR specifieke uitdrukkingen werden trouwens in Van Dale's Groot woordenboek Duits-Nederlands opgenomen. Hier enkele vroeger veel gebruikte woorden die er niet in te vinden zijn en die voor een buitenstaander niet zonder meer duidelijk zullen zijn.

Stutzpunkte

Weet u wat een Kinderkombination is (respectievelijk was)? Velen zullen zeker aan enig kledingstuk denken. Fout! Dat waren een creche en een kleuterschool, gecombineerd onder een dak. En een Getrankestutzpunkt dan? Al doet dit woord haast wat militaristisch aan was het toch maar een winkel, waar je 's avonds als de gewone winkels dicht waren bier, wijn, sterke drank, limonade en iets dergelijks kon kopen. Er waren nog andere Stutzpunkte, en wel Waschstutzpunkte (wassalons) en Reparaturstutzpunkte, waar doe-het-zelvers werktuig konden lenen.

De bestuurder van een maaidorser die "die Ernteschlacht schlug" (zoals je dat in de kranten kon lezen) werd Erntekapitan genoemd. Iemand die met het onderhoud van combines en tractoren belast was heette Mechanisator. Een Zootechniker had niets met de dierentuin te maken, maar was aan een Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaft (LPG, collectief landbouwbedrijf) verbonden en hield zich bezig met de veeteelt. Vooral in de statistiek werd een koe met RVG aangeduid, een afkorting voor rauhfutterverzehrende Grovieheinheit (eenheid van ruw voer etend groot vee).

Engeltje

Ook andere traditionele uitdrukkingen kregen vaak een vrij omslachtige naam. De Regale (rekken) in de winkels werden Warentrager (goederendragers) genoemd en de Stadtfuhrer (stadsgids) heette Stadtbilderklarer (stadsgezichtsuitlegger). Wat denkt u, wat achter een geflugelte Jahresendfigur (gevleugeld figuur op het eind van het jaar) schuilt? - een engeltje natuurlijk. En de Weihnachtsfeier in de vorm van een personeelsfeest werd officieel Jahresendfeier genoemd.

Aan de andere kant konden bestaande woorden een nieuwe betekenis krijgen. Zo werd Stomatologie (leer van de ziekten der mondholte) gebruikt als naam voor het studievak, dat vroeger Zahnmedizin heette.

Een instelling die in het westen al twee keer een andere naam heeft gekregen, bewaarde in het oosten de naam uit de tijd van voor de tweede wereldoorlog: Zeitkino (meestal op grote stations) tegenover NonStopKino (vroeger Aktualitatenkino, afk.: AKI).

Ook de namen Reichsbahn en Mitropa bleven in de DDR bewaard. In plaats van Mitropa kwam in 1951 in het westen de Deutsche Schlafund SpeisewagenGmbH (DSG) en de spoorwegen heten er Deutsche Bundesbahn (DB).

In de DDR bestonden geen ambtenaren, en dus werd de Aufsichtsbeamte (perronopzichter) een Aufsichter, de Zollbeamten (douanebeambten) heetten Mitarbeiter der Zollverwaltung der DDR en de Standesbeamte (ambtenaar van de burgerlijke stand) kreeg de mooie naam Beauftragter fur Personenstandswesen (gemachtigde voor zaken van de burgerlijke stand), maar voor de trouwlustigen was die de Standesbeamte gebleven.

Veel stofnamen hadden in de DDR een andere naam dan in de oude bondslanden. Voor Perlon was in de DDR de naam Dederon gebruikelijk; Trevira heette Grisuten; Resopal, een soort multiplex, werd Sprelacart genoemd en Plastik werd verkort tot Plast, der (in de omgangstaal) Plaste, die (in samenstellingen) Plasteimer (plastic emmer) in plaats van Plastikeimer. Alleen het woord Plastikbombe (plasticbom) werd in de beide Duitslanden in deze vorm gebruikt.

Typisch voor de DDR waren overkoepelende begrippen, bijv. Sprachmittler voor vertaler en tolk. Een Objektleiter kon de leider van een zaak of de verantwoordelijke beheerder van een hotel of restaurant zijn, in het Nederlands dus gerant. Winkelemente waren vlaggetjes en doeken om er bij manifestaties mee te zwaaien. Op de menukaarten (inz. van dure restaurants) kon je heel wat samenvattende uitdrukkingen vinden, zoals Sattigungsbeilagen (verzadigingstoevoegsels) - dat zijn rijst of aardappelen in verschillende vorm; Kuchengetranke (dranken uit de keuken) dat is koffie, thee, chocolade, melk; Aufgugetranke (aftrekseldranken) dus thee en koffie.

In de DDR werden betrekkelijk weinig Engelse en Amerikaanse woorden gebruikt. De officiele naam van de diskjockey was Schallplattenunterhalter (grammofoonplatenentertainer). Single was alleen bekend als enkelspel en grammofoonplaat met een nummer op elke zijde. De betekenis 'alleenstaande' kwam in het oosten pas na de eenmaking erbij. Een in het oosten veel voorkomend Engels woord, dat ze in het westen niet kenden is Broiler (braadkip). Ze hebben daar Duitse namen voor: Brathahnchen, Backhandl en dergelijke.

Subbotnik

Je moet echter niet denken, dat in de DDR in plaats van Engelse wel veel Russische ontleningen bestonden. Helemaal niet. Een van de weinige uit het Russisch overgenomen woorden is Datsche, de naam voor een weekendhuisje. Omdat het nu niet meer gedaan wordt is een ander Russisch woord aan het verdwijnen: Subottnik. Dat was vrijwillig en onbetaald werken voor bijv. de aanleg van een plantsoen, een sportterrein of iets dergelijks, wat op zaterdagen gebeurde (subbota is Russische voor zaterdag).

Andere woorden daarentegen zijn op Russische leest geschoeid, zoals Schnelle medizinische Hilfe (snelle medische hulp), een letterlijke vertaling uit het Russisch. In de oude bondslanden is dat de Notarztwagen (ziekenauto van de GGD met dokter). Neuerer (arbeider die een bijdrage levert tot de technisch-wetenschappelijke vooruitgang en de technologische vernieuwing) gaat terug op Russisch novator, een woord dat echter van Latijnse oorsprong is.

Er waren ook woorden, waarvan de betekenis in beide Duitslanden verschilde. In de DDR was een Propagandist de leider van een studiegroep in het kader van het studiejaar van de SED, terwijl een Propagandist in de oude bondslanden iemand is die reclame maakt voor bepaalde produkten en deze demonstreert (en ook verkoopt).

Over het lot van de voor de DDR specifieke uitdrukkingen, nu deze staat niet meer bestaat, zijn we voorlopig nog niet uitgepraat. GW

Jugendweihe niet ten onder

Voor de roemloos vervlogen DDR was de jeugdbeweging van groot belang. De staat wilde zoveel mogelijk invloed op de ontwikkeling van de nieuwe staatsburgers uitoefenen. Al in 1945 werden in de Sowjetische Besatzungszone pogingen gedaan de jeugd sociaal-politiek te mobiliseren. De grote man achter deze beweging was niemand minder dan Erich Honecker. In het in 1945 verschenen boek 'Jugend auf neuem Wege' staan drie bijdragen van zijn hand: 'Neues Leben Neue Jugend', 'Die Jugend voor neuen Aufgaben' en 'Der Jugend muss geholfen werden'. In de eerstgenoemde bijdrage roept Honecker nadrukkelijk ook jonge christenen op lid van de jeugdbeweging te worden.

De woord-samenstellingen met 'jeugd' waren in de DDR indicatief voor de plaats die de jeugd binnen de politieke organisaties bezat. Zo waren er 'Jugendbrigaden', 'Jugendobjekte', 'Jugendwerkhofe', 'Jugenstunden' en 'Jugendweihe'.

De 'Jugendweihe', zeg maar jeugdwijding, stond in het middelpunt. Ze was volgens het thans meer dan vroeger onmisbare 'Kulkturpolitisches Worterbuch':

"De sociale instelling in de DDR ter ondersteuning van de communistische opvoeding van de jeugdigen in hun achtste schooljaar. Als deel van het geintegreerde socialistische onderwijssysteem draagt de Jugendweihe ertoe bij, aan de jeugdigen in de praktijk te gebruiken kennis door te geven die gebaseerd is op een wetenschappelijke wereldbeschouwing en een socialistische moraal. Verder wil de Jugendweihe de jongeren in de geest van het socialistisch patriottisme en het proletarisch internationalisme opvoeden en hen helpen, zich op de actieve deelnaming aan de verdere ontwikkeling van de socialistische maatschappij en een het scheppen van fundamentele voorwaarden voor de geleidelijke overgang naar het communisme voor te bereiden."

Belijdenis

Om tot de waardigheid van de wijding te worden toegelaten, moesten eerst als een soort catechisatie - tien Jugendstunden worden gevolgd, die volgens een centraal 'Jugenstundenprogramma' waren opgezet. Deze lessen dienden ter voorbereiding op de geloften, die de jongens en meisjes uiteindelijk moesten afleggen, een belijdenis van het geloof in het socialisme, een eed van trouw aan het socialistischje vaderland, aan de vriendschap met de Sowjet-Unie en aan de verheven doelen, idealen en morele opvattingen van de socialistische maatschappij. Bij de plechtigheden die vanaf 1955 plaatsvonden, ontvingen de 'Weihlinge' het boek 'Der Sozialismus - deine Welt'.

De verleden tijd in het voorafgaande is misplaatst. De Jugendweihe blijkt in de voormalige DDR nog springlevend te zijn. Volgens de 'Interessenvereinigung Jugendweihe eingetragener Verein' hebben in april, resp. begin mei 1992 80 000 jongeren in de nieuwe deelstaten van de BRD aan de Jugendweihe deelgenomen. De socialistische formules zijn uiteraard weggevallen. Gebleven is een centraal merkeringspunt in het leven, een moment dat samen met opa's en oma's en andere familieleden groots wordt gevierd. De vereniging voor instandhouding van de Jugendweihe heeft historisch gezien goede papieren.

De Jugendweihe is niet van vandaag of gisteren, zij ontstond als in het midden van de vorige eeuw bij de zogenaamde 'Deutsch-Katholiken' en werd gretig overgenomen door de socialisten die om een pseudo-religieus ritueel verlegen zaten. In 1890 werd de eerste 'Proletarische Jugendweihe' in Hamburg gevierd in de kring van toenmalige Vrijdenkers.

AJC

Tijdens de plechtigheid die dit jaar (dus in 1992) in Hamburg plaats vond, sprak de burgemeester van Hamburg Henning Voscherau over de humanistische uitgangspunten en de ethische orientaties van de Jugendweihe. In Nederland zijn bij mijn weten nog geen stemmen opgegaan om een vorm van Jeugdwijding in te stellen. Ik neem aan, dat de Jeugdbeweging in Nederland vroeger wel zoiets gekend moet hebben. Of schuwden de leden van de Arbeiders Jeugd Centrale zulke verheven momenten, die de jonge mens een nieuwe levensfase lieten binnengaan?

In het nieuwe Duitsland uit zich de maatschappelijke onzekerheid in het verlangen naar zinvolle rituelen. Er is zelfs sprake van een algemene invoering van een 'Schulentlassungsfeier'. Mooier dan met dit woord kan het verschil tussen het Duits en het Nederlands niet worden gedemonstreerd. HE

In een groen knollenland

De 'Green Point' -telefoon noemt de PTT haar jongste produkt, een draagbaar telefoontoestel waarmee je midden op straat kunt bellen, als je tenminste in de buurt van een van de tweeduizend 'green points' bent, die als zender-stationnetje fungeren. Niet om het plezier nou te bederven, maar is dit niet gewoon een veredelde telefooncel zonder cel, waarvoor je in plaats van met kleingeld of een telefoonkaart in je zak met een hoorn aan je broekriem rond moet lopen? En die tweeduizend groene punten staan ook vast niet 'in the middle of nowhere', waar het toch al zo moeilijk aan telefooncellen komen was. Bovendien, en dat dunkt ons het grootste bezwaar, je kunt er wel mee bellen maar er niet op gebeld worden, en dat terwijl je nu juist zo graag op al die onhergbergzame plekken in Nederland bereikbaar wilt zijn, want zelf bellen in de natuur, ach, dat ging vroeger ook al, bij vriendelijke dorpelingen of in rustieke cafe's.

Maar niet gebeld kunnen worden in een cel of aan je broekriem is, voor wie anders gewend is, een aanzienlijk bezwaar. In de Verenigde Staten van Amerika, het beloofde land immers, kun je je wel op een publiek telefoontoestel laten bellen, hetgeen wel eens het ietwat absurde plaatje oplevert van een midden in de wildernis rinkelende telefoon zonder potentiele ontvanger in de buurt. Neem dan niet op! In negen van de tien gevallen is de 'blinde' beller namelijk de 'operator', die de laatste gebruiker van de telefoon aanmoedigt er alsnog wat munten bij te gooien.

Uitslover

Het gaat ons hier echter niet om het produkt zelf maar om de naamgeving (laten we er mnaar van uitgaan dat de PTT haar jongste niet vernoemd heeft naar het plaatsje Greenpoint, uit de TVserie 'Our Gang'). Het 'groen' in de naam suggereert een mate van mileuvriendelijkheid, die doet denken aan uitsloverige wasmerken. Maar groen is nu eenmaal al jaren de PTT-huiskleur en wordt volgens de kleurenpsychologie allerwegen geassocieerd met prilheid, rust en veiligheid, alles wat zonder pretenties aangenaam is. Wij leven in een groene tijd.

Wie zou niet in Groenekan, Groenlo, Greenwich of op Groenland willen wonen, met uitzicht op weilanden met kikkers, en boeken van Graham Greene of Groen van Prinsterer lezend, de Groene Amsterdammer of Hoe groen was mijn dal, om vervolgens groene kool te eten en met zijn Groenendaler herdershond een ommetje te maken?

Negatieve connnotaties bij 'groen' zijn uiterst zeldzaam. 'Groene staar' is er een voorbeeld van en uit de vaderlandse geschiedenis kennen we 'het groene zoodje', zijnde de plaats in Den Haag waar het schavot werd opgericht en waar in 1672 de gebroeders De Witt door het janhagel werden vermoord.

Vanuit het oogpunt van reclamevoering is de politieke kleur van 'Groen Links' en de 'Grunen' een verstandige keus, geheel afgezien van hun betrokkenheid bij de natuur. Overigens is 'groen' in de politiek natuurlijk niet per se 'milieubewust'. In de beginjaren schreef D66 haar naam met groen, een praktijk die tegenwoordig door het CDA overgenomen is. En tussen de vijfde en de achtste eeuw bestond er in het Byzantijnse rijk reeds een partij der 'Groenen', zo genoemd naar de kleuren waarin sommige wagenrenners in het Constantinopelse hippodroom gekleed gingen. Deze oude Groenen hadden met natuurbeheer niets te maken, zij poogden de politiek in orthodox-christelijke banen te leiden.

Groenland

Voor wie 'groen' denkt is Groenland wel het beste land ter wereld (het ressorteert trouwens nog altijd onder Denemarken, dat onlangs in een Amerikaans onderzoek tot beste verblijfplaats op aarde werd uitgeroepen), hoewel het de vraag is of het eiland niet net zo groen is als de black box zwart is, namelijk in het geheel niet. In het Engels en het Nederlands wordt de, al dan niet terechte, groene uitstraling van het eiland gehonoreerd, maar andere talen zijn skeptischer. Zo heet ons Groenland in het Duits geen Grunland, zoals je zou denken, maar de Duitsers doen of ze Deens kennen en noemen het (a la het Deense Grnland) Gronland en denken daarbij helemaal niet aan de kleur groen. Grunland betekent in het Duits 'grasland'. En ook voor Fransen heeft Groenland niets van 'vert', het heet daar Groenland.

Hoe het ook zij, de uitstraling van het begrip 'groen' op produkten die verkocht moeten worden is tegenwoordig enorm. In zijn standaardwerk op het gebied van kleurenpsychologie en reclame, Farbe zu verkaufen, geeft dr. H. Frieling de volgende zielkundige inhoud aan de kleur groen: 'Het is het beeld van het levende, dat zich in het stoffelijke laat zien. Groen behoort bij het leven, het is de eerste kleur die men ziet, als het bladgroen zich in de ontkiemende plant vormt, de kleurstof die het wonder voltrekt organische stoffen uit het anorganische op te bouwen, met de zon als krachtbron en de aarde als basis. Tussen zon en aarde, licht en duisternis staat het daar, maar niet zoals grijs om de tegenpolen te verdoezelen, maar als een janus-kleur, met een blauw en een geel aspect.

Blauw en geel vertegenwoordigen in het leven duisternis en licht. Groen vat die beide samen. Omdat groen in het materiele (materia, mater = moeder) wortelt en de zon (de man!) nodig heeft, is het het symbool van het voedende, vruchtbare leven. Het oud-hoogduitse woord 'gerun' hangt waarschijnlijk met 'begeren' samen. Als iets groen wordt, betekent dat hoop op nieuw leven, want 'grun ist allein des Lebens goldner Baum'. Groen kalmeert onze zenuwen, in de schoot van Moeder Natuur.'

Favoriet

En zo gaat deze zaligspreking van de kleur groen nog enige tijd voort. Overigens beveelt Frieling 'groen' niet voor ieder produkt aan. Zo stelt hij vast dat een groene auto een bescheiden indruk wekt en minder geschikt is om duurdere gelegenheden mee te bezoeken. En zonnecreme in groene verpakking, om maar iets anders te noemen, kan weliswaar geen kwaad maar zal de gebruiker eerder op de beschermende werking attenderen dan op een uitnodiging tot zon-aanbidding en bruinwording. Over de kleur groen in verband met telefoontoestellen laat Frieling zich helaas niet uit. Wel leert hij ons nog dat groen onder schoolplichtige kinderen de favoriete kleur is bij elf- en twaalfjarigen en dat het in het rijtje favoriete kleuren voor alle leeftijden en gezindten een onopvallende derde plaats inneemt, achter blauw en rood. Maar zijn boek verscheen dan ook in de jaren vijftig, ver voor de huidige Groene Golf, waarvan dus ook de Green Point-telefoon, al dan niet met opzet, haar graantje meepikt. Rob Schouten

Getijden (1)

In ons O. O. derde jaargang nr 41, stond een beschouwing over eb en vloed, waar een aantal afnemers kritische kanttekeningen bij hebben geplaatst. Zo meent afnemer J. P. Jongejan te Leiden, dat de bewering dat twee weken na volle maan er een halve sikkel aan de hemel staat en het weer twee weken later nieuwe maan is, onjuist is. Afnemer Jongejan nam even de tijd, waarschijnlijk voor een praktische controle, en schrijft: "Ik heb in de natuur niet kunnen ontdekken dat de omloopsnelheid van de maan gehalveerd is. Of ligt dat in de verre toekomst? Tot nu toe duurt ieder maankwartier ongeveer een week."

Afnemer Herman Verheijke te Amstelveen komt in het geweer tegen de stelling dat de dagen korter worden door de getijdewerking. Zelfs niet 0,0016 seconde per eeuw, zoals een afnemer in ons O. O. derde jaargang nr 42 liet weten: "de daglengte neemt juist toe met 0,0016 sec. per eeuw."

Getijden (2)

Een prachtige illustratie van het verschil tussen eb en vloed, wordt ons aangereikt door afnemer Abr. Heringa te Usselo. Hij wijst ons op het lied 'Abide with me' van Francis Lyte.

"Volgens Willem Barnard in het onvolprezen Compendium bij het Liedboek schreef Lyte dit lied als een zwanezang nadat hij zijn laatste preek had uitgesproken over Lukas 24:29. Dat was op 4 september 1847. Daarna vertrok hij naar Zuid-Frankrijk en stierf op 20 november aan tbc.

Lyte is een kwart eeuw predikant geweest in Brixham, een havenstadje in Devon. Daar heeft hij dus dagelijks het enorme verval bij eb gezien. Dat hij dit als opening neemt in zijn vers over verval en behoud, maakt het extra indrukwekkend. Vergelijk maar de Engelse tekst van de eerste strofen met de Nederlandse vertalingen:

Abide with me; fast falls the eventide: The darkness deepens; Lord with me abide: When other helpers fail, and comforts flee, Help of the helpless, O abide with me. Swift to its close ebbs out life's little day; Earth's joys grow dim, its glories pass away; Change and decay in all around I see: O thou who changest not, abide with me.

Het Liedboek voor de Kerken vertaalt:

Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt. De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt. Andere helpers, Heer, ontvallen mij. Der hulplozen hulp, wees mij nabij. Wees bij mij, nu de dag ten einde spoedt. Alles verdoft wat glans bezat en gloed. Alles vervalt in 't wisselend getij, maar Gij die eeuwig zijt, blijf mij nabij.

In de bundel '38 van de Hervormde Kerk staat het vertrouwde:

Blijf bij mij Heer, want d'avond is nabij. De dag verduistert, Heere blijf bij mij! Als andere hulp m'ontbreekt, 't geluk m'ontvliedt, der hulploozen hulp, verlaat mij niet. Weldra verloopt des levens kort getij, vreugde verdoft, de glorie gaat voorbij. Alles verzinkt, waar ik mij henen keer: Gij houdt uw trouwe, o blijf bij mij Heer!

Barnard c.s. (Liedboek) is veel sterker dan Schim van der Loeff c. s. ('38). Barnard vindt het zelf ook 'niet zo eenvoudig in het Nederlands een even overtuigende taal te spreken'. De notities van Lyte zitten er wel in, maar toch minder krachtig. Het is me gebleken, dat veel Nederlanders bij dit lied helemaal geen behoefte hebben aan beelden van krachtig verval. In het crematorium wil men het juist horen in de zoetst gevooisde versie, bij een rouwdienst in de kerk liefst zingen in de oude berijming.

Zou dat nou allemaal komen door het verschil in getij tussen Devon en Zandvoort? Het lijkt me heel goed mogelijk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden