woorden die je wegvoeren

Lezen is reizen.

Uitzicht op een leeg landschap
"Hoe meer oceaan ik bekeek, des te meer moest ik ervan zien, misschien om mij ervan te vergewissen dat het almaar doorging en dat de horizon nooit dichterbij kwam."

De Britse schrijfster Jenny Diski is helemaal niet zo'n reiziger, schrijft ze zelf in de inleiding van haar met de Thomas Cook Award bekroonde 'Vreemdeling in een trein', waarin ze per vrachtboot van Engeland naar Amerika vaart om daar een rondreis te gaan maken per trein. In haar reisboeken beschrijft Diski haar indolentie ('mijn voornaamste eigenschap'), haar verlangen om met rust te worden gelaten, zich terug te trekken in een besloten ruimte: ze is dol op boten en treinen, liefst met uitzicht op een leeg landschap. Haar hang naar 'meer wit' ('Schaatsen naar Antarctica'), roerloosheid ('Vreemdeling in een trein'), stilte en duisternis ('On Trying to Keep Still') hebben een donkere onderstroom, maar Diski zelf doet er niet zo moeilijk over. Het heerlijke eerste hoofdstuk van 'Vreemdeling in een trein' speelt zich af op de vrachtboot, waar ze praat met Kroatische zeemannen en geobsedeerd raakt door de zee. Zelfs tijdens het tandenpoetsen houdt de schrijfster één oog op het raam gericht uit angst om iets te missen, en dat iets is dan niet de springende dolfijn of de opduikende walvis (die ze ook ziet), nee, 'het was de angst om al het niets dat er gebeurde te missen.' Dagdromende Diski is de ideale reisschrijfster voor lezers die in wezen ook thuisblijvers zijn.

Het echte Malta viel tegen
"De sage ging, dat onder 't zengen

der felle zon in 't middaguur

de stad soms ongemerkt versteende

en dat - verbijsterd door dit duivels avontuur -

een schipper, die de haven binnendreef,

zijn roer omgooide en

geen uurlang bleef.

De boot ligt stil - haast vloeibaar trilt

op dek de hitte boven ijzerplaten;

het oog, door schellen damp verblind,

keert zich naar binnen. Een klokslag valt;

hees en gebarsten dwaalt,

en half voltooid als in een droom, een dor geluid door dode straten,

En sterft, verstikt door rots en stof en zon.

Maar dan breekt onverwacht, heel wild,

uit alle klokketorens tegelijk

schel en gejaagd gelui; dronken

van angst, als 't loeien der sirenen

op een zinkend schip. Klokken en stenen

worstelen in doodstrijd voor een ogenblik,

verward, kortademig, verhit,

en dan is alles weer in slaap verzonken."

Ooit ben ik naar Malta gereisd vanwege het bovenstaande gedicht van F.C. Terborgh, 'La Vallette'. Maar de klokken bleken er niet op die manier te luiden. Terborgh beschrijft het échte Malta. Het eiland dat onder diezelfde naam in de Middellandse Zee ligt, is daar een verdienstelijke, maar niet volledig geslaagde illustratie van.

Deze passages zijn Jann Ruyters en Ger Leppers dierbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden