Woningen in nood

Direct na de Tweede Wereldoorlog overspoelden ze het land. Op groene plekken in de steden verrezen tijdelijke Engelse Maycrete-noodwoningen. Ze zouden hooguit tien jaar blijven staan, maar in veel gemeenten worden de betonnen bungalows na vijftig jaar nog steeds bewoond. Moeten ze alsnog tegen de vlakte, of zijn het inmiddels monumentjes?

In de herfst van 1946 doet de plantagemeester van de gemeente Nijmegen een wel heel bijzondere ontdekking. Door de kale kruinen van het bos op de Kwakkenberg ziet hij opeens bouwvakkers bezig. Ze bouwen huizen, langs de Boschweg, in zíjn bos! Woedend zoekt hij contact met de gemeente: hoe ze daar een bouwvergunning voor hebben kunnen afgeven!

Geschrokken bladeren ambtenaren die zijn belast met de herbouw van de zwaar getroffen stad door de paperassen, maar de gemeente weet van niets, en zoekt verhaal. De bouwvakkers antwoorden dat zij handelen in opdracht van het ministerie van openbare werken en wederopbouw. De gemeente; daarmee hebben ze niets te maken. Zo gaat dat in die tijden van wederopbouw.

Nederland heeft een tekort van 300 000 woningen. En daar moet snel iets aan gebeuren. Er zijn te weinig bouwmaterialen als baksteen, dakpannen en glas van grote afmetingen, én bouwvakkers. Daarom wordt er volop geïnvesteerd in wat later systeembouw zal gaan heten. Met afvalmaterialen kan nog wel beton gemaakt worden, en deze onderdelen van huizen kunnen in fabrieken door ongeschoolde arbeiders gestort en in elkaar gezet worden. Maar die ontwikkeling heeft tijd nodig, minstens een paar jaar.

Het ministerie van wederopbouw gaat daarom gretig in op een aanbod uit Engeland. Dat land heeft omdat het niet bezet is geweest een voorsprong in de ontwikkeling van systeembouw en zit nu de wapenindustrie is stilgevallen, te springen om opdrachten uit het buitenland. Engeland kan al in 1946 onderdelen leveren van zogenaamde Maycrete-noodwoningen. May verwijst naar de Amerikaanse ontwerper Maybeck, crete naar het Engelse woord voor beton: concrete.

De gelijkvloerse woningen met een woonkamertje, drie slaapkamertjes, een keuken, een bijkeuken en een voor die tijd unieke douche, zijn opgetrokken aan de hand van het 'schutting-systeem': tussen betonnen H-vormige pilaren die het overhangende dak met golfplaat dragen, worden betonnen panelen geschoven. Het bouwsysteem vormt op deze manier ook de architectuur van de woning.

Nederlandse gemeenten die door de oorlog meer dan twintig procent van hun woningvoorraad verloren hebben, kunnen bij het ministerie van wederopbouw de Maycrete-woningen aanvragen, liefst in groepen van 30. Omdat het om tijdelijke noodwoningen gaat die hooguit tien jaar blijven staan, mogen de gemeenten het bestemmingsplan omzeilen en locaties aanwijzen die anders niet voor bebouwing in aanmerking zouden komen: groene locaties aan de rand van de gemeentegrens of ruigtes binnen de bebouwde kom. Vooral plaatsen in Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland dienen verzoeken in.

Nijmegen, waar per abuis het volledige centrum door de geallieerden is weggevaagd, vraagt er op 16 oktober 1946 zestig aan, en binnen een week volgt al het 'ja' van het ministerie. Maar hoe zit het dan met die vier twee-onder-een-kap-bungalows waar de plantagemeester tegenaan is gelopen? Deze blijken van een restpartij te zijn die eigenhandig door het ministerie is neergezet voor eigen personeel. En die bevoegdheid heeft het ministerie ook. In een later stadium zullen de woningen aan de gemeente worden overgedragen.

De Bosweg heeft inmiddels zijn ch verloren, maar de Maycrete-bungalows die 'tijdelijk' in het bos werden geparkeerd, staan er in 2003 nog steeds. Tineke van der Hoogen bewoont nummer 34 sinds 1999 en zal in juli vertrekken naar een eengezinswoning verderop. De gemeente heeft het plan de zestig noodwoningen elders in de stad te renoveren, maar deze in het bos gaan de komende jaren tegen de vlakte. ,,Ik zal het leven hier missen'', zegt ze. ,,Waar vind je zo'n huisje nog, op zo'n locatie?'' En ze wijst naar de achteruin die diep het bos inloopt. De bungalows hebben ieder maar liefst 800 vierkante meter grond.

Haar woning, met 70 vierkante meter oorspronkelijk bedoeld voor gezinnen met minstens vier kinderen, is bijna nog in de oude staat. Ze heeft eigenhandig het boardkartonnen wandje tussen de woonkamer en een slaapkamer weggebroken, maar voor het overige is de woning zoals deze in 1946 is neergezet. De metalen inbouwkasten hebben de bakelieten knoppen nog, de ramen zijn voorzien van kruislatjes.

Maar ze is zich na die jaren ook bewust van de nadelen. Het huis met enkele wanden is vochtig - je kunt geen kleding in de slaapkamers achterlaten, die gaat schimmelen - donker en moeilijk warm te stoken. De vliering zit vol met muizen - en zomers met wespen - omdat het asbestcement-golfplaat moeilijk is af te sluiten. Binnen mobiel telefoneren is er niet bij: het lijkt of Van der Hoogen in een Kooi van Faraday woont. En gehorig blijft het: ,,Ik hoor wanneer hiernaast de telefoon gaat''.

Haar buurman heeft wat meer in de woning geïnvesteerd. Wil Jansen verwijderde zeven jaar geleden alle tussenwanden en metselde vervolgens langs de binnenkant van de buitenwanden een spouwmuur. Daarna heeft hij de woning opnieuw ingedeeld met een grote keuken, een acceptabele huiskamer en nog maar één slaapkamer. ,,Met een paar ingrepen ontstaat er zo een prachtige bungalow. Ik heb destijds uitgerekend dat ik gezien de huur van maar 160 euro, mijn investering er na vijf jaar uitheb.'' Maar Jansen is van plan hier nog veel langer te blijven wonen. Wat hem betreft gaat de sloop niet door.

De discussie over de toekomst van de noodwoningen woedt in meer steden. Ir A. van Rood, toenmalig adviseur van de Nederlandse regering tijdens haar verblijf in Londen, heeft gelijk gekregen. Hij schreef in het blad Bouw van maart 1946 na een studie die de komst van de noodwoningen naar Nederland voorbereidde, dat het Maycrete-systeem dan wel als semi-permanent werd gezien, maar dat het mogelijk moest zijn hiervan permanente huizen te bouwen.

Zonder aanpassingen zijn de bungalows dan wel vochtig, koud en gehorig, maar daar blijkt zonder veel kosten wat aan te doen. Daarbij komt dat dit type woningen nog steeds razend populair is. Vooral voor ouderen en gehandicapten zijn de gelijkvloerse woningen geschikt, en juist deze groepen hebben het moeilijk op de woningmarkt. Verder staan de bungalows vanwege die uitzondering op het bestemmingsplan vaak in prachtige groene oases, én worden ze omringd door een grote eigen tuin.

Die situering op toplocaties vormt tegelijkertijd een bedreiging voor de bouwsels. Gemeenten, corporaties en projectontwikkelaars vinden dat op de plek van de noodwoningen beter nieuwbouw kan verrijzen, zoals in Nijmegen, waar de bosvilla's al op de tekentafel liggen. Als de gedoogsituatie - op grond waarvan de noodwoningen mogelijk waren - kan worden omgezet in een definitieve aanpassing van het bestemmingsplan, stijgt de waarde van de grond enorm. De gemeenten hebben de tegenstanders van sloop echter een belangrijk wapen in handen gegeven: door het leven van de tijdelijke noodwoningen keer op keer te verlengen is na vijftig jaar de vraag actueel of zij geen cultureel-historische monumentjes zijn geworden. Ze vormen immers voorbeelden van de eerste systeembouw in Nederland en herinneren aan de wederopbouw na verwoesting.

In bijna alle 32 plaatsen waarvan bekend is dat zij clusters van de in totaal 930 noodwoningen hebben geplaatst, is de afgelopen jaren de vraag naar voren gekomen: slopen of behouden? Breda bijvoorbeeld besloot eind vorig jaar één groep Maycrete-woningen in Princenhage op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen, de overige bungalows verspreid over de stad kunnen op den duur worden gesloopt. Arnhem wil 19 bungalows slopen. Oss hakte in 1993 de knoop door: 44 van de 52 noodwoningen zijn inmiddels gesaneerd. Volgens C. Meijs van Brabant-Wonen waren en zijn de woningen in Oss heel populair en de saneringskosten gering. ,,We hebben nu op twee plaatsen nabij het centrum prachtige bungalowparkjes, die voor de laagstbetaalden bereikbaar zijn.''

Architect in ruste Jan Peterse tekende in Oss voor de aanpassingen. ,,Veel bewoners hadden de woningen van binnen aangepast met luxebadkamers, parket, en verplaatste muren. Daarom hebben we gekozen voor een isolatie vanaf de buitenkant. Om de bungalows heen is een halfsteensmuur gezet van licht betonsteen. En we hebben de relatief hoog geplaatste ramen een halve meter laten zakken. Zo kun je vanuit de luie stoel naar buiten kijken. Deze woningen kunnen weer 25 jaar mee.'' Peterse kan lyrisch worden over het vakmanschap waarmee de woningen destijds zijn ontworpen en neergezet. ,,Knap werk! Het beton was na al die jaren niet aangetast, en er was tussen de muren en de isolatie geen condens te ontdekken.''

Zijn dochter Hetty Peterse is dat helemaal met hem eens, maar begrijpt daarom niet waarom haar vader de essentie van de woningen - de aan de buitenkant zichtbare horizontale betonplaten die in de steunpalen zijn geschoven - heeft 'ingepakt' met een nieuwe stenen buitenmuur. Toevallig adviseert Hetty Peterse als beleidsmedewerker de gemeente Nijmegen bij de sanering van de zestig Maycrete-woningen aan de Hatertseweg. ,,Als je het comfort van de bewoners als uitgangspunt neemt, kan dat wel'', zegt ze. ,,Maar als de cultuur-historische waarde de reden voor het behoud is, kun je de kenmerken van de woningen niet wegpoetsen.'' In een advies pleit zij voor een renovatie aan de buitenkant, maar met een werkwijze en met materiaal die naar de eerste systeembouw en het semi-permanente karakter van de woningen verwijzen. Met andere woorden: zo lijkt de woning nog oorspronkelijk, maar de werkelijke systeemmuur is toch binnenmuur geworden. Een optisch foefje.

Wil Jansen aan de Nijmeegse Bosweg is minder bezig met herstel, hij knokt voor behoud. Waarom wél de woningen aan de Hatertseweg herstellen, en niet die aan de Bosweg, vraagt hij zich af. Hij is ervan overtuigd dat de projectontwikkelaars bij de keuze een rol spelen. Vóór de gemeenteraadsverkiezingen vochten de toenmalige oppositiepartijen GroenLinks en de SP met hem tégen de sloop. Nu de partijen zijn toegetreden tot een links college zijn ze opeens vóór sloop.

,,Ik hoor dat er afspraken liggen met projectontwikkelaars, en dat als de plannen niet doorgaan er enorme claims komen. Maar ik laat me niet kisten. De provincie moet het nieuwe bestemmingsplan nog goedkeuren waarin woningbouw in het bos mogelijk wordt. Die toestemming zal er vermoedelijk wel komen'', zegt Jansen. ,,Maar de Raad van State pikt dat nóóit. Daar ga ik van uit. Moet je je voorstellen: bósvilla's, op de top van de heuvel.'' De toenmalige plantagemeester zou zich omkeren in zijn graf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden