Woningcorporatie kan niet zonder ideologische veren

Onze volkshuisvesting heeft alleen toekomst als idealen als solidariteit, gelijkheid en rentmeesterschap weer leidend worden in de praktijk.

Opnieuw liggen de woningcorporaties onder vuur, ditmaal door problemen bij het Rotterdamse Vestia. Waar is het misgegaan met onze sociale volkshuisvesting?

In 1994 werden de banden tussen corporaties en de rijksoverheid rigoureus doorgesneden. Staatssecretaris Enneüs Heerma droomde van een volkshuisvestingsstelsel waarbij het kapitaal van corporaties direct zou worden ingezet voor de realisatie van nieuwe betaalbare woningen en vernieuwing van de bestaande woningvoorraad. De corporaties snakten naar vrijheid en wilden laten zien dat zij ook zonder overheidsbemoeienis tot prestaties konden komen.

Uit vrees dat een corporatiesector zonder verantwoordingsplicht zich zou vervreemden van haar publieke taakstelling werd in de Tweede Kamer een reeks moties ingediend om dat te voorkomen. Maar de corporaties hebben zich altijd fel verzet tegen welk controlemechanisme dan ook, en helaas zijn zowel Heerma als zijn opvolgers er niet in geslaagd te komen tot een sluitend systeem.

Gaandeweg is zo een kloof tussen corporatiesector en politiek ontstaan. De door het CDA geïnitieerde parlementaire enquête moet de corporatiesector redden. Maar juist het tegenovergestelde zal gebeuren. De enquêtecommissie zal de misstanden in de corporatiesector op pijnlijke wijze blootleggen. De bekende incidenten zullen opnieuw worden opgerakeld, aangevuld met nieuwe excessen. De raden van bestuur zullen niet geïnformeerd blijken te zijn. Duidelijk zal worden dat er sprake is van immense afschrijvingen op speculatief aangeschafte gronden en van verstikkende garanties aan commerciële partijen. Het zal 'smakelijke' televisie opleveren, en een grote maatschappelijke verontwaardiging.

In zijn drang naar zelfregulatie is de sector afgedwaald van zijn ideologische grondslagen. Ook zijn de corporaties en hun doelgroep van elkaar vervreemd. De betrokkenheid bij mensen die slecht gehuisvest zijn, is omgeslagen in marktdenken, waarbij de huurders zijn gereduceerd tot woonconsumenten. Inmiddels is 40 procent van onze woningvoorraad in handen van steeds grootschaligere corporaties, vaak met woningen in tientallen gemeenten. Wat is de binding met de bewoners dan nog?

Omdat corporaties waardeontwikkeling belangrijker vinden dan de sociale opdracht, trekken ze weg uit de wijken waar zij juist zouden moeten interveniëren. Ze stellen zich op als commerciële partijen door strategische grondaankopen te doen, door zich te focussen op gebiedsontwikkeling, door het accent te leggen op de duurdere huurwoningen. En directeuren strijken salarissen op die in geen verhouding staan tot hun prestaties. Waar zijn de idealen gebleven?

Merkwaardig genoeg zoekt de politiek de oplossing niet in een rehabilitatie van de ideologische doelstellingen. Onze volkshuisvesting heeft echter alleen toekomst als idealen als solidariteit, gelijkheid en rentmeesterschap weer leidend worden in de dagelijkse praktijk. De relatie met de doelgroep - de huurder - moet worden hersteld. Maar niet op de oude paternalistische wijze.

Hoe dan wel? In onze samenleving van emancipatie en participatie is het uitgesloten dat dat gebeurt zónder inbreng van de burger. Dat kan door mensen, inclusief de lagere inkomensgroepen, in staat te stellen hun eigen woning te bouwen, of door te komen tot een stelsel van kleinschalige coöperatieven die zich richten op zelfbeheer. Het zijn dan niet langer de corporaties die namens de bewoners handelen, maar het zijn de bewoners zelf die invloed uitoefenen op hun eigen woon- en leefomgeving. Nu huurders het recht krijgen hun woning te kopen, zijn nieuwe vormen van zelforganisatie van belang om de oorspronkelijke volkshuisvestingsdoelen in ere te herstellen. Het 'dood kapitaal' dat erbij vrijkomt kan worden ingezet voor het oprichten van beheer- en onderhoudsfondsen. Corporaties krijgen dan een andere rol: faciliterend, op de achtergrond.

De parlementaire enquête moet een fundamentele stelselwijziging opleveren; een nieuw stelsel, waarbij de burger de drager van ons woonbeleid wordt. Je mag hopen dat er binnen de corporatiesector voldoende sprake is van zelfreflectie, dat er een intrinsieke behoefte bestaat om het ideologisch verval te keren, en dat er een beweging op gang komt die actief meewerkt aan dit nieuwe stelsel. Zo niet, dan is de uitverkoop van onze volkshuisvesting onvermijdelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden