Opinie

Woody Allen-ironie in swingende musicalvorm

Ironie is een van de opvallendste kenmerken van het oeuvre van de Amerikaanse filmmaker Woody Allen (1935). Dat zit 'm vooral in de dialogen en in het spel van Allan, doorgaans de centrale figuur in zijn eigen films. Als geen ander verstaat hij de kunst van 'tongue in cheek', wat zijn kijk op liefde en relaties binnen de Newyorkse microkosmos van intelligentsia en kunstenaarselite een extra tragikomische dimensie geeft.

Lastig om eenzelfde ironie op toneel te krijgen als je niet over een Allan-like acteur beschikt. Het Vervolg heeft het in zijn bewerking van 'Mighty Aphrodite' (1995) gezocht in de vorm. Korte, vinnige dialoogjes afgewisseld met veel liedjes. Een variant op de musical eigenlijk, eentje die niet bedoeld is om het publiek te paaien met charme en suikerkoek, maar met goed geplaatste knipogen bij de les te houden.

Dat gebeurt door bestaande, klassieke songs als 'You do something to me', 'Don't fence me in' (beide van Cole Porter), 'Bye bye love' (The Bryants) in te zetten als commentaar.

En ja, het werkt. Er sluipt daarmee een licht spottende toon naar binnen, een passend tegenrijm van de showy enscenering. Toneelbeeld (Theo Tienhoven) en belichting (Gé Wegman) roepen met lange gordijnen, transparante podia, een welgevuld (maar ongebruikt) kostuumrek en glitterstrepen over de vloer een glamourwereld op. Het grappige is dat het de drang naar groots en meeslepend leven verbeeldt, maar tegelijk het falen van de personages uitvergroot. Versterkt nog door microfoons die telkens als een fallussymbool uit colbertzak of mouw worden getoverd voor de bemoeizuchtige kanttekeningen van een vierkoppig koor.

Want het gaat hier natuurlijk wel over de liefde, niet met de allure van een Griekse tragedie, maar verbonden met de zelfzucht van het moderne leven. De ambitieuze galeriehoudster Amanda wil een kind, maar geen zwangerschap en kiest dus voor adoptie. Haar eerst tegensputterende echtgenoot Lenny raakt als trotse vader zo overtuigd van de brille van het kind, dat hij de echte moeder gaat zoeken. En een in pornofilms acterend hoertje vindt.

De voorstelling heeft een enorme vaart. 'Mighty Aphrodite' oogt als een groots en vlot gespeeld spektakel, maar Hans Trentelman slaagt er als regisseur in de aandacht gloedvol te richten op de interne strubbelingen en obsessies. Als Lenny in aanbidding converseert met zijn zoon, staat hij in de schijnwerper, maar het kind is slechts een stem (vanachter het publiek). Is Lenny bezig met hoertje Linda, dan scheert Amanda langs het podium in een verleidingsdans met haar belangrijkste zakenrelatie.

Trentelman citeert uit tal van genres. Behalve uitvoerig uit de Griekse tragedie ­ er is zelfs sprake van een heuse 'deus ex machina' voor een happy end ­ ook uit de musical zelf. Zo wordt Linda als een 'My fair lady' getransformeerd tot een keurig burgermeisje. En er wordt een buiksprekerspop (scherp neergezet door Mieneke Bakker) ingezet om een gewelddadige pooier te ironiseren. Hier en daar dreigt daardoor het amusante de overhand te krijgen. Wat de poging een eigen formule voor de Allen-humor te vinden tekort doet. maar swingend blijft het.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden