Woningnood deel 4: 'Alleen rijken kunnen in Nijmegen een huis vinden'

Er is weer woningnood in Nederland. Hele groepen mensen vallen steevast buiten de boot. Vandaag deel 4: de starters.

Sinds Trudy van Pijkeren (26) werkt, behoort ze samen met haar man Michel (23) tot de zogeheten starters op de woningmarkt. Een woord met een negatieve klank. Dát hebben ze ervaren. ,,In Nijmegen is geen huis voor een redelijk bedrag te vinden. Zelfs in Duitsland hebben we gekeken. De prijzen liggen daar de helft lager, maar omdat we er hooguit tijdelijk willen wonen, hebben we dat toch maar niet gedaan.''

Na hun huwelijk, anderhalf jaar geleden, gingen ze eerst tien maanden op reis. Voor vertrek schreven ze zich in voor een tweekamer-appartement bij de Stichting Studentenhuisvesting Nijmegen (SSHN). Tegen de tijd dat ze terugkwamen, zou dat wel lukken, verzekerde de SSHN. Inderdaad stonden ze bij terugkeer op nummer drie.

,,We schoten daar echter niks mee op, omdat de SSHN haar criteria plotseling veranderd had'', zegt Michel . ,,Ik studeer nog, maar Trudy had net een baan gevonden. Haar inkomen bleek voor zo'n appartement te hoog.''

Van vrienden hadden ze inmiddels gehoord dat er in de wijk Wolfskuil huurwoningen van woningcorporatie Portaal beschikbaar zouden zijn, in afwachting van sloop. Er was weliswaar een wachtlijst, maar omdat Trudy bij Portaal gewerkt had, lukte het 'daar tussendoor te glippen'. Voor een half jaar tekenden ze een contract.

Twee dagen later belde de SSHN. 'U staat op één', hoorde een stomverbaasde Michel de medewerkster zeggen. ,,Voor ik het besefte, wees ik haar erop dat de SSH inmiddels hogere inkomens-eisen stelde. 'U kunt ons beter uitschrijven', zei ik, in een vlaag van verstandsverbijstering.'' ,,Niks verstandsverbijstering'', wijst Trudy haar echtgenoot terecht. ,,Je was gewoon eerlijk.''

Geen SSHN dus. Een huurhuis van een corporatie dan? Nee hoor, de gemiddelde wachttijd bedraagt in Nijmegen acht jaar voor mensen die net zijn ingeschreven. Dan makelaars met huurhuizen, of andere particuliere verhuurders? Geen sprake van: de huurprijzen variëren van 500 euro (,,dan heb je nog niks'') tot zelfs 1000 euro per maand.

Een huurhuis kunnen ze wel vergeten, stellen Trudy en Michel in het najaar gefrustreerd vast. En dat terwijl de klok doortikt; na 1 februari, als hun tijdelijke contract in de Wolfskuil afloopt, staan ze op straat. Het liefst trekken ze er eerder uit, de sfeer in de sloopwijk wordt steeds grimmiger, met als dieptepunt de rellen die eind januari de landelijke pers halen.

En dan te bedenken, fulmineert Michel, dat de corporatie voor huizen in zo'n omgeving de normale huurprijs durft te vragen. ,,Voor anti-kraakwoningen betaal je doorgaans een luttel bedrag. Wij moesten zelfs de jaarlijkse huurverhoging per 1 januari betalen. En dat voor één maand!'' Hadden ze die maand er maar niet gewoond, voegt Trudy toe, want de gemeente had ook nog eens het lef om voor heel 2003 de woz-waarde te berekenen. ,,Daar heb ik bezwaar tegen aangetekend, wat een bureacratie.''

Trudy's vader biedt in november uitkomst. ,,Ik koop een huis en verhuur dat aan jullie'', zegt hij. Hij noemt een bedrag, 120000 euro. Binnen enkele weken moeten zijn dochter en schoonzoon hem tot hun spijt vertellen dat ze aan zijn royale aanbod weinig tot niets hebben. ,,In alle huizen die voor dit geld vrijkomen, wil je zelfs voor je verdriet niet wonen'', zegt Michel.

Dan maar Arnhem, de dichtsbijzijnde stad. Voor hetzelfde bedrag zijn er zo veertig huizen te koop. Niet allemaal mooi, maar het is al heel wat dat er 'iets tussenzit'. Rond Kerst doen ze een bod, maar het huis gaat naar de eerstbiedende weg. ,,Gelukkig'', vertelt Trudy, ,,Want even later hoorden we dat het zusje van een collega haar huis wilde verkopen. Ze hadden het al verkocht, maar die koop werd ontbonden. We zijn dezelfde nog dag gaan kijken. Twee dagen later tekenden we het voorlopige contract.''

In diezelfde dagen wordt er koortsachtig gerekend. Een belastingadviseur ontraadt de constructie dat ze het huis van hun (schoon-)vader huren. Trudy's broertje wijst hen op de zogeheten starters-hypotheek van de Postbank. Trudy: ,,Voor zover wij wisten, konden we op mijn loon nauwelijks een hypotheek krijgen. De Postbank gaat er echter bij mensen op hbo- en academisch niveau van uit dat ze snel in inkomen groeien. Toen bleek ineens dat we dit huis zelf kunnen financieren. Alleen het bedrag dat De Postbank als inleg vraagt, 5000 euro, lenen we nog van mijn vader.''

Ze zijn blij met hun huis, al had dat eigenlijk in Nijmegen moeten staan. ,,In Arnhem moeten we alles opnieuw opbouwen'', zegt Michel. ,,Onbegrijpelijk, dat alleen mensen met geld in Nijmegen een woning kunnen vinden.''

Half april kunnen ze hun bovenhuis met een oppervlakte van 100 vierkante meter betrekken. Tot die tijd verblijven ze in een huis van kennissen dat al verkocht is, maar nog enkele maanden leegstaat. ,,We hebben steeds geweten dat alles goed zou komen'', zegt Trudy. ,,We vertrouwen op God en het blijkt ook dat Hij ons gezegend heeft.''

,,Wij hadden ook dat aanbod van Trudy's vader en dit huis waar we nu een beetje kamperen'', vult Michel aan. ,,Hoeveel woningzoekenden hebben dit niet?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden