Woord voor woord, klank voor klank

'Beginnen met het lezen van poëzie betekent dat je ermee instemt dat je niet meteen alles begrijpt'

Olijven moet je leren lezen. Een intrigerende titel, zeker. Maar elke keer dat ik 'm las, dacht ik: "ergens klopt er iets niet, of niet helemaal". Ver weg doemde steeds dat beeld van die borreltafel op, met naast de Franse kaas en het bakje nootjes een schaaltje olijven. Mijn dochter - toen nog geen 2 - was er altijd als de kippen bij. Nauwelijks was de toost uitgebracht of de olijven waren weg. Allemaal verdwenen in de mond van dat kleine meisje. Destijds vond ik dat ze een heel bijzondere eter was: worteltjes no way, maar olijven... Inmiddels weet ik beter, ken ik hordes kinderen die zo'n bakje olijven (groen, zwart, met of zonder pit), met smaak verorberen.

Ellen Deckwitz vergelijkt het eten van olijven met het lezen van poëzie: beide vragen een geoefende smaak. Op die vergelijking kom ik later terug, maar Deckwitz heeft natuurlijk zonder meer gelijk als ze beweert dat poëzie door zoveel vooroordelen en hardnekkige misverstanden wordt omgeven dat veel mensen er niet eens aan durven beginnen. Dus stelde ze een bundel samen, gebaseerd op columns die ze eerder maakte voor NRC.next, om die koudwatervrees weg te nemen.

Het werd een aanstekelijk en - niet onbelangrijk - zeer toegankelijk boek, dat dolende zielen voor de poëzie kan winnen. En dat is nodig, schrijft Deckwitz in haar inleiding, want we leven in een tijd waarin 'media en politiek uitblinken in het rondbazuinen van holle frasen', reden genoeg om "beter te leren lezen, beter te leren luisteren naar wat er nou echt wordt gezegd, wat er nou echt staat".

De dichteres, die zelf inmiddels flink naam heeft gemaakt, die als geen ander weet hoe je een publiek in een zaal met poëzie om je vinger kunt winden, haalt in 'Olijven moe je leren lezen', de poëzie uit de ivoren toren waar ze volgens velen nog altijd vertoeft. Aan de hand van voorbeelden uit de moderne wereldpoëzie maakt ze duidelijk dat gedichten wezenlijk onderdeel zijn van het dagelijks leven.

Vragen van sceptici wappert Deckwitz niet meteen als onnozel terzijde: wat is eigenlijk het nut van een gedicht? Waarom zegt de dichter niet gewoon wat hij bedoelt? Ze spot er lichtjes mee, om er vervolgens open en serieus op in te gaan. Om aan de hand van een gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek "Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water, / is liefhebben met elke nog bruikbare porie, / is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren" meteen te zeggen waar het op staat: dichten is helemaal niet gewóón zeggen wat je bedoelt. Zie hoe in deze regels iemand woord voor woord, komma voor komma, klank voor klank, beeld voor beeld, heel precíes de sensatie van het zwemmen probeert te vangen.

Dichten, schrijft Deckwitz, is met taal ergens omheen cirkelen dat zich niet eerder in taal liet vangen.

Dat betekent niet meteen dat ieder gedicht zich van A tot Z blootgeeft. "Beginnen met het lezen van poëzie is ermee akkoord gaan dat je niet meteen alles begrijpt." De light verse van Drs. P. lees je anders dan het werk van P.C. Hooftprijswinnaar Tonnus Oosterhoff, bijvoorbeeld. Om een luikje naar de poëzie van die laatste te openen, haalt Deckwitz de televisieserie 'Seinfeld' van stal. Hoewel ikzelf nooit een aflevering 'Seinfeld' zag, kan ik me voorstellen dat het werkt. Dat middelbare scholieren, aan wie Deckwitz regelmatig lesgeeft, juist door zo'n televisieserie erbij te halen, op zijn minst gaan geloven dat poëzie minder buitenaards is dan ze misschien ooit dachten.

Deckwitz gebruikt vaak verrassende verzen om (het effect van) dichterlijke technieken als 'enjambement', 'rijm' of 'muzikaliteit' mee te illustreren, of om heersende vooroordelen mee te bestrijden. Gedichten van Nachoem Wijnberg, Alexis de Roode, Ted Hughes, maar ook van Craig Arnold. Diens 'Meditatie op een grapefruit' is op zichzelf al bewijs genoeg van de kracht van poëzie. Wat een prachtig, tijd vertragend gedicht, wat een ruimte geven deze regels in je hoofd: "om te ontwaken als alles nog mogelijk is / voordat de onrust van de dag / je heeft gegrepen / naar de keuken te gaan / en een kleine basketbal te schillen/ voor ontbijt / om de schil te scheuren / als katoenpluis".

Van de grapefruit nog even terug naar de olijven: oudere lezers mogen dan huiverig zijn, maar zijn jonge kinderen niet juist dol op poëzie? Klankspelletjes, onzin versjes, verhaaltjes op rijm (Nijntje!) - lees ze voor en alle peuters en kleuters roepen 'nog eens, nog eens!' Kinderen met 'poëzievrees' bestaan niet. Dat komt kennelijk pas later. Maar wanneer en vooral, waarom stokt het dan?

Pas in de puberteit neemt de ontvankelijkheid voor poëzie weer toe. Als de wereld boos is, gevoelens te groot en te verwarrend zijn. Voor Deckwitz was daar 'toen ik veertien was en er op mijn best uitzag als een hoopje botten met acne' de Zweedse dichter Tomas Tranströmer: "Zo fietste ik na het ontdekken van Tomas Tranströmer, in die kille winter van 1996, naar huis. Nog steeds gedeprimeerd en alleen, maar ervan overtuigd dat er hoop was. Omdat er te lezen viel. Omdat er poëzie bestond."

Voor al die pubers en volwassenen, die misschien wel slapen op een kussensloop met een dichtregel van Hans Andreus ( 'interieurdesign' is volgens Deckwitz een van de huidige functies van poëzie), is dit boek een aanrader. Deckwitz schrijft helder. Ze heeft een goed gevoel voor humor. Ze veegt de vloer aan met het cliché dat een gedicht alles kan betekenen: "In een tekst zijn altijd aanwijzingen voor de betekenis te vinden, anders zou je net zo goed een plak kaas kunnen gaan interpreteren."

Liefde voor poëzie begint vaak met een enkele zin, schrijft Deckwitz terecht. Een aansprekende regel is genoeg om je een gedicht in te trekken.

Tussen poëzie en lezer kan het ongeveer net zo gaan als met de twee mensen die elkaar tegenkomen in dit gedicht van K. Michel: "Als voor of na 'weertje?' geen knal wordt uitgedeeld / zit de een 'jaja' aan de ander vast als een broodkorst aan / kaasdraadfondue". Maar je weet het pas, als je het geprobeerd hebt.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen. Een cursus genieten van poëzie. Atlas Contact; 160 blz. euro 14,99

Ellen Deckwitz

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden