Woonwagens vastgelegd door geëngageerde architecten.

Memar.Dut©h, het jonge Haagse architectenbureau van Ergün Erkoçu en Abdeluahab Hammiche, snijdt graag sociale en maatschappelijke thema’s aan. De afgelopen jaren hebben de twee architecten (beiden 26 jaar) – ondersteund door foto-exposities – zaken aan de orde gesteld en bediscussieerd als de moskeebouw in Nederland, prostitutie, vluchtelingenopvang en achterstandswijken.

door Bert van Panhuis

In 2005 waren ze een jaar lang gastconservator van het ABC Architectuurcentrum Haarlem. Ze waren toen verantwoordelijk voor de tentoonstellingenreeks ’Typisch Nederlanders’, waar de bovengenoemde maatschappelijke issues er uit werden gelicht.

Sinds gisteren is Memar.Dut©h terug in het architectuurcentrum aan het Haarlemse Groot Heiligland, nu als verantwoordelijke voor de tentoonstelling ’Standplaats NL – woonwagencentra in NL’. Centraal staan vijf foto’s van de jonge fotograaf Johan Nieuwenhuize (26) van vier woonwagencentra: in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Haarlem. Zoals bij Erkoçu en Hammiche gebruikelijk is, werd de opening van de expositie vergezeld van een debat over de plaats van woonwagencentra, ruimtelijk, maatschappelijk en architectonisch.

Woonwagencentra zijn in feite gated communities, waar de bewoners leven in mobiele woningen, die in Nederland veelal een permanente plek hebben. Ze zijn aangesloten op de riolering en andere nutsvoorzieningen. De samenstellers van de tentoonstelling hebben niet gezocht naar de sensationele en de negatieve kant van het bestaan van woonwagenbewoners; het woord Vinkenslag is al een begrip op zichzelf geworden. Er wordt algemene informatie gegeven over woonwagen-bewoners, over de rol van gemeenten en er hangen en staan analyses van en over karakteristieken, bewonersparticipatie en de maatschappelijke en economische rol van de centra.

„We wilden eens laten zien hoe het in woonwagencentra toegaat”, zegt Erkoçu, terwijl de opbouw van de tentoonstelling nog in volle gang is. „De eerste gedachte van het publiek is vaak: Vinkenslag. Maar Nederlanders gaan zelf in de zomermaanden ook in massa’s op de camping zitten. Opmerkelijk is ook dat gemeenten bezig zijn woonwagencentra af te breken terwijl aan de andere kant de aanleg van afgeschermde woongemeenschappen wordt aangemoedigd. Denk maar aan het idee van speciale seniorensteden of afgesloten woongebieden rond golfterreinen.”

Sinds de Woonwagenwet in 1999 is afgeschaft hebben de gemeenten het beheer over de centra. Erkoçu: „Tot dan waren de bewoners een aparte gemeenschap; nu werden ze behandeld als normale Nederlanders. Maar na 1999 is ook de kloof tussen de bewoners van de centra en de rest van de samenleving zichtbaar geworden. Als ze in het nieuws komen is het in 95 van de honderd gevallen doordat ze op hun eigen wetten worden aangesproken. Het zijn natuurlijk lang vrijplaatsen geweest. De woonwagens trokken rond en de bewoners deden klusjes. En in de centra waren ze vaak bezig met autosloperij. Wij hebben ons gericht op de prettige kant van de centra, niet de sensationele. We hebben bewust niet gepraat met de mensen, maar ons wel in hen willen verplaatsen.”

Om het thema te visualiseren hadden de twee architecten de eveneens Haagse fotograaf Johan Nieuwenhuize ingeschakeld. Hij doet veel geëngageerd werk. „Ik hou van de band die mensen met elkaar hebben, de zorg voor elkaar.” Portretten zijn zijn specialiteit. In eerste instantie zou hij bewoners van de centra in hun woonomgeving en in hun woonwagens portretteren. Maar hij liep toch op tegen de geslotenheid van de gemeenschappen.

„De mensen zijn erg op hun privacy en ze kenden me natuurlijk niet. Ik ben in de centra op geweest en heb nog met een vrouw gepraat. Ze was heel gereserveerd. Toch wilde ik graag een eerlijk beeld van de gemeenschap geven. Zo kwam ik op aspecten als het gesloten karakter. Maar ook de plaats die de centra in de stad heeft, een beetje op de rand. Dat heb ik van buiten gefotografeerd. En daar ben ik heel tevreden over. Ik had het niet gedaan als ik geen kwaliteit had kunnen garanderen.”

Ergün Erkoçu en Abdeluahab Hammiche gaan op de ingeslagen weg door, zeker nu hun bureau net is benoemd tot rijksbouwmeester culturele diversiteit. Een glunderende Erkoçu: „We hadden meegedaan aan een oproep van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst en daar kwam deze aanstelling uit. We willen een soort denktank vormen die tendensen onderzoekt. En adviezen geven, bijvoorbeeld aan gonnabees, mensen die het volgens ons gaan maken. Die adviezen kunnen nu één op één gebeuren; we gaan onze eigen weg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden