Woorden vormen mijn legeruitrusting Margriet van der Linden

Margriet van der Linden (Nieuw-Lekkerland, 1970) is journalist en auteur.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"In het begin is het wel prettig, met een Vader in de hemel die van alle kinderen houdt. Dan komen, na Noach met z'n ark, al die dieren twee bij twee, en het kindje in de kribbe, de andere verhalen: over erfzonde, bekering, verlossing en dankbaarheid. Een model dat erin wordt geramd. En God is niet langer een Sinterklaas, maar het Opperwezen dat alles, werkelijk alles bestiert. Tot en met de stoplichten aan toe. Het is allemaal Zijn bedoeling. Abortus mocht niet, zelfs niet na incest of een verkrachting, omdat we eerbied moeten hebben voor alles wat God geschapen heeft.

Toen mijn geweten zich ging ontwikkelen en ik mij bewuster werd van oorzaak en gevolg, sloeg het gevoel van veiligheid om in angst. Daarna kwam het afscheid. Zo kon ik niet leven. Het gekke is: toen ik mij eenmaal aan het geloof had ontworsteld, was het lastig om te herijken. Daar heb ik tot op de dag van vandaag nog wel eens moeite mee. Ik vind dingen vrij snel oppervlakkig, en dat is in de meeste gevallen niet terecht. En soms denk ik, heel kritisch, dat er maar een beetje wordt aangerommeld of zo...

Twee jaar geleden werd mijn schoonvader in zeer korte tijd ernstig ziek. Hij wilde niet wachten tot het lijden ondraaglijk werd en nam, heel moedig, het besluit tot euthanasie. Ik was erbij en ik merkte - eigenlijk voor het eerst sinds ik de kerk voorgoed achter mij had gelaten - dat alles in mij op scherp ging staan. Wat vónd ik hier nou van? Ik lag er enorm mee overhoop en ik denk nu dat die gebeurtenis iets heeft open gewrikt; ik ben daarna aan mijn boek, mijn zoektocht, begonnen. Het is geen schopperig boek geworden.

Ik kan, bij alles wat er misging en niet deugt, ook zien dat de kerk een participatiesamenleving in volle glorie was, met busjes die reden voor bejaarden, huisbezoek voor eenzame mensen, bloemstukken die bij de zieke gemeenteleden werden bezorgd. Men had enorm veel oog voor elkaar. Zo lang je maar deed wat God van je verlangde, leefde volgens de regels die Hij voor ons had bedacht

Er is niets in de plaats gekomen van die Ene - ik geloof dat alles overal wel zo'n beetje in zit. God is voor mij een gedachte geworden, een concept, zoals Karen Armstrong dat in haar boek over God heeft beschreven; het grote Ego dat je ooit ergens in de hoogte had bedacht, zit in jezelf. Daar gaat het uiteindelijk om: dat je wezenlijk jezelf wordt."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Natuurlijk is het niet bij een potje tennis begonnen; het was mij om háár te doen. Een beroemde vrouw die heel goed tenniste, alle grote prijzen won. Wat veel jongens hadden met Johan Cruijff, had ik met Martina Navratilova. Maar dan nét iets meer... Ze was ook een vrouw met een vriendin, een vriendin die een openhartig boek had geschreven over hun relatie. Ik was op een obsessieve manier met haar bezig - sportverdwazing, heldenverering; precies waar ze in de kerk zo bang voor zijn. We voerden lange gesprekken, fietsten jarenlang samen naar school. Niemand had in de gaten waar Navratilova werkelijk voor stond. Ik was erg bedreven in het optrekken van rookgordijnen. Mijn vader maakte zich wel eens zorgen omdat ik altijd met jongens speelde en ik uitte mij soms zó homofoob dat mijn moeder mij weleens tot de orde moest roepen: 'Wees toch niet zo onaardig.'

Navratilova heeft mij die moeilijke jaren doorgesleept. Ik heb nog altijd een warm gevoel voor haar, ik volg haar op Twitter en als ik haar bij Wimbledon op de tribune zie zitten, veer ik altijd even op. Nu ik in mijn boek over haar heb geschreven, lijkt het steeds meer mensen een goed idee dat ik Navratilova ga ontmoeten. Dat hoeft niet, lieve mensen! Ze was mijn imaginaire vriendin, ik ontmoette haar destijds op een vrijplaats in mijn hoofd. Ik kom daar nog wel eens, maar ik kan er inmiddels heel goed alleen zijn."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Er was iets nog veel erger dan het ijdel gebruiken van Gods naam: de zonde tegen de Heilige Geest. Een zonde waarvoor geen vergeving mogelijk was. Ik heb altijd gegruwd bij de gedachte dat oudere dametjes uit onze kerk - braaf geluisterd en meegezongen, geld in de collectezak, één pepermuntje per kerkdienst, ouderlingen over de vloer - krijsend het leven lieten omdat ze bang waren dat ze ooit gezondigd hadden zonder het te weten.

Er waren dominees die zeiden: 'Als je ervan overtuigd bent dat je een zonde tegen de Heilige Geest hebt begaan, heb je dat waarschijnlijk juist niet gedaan.' Dus? Wie denkt dat hij braaf is, blijkt later schuldig te zijn? Het is een naar systeem; een misdadige manier om mensen in de tang te houden."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Laatst reed ik op een zaterdagmiddag met Kitty door Elspeet. Het was pas half vier of zo, maar de meeste etalages werden opgeruimd en overal zag je de luiken zakken. Ik ging terug in de tijd: zo voelde dat. De rust die neerdaalde over het dorp, de zondag zat eraan te komen... Ik ben er heel lang in meegegaan. Twee keer naar de kerk. Niet sporten. Geen televisie. Er was zoveel wat niet mocht, zoveel wat moest. Ik ging mij er op den duur, samen met mijn oudere broer, een beetje tegen verzetten. Mogen we misschien langs de heg, aan de andere kant, badmintonnen? Als we in de tuin spelen belandt de shuttle elke keer in de perenboom... Of: moeten we echt altijd lopend naar de kerk? Ik ga de volgende keer met de fiets, hoor.

Ik denk er nu aan terug, haal herinneringen op, maar het zit niet meer in mijn systeem. Weet je wat ik wél heb overgehouden aan mijn streng gereformeerde opvoeding? Dat ik nog steeds enorm perfectionistisch ben. Als dingen mislopen of verkeerd uitpakken kan ik daar langer dan gewenst last van hebben. Dat komt daarvandaan. Zo'n fundamentalistisch geloof is een soort geweldsexercitie, dag in, dag uit, want je kleunt natuurlijk voortdurend mis. Je komt te laat op een afspraak - sorry nog, daarvoor - je doet onaardig tegen je buurvrouw, afijn: die Tien Geboden worden met een beetje goede wil binnen een jaar wel tien keer overtreden. Je doet het nooit goed. Hoezeer je ook je best doet."

V Eer uw vader en uw moeder

"Sinds ik in interviews heb verteld dat ik al vier jaar geen contact meer met mijn ouders heb, krijg ik voortdurend, ongevraagd, allerlei adviezen. Over hoe ik het goed zou kunnen maken. Het liefst met de Kerst weer bij elkaar. Het hoogtepunt van 'Spoorloos' is de hereniging van moeder en kind, dan piekt het in de kijkcijfers. Moeder en kind. Het is gewoon de piëta. Het is onbestaanbaar dat je ervoor zou kiezen om geen contact meer te hebben met de mensen die je hebben verwekt. 'Ze houden toch van je?' Ze houden beslist van me. Ze houden zelfs zoveel van mij dat ze willen dat ik voor eeuwig ga leven. Dat maakt het juist zo wrang. Kon ik maar zeggen: die twee, dat zijn gewoon halve tbs'ers, wegwezen! Dan zou iedereen het meteen begrijpen.

Maar het zijn juist mensen die mij liefdevol en met de beste bedoelingen hebben opgevoed. Het enige wat ik moest doen was de steile tak van het geloof vasthouden. En o ja, liever niet lesbisch zijn. Niet trouwen met een vrouw. Het leven zoals ik het heb ingericht heeft voor hen geen waarde. En dat is meer dan alleen een verschil van opvatting. Het is zoiets als tegen mijn ouders zeggen: goed, ik kom terug als jullie stoppen met geloven. Met dit verschil dat het mij niet uitmaakt hoe zij hun leven leven. Al geloofden ze in kabouters.

Natuurlijk is er teleurstelling en gemis. Ik zal niet ontkennen dat ik, denkend aan beelden en geuren van vroeger - van de heerlijk ruikende bovenarmen van mijn moeder tot de erwtensoep aan toe - menig avondje heb zitten jammeren, maar ik heb dit boek niet geschreven met het idee dat zij het ook zullen lezen. Ik heb in de afgelopen jaren niet de indruk gekregen dat ze zich interesseerden voor mijn werk. Opzij? Lezen ze niet. 'Zomergasten'? Ze hebben geen tv. Van een vriendin, wier moeder toevallig ook in Ridderkerk woont, hoorde ik laatst dat 'De liefde niet' daar helemaal was uitverkocht, maar ik heb niet de illusie dat mijn ouders het boek hebben aangeschaft... Weet je wat daar nog bij komt? Ik ben in de loop der jaren gaan inzien dat ik onmiskenbaar hun kind ben. In bepaalde gedragingen, misschien ook wel in de halsstarrigheid, maar vooral in het frustrerende gevoel van onmacht."

VI Gij zult niet doodslaan

"Woorden vormen mijn legeruitrusting. Als het zover komt dat wij moeten gaan duelleren, dan leg ik je om. Ik vind het geen prettige kant van mezelf, maar aan de andere kant: in het gewone dagelijkse leven ben ik beslist niet agressief. Soms fantaseer ik wel over een leven aan de zelfkant. Ik ben erg gesteld op Inez Weski, die als advocate onder andere de Aquino-clan, een soort Belgische maffiafamilie, vertegenwoordigt. Een tijd geleden zei ik tegen haar dat het me wel iets leek om een misdaadorganisatie te leiden. Een beetje zoals Carmen in de televisieserie 'Penoza', maar dan niet zo gewelddadig. Gewoon een nette kraak zetten, een slag slaan, bamm, in één keer van al je financiële zorgen verlost. Waarop zij, op haar typische Inez Weski-manier, met een onderkoelde blik in die prachtig opgemaakte ogen van haar, antwoordde: 'Het probleem met dit soort kwesties is dat het altijd uitkomt, waardoor je uiteindelijk moet leven alsof de duivel je op de hielen zit.' Tja. Daar heb ik ook geen zin in, natuurlijk."

VII Gij zult niet echtbreken

"Ik heb veel en vaak liefgehad, de ene keer duurde het iets langer dan de andere keer, maar het was vooral een periode van ernstig zoeken. Helemaal niet zo'n leuke tijd, achteraf bezien. Op een gegeven moment dacht ik zelfs een stemmetje te horen dat zei: 'Zie je nou wel dat ze gelijk hebben? Een lesbische relatie, dat kán gewoon niet. Het is vlek op vlek.' Totdat Kitty kwam, inderdaad. Toen brak er een vrolijke periode aan waarin ik ook veel zekerder werd van mezelf. Zij wil niets aan mij vertimmeren, ze houdt van mij zoals ik ben. Dat is voor mij heel belangrijk. Als er namelijk één ding is dat ik niet meer wil, is het dat: te moeten voldoen aan het plaatje dat een ander - God of mens - voor mij in gedachten heeft."

VIII Gij zult niet stelen

"Er is in mijn leven al heel wat van mij gestolen: fietsen, laptops, huisraad. Ik vind vooral het gedoe erna zo vervelend. Nu kom ik te laat, moet ik weer een andere fiets gaan kopen, aangifte doen, verzekeringskantoor bellen, ga zo maar door. Met andere woorden: pas als je het voelt, wordt het een probleem. Toevallig is vorige week mijn fiets alweer gestolen. Klootzakken, tuurlijk, allemaal, maar als ik nóg een fiets had gehad, zou je mij nu niet hebben horen klagen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"De hoofdpersoon en de schrijfster van 'De liefde niet' zijn op onderdelen verschillend, maar in grove lijnen een en dezelfde figuur. Ik heb het meisje van toen opgezocht, ik wilde haar opnieuw leren kennen. Grote delen uit haar jeugd had ik weggestopt, gewoon, omdat ze mij niet van pas kwamen. Ik wilde het spelende kind terugvinden, maar ik kwam ook terug bij de ontkenning en de eenzaamheid. Dat kind van toen wist al heel snel: dit kan zo niet, hier word ik geen heel mens van. Toch is de schrijfster, ik - hm... nu begin ik op iemand met een meervoudige persoonlijkheidsstoornis te lijken, geloof ik, maar goed - nog lange tijd zo doorgegaan. Ik had geen tijd voor die ingewikkelde gedachten van dat lastige kind. Al schrijvend ben ik weer van haar gaan houden. Een lief en ploeterend kind. In 'De liefde niet' heet ze nog M.; ik ben het, maar nog niet helemaal. Begrijp je? Ik denk dat ik in een volgend boek mezelf nog dichter zal naderen. Ja, ik eindig als Margriet. Dat zit er dik in.'

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Ik ben heel lang ontevreden geweest. Misschien vooral met het feit dat ik niet tevreden kon zijn. Het is zo'n gereformeerd woord: tevreden. Bleh. Want ik vind dat je ook best mag zeggen: 'Kom op, zo is het nog niet goed genoeg'. Dingen najagen, ambitieus zijn. Niks mis mee. Maar ik zat gewoon nog niet in het juiste spoor. Een vervelend gevoel.

Rond mijn veertigste begon er van alles te kantelen. Ik was net begonnen bij Opzij, ik ontmoette Kitty, ik werd gevraagd voor de presentatie van 'Zomergasten'... alsof ik met een stoptreintje van Alexanderpolder, via Woerden en Gouda, naar Amsterdam Centraal was gereisd om daar ineens op de TGV naar Parijs over te stappen.

Ja, ik zit nog steeds in die hogesnelheidstrein - ik blijf graag in beweging, of zoals mijn vader vroeger zei: 'Jij bent altijd de hort op!' - maar het lijkt erop dat ik alles nu veel bewuster meemaak dan voor mijn veertigste. Ik wil dichter bij mezelf blijven; het spelende kind nooit meer uit het oog verliezen."

Ze was vijf jaar hoofdredacteur van Opzij, presenteerde één seizoen 'Zomer-gasten' en was in het tv-programma 'Wie is de mol?' dit jaar de mol. Onlangs verscheen haar roman 'De liefde niet', gebaseerd op haar jeugd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden