Wonen in een openluchtmuseum

Op de vergeelde plaat staat het leven stil, maar de hoofdpersonen gingen verder. Zij vertellen over hoe hun buurt of dorp veranderde, moderniseerde of verloederde. Elke maandag, in de Verdieping, de toekomst van een oude foto. Deel 5: Ootmarsum.

tekst George Marlet

,,Bent u van hier?'' ,,Nee, we kijken een dagje rond.'' Niet iedere toerist is als zodanig herkenbaar in Ootmarsum. Om een 'inboorling' te vinden, moet je in het vakantieseizoen zeker niet in het centrum van het Twentse stadje zijn. Daar slenteren en zitten - op wat medewerkers van de hotels, restaurants en winkels na - alleen maar toeristen. Pas bij de vijfde poging is het raak. Toon Nijland is bezig een verrotte deur te vervangen van zijn 17e eeuwse huis aan de Ganzenmarkt, een voormalige boerderij. Nijland vertelt lyrisch over het wonen in Ootmarsum. ,,Er komt geen auto hier. Het lijkt net of je buiten woont. Heerlijk.''

Maar wonen in het ongerepte centrum heeft in het dagelijks leven ook zijn keerzijden. De nadruk is in Ootmarsum zo sterk op het toerisme komen te liggen, dat het stadje één groot openluchtmuseum dreigt te worden. Leuk voor de toeristen, minder geslaagd voor de 4.500 inwoners. De Rijksdienst voor de monumentenzorg waarschuwde onlangs zelfs voor 'overtoeristisering'. De leefbaarheid van Ootmarsum komt in het gedrang. Toon Nijland kan dat met een simpel voorbeeld illustreren. ,,Laatst had ik de schoenveter kapot. Er is hier geen schoenmaker meer, dus kwam ik uiteindelijk in Hengelo terecht. En die veter is nog te kort ook.''

Ootmarsum is al decennia lang een gewilde plaats bij toeristen. Het stadje heeft van de nood een deugd gemaakt. Door het wegvallen van de handel en textielnijverheid bleef het oude centrum goeddeels behouden. Zo goed, dat het gemeentebestuur vanaf de jaren zestig ontsierende winkels en bedrijven uit het centrum ging weren. Daarvoor in de plaats kwamen horeca, musea en vooral veel kunstgalerieën. Niets is aan het toeval overgelaten. Een exclusieve damesmodezaak zit in een oud 'los hoes' (boerderij) tegenover de kerk. De pedicure heeft geen modern naamschild op de deur, maar een quasi-antiek uithangbordje met sierlijk krullende letters. Toeristen zijn verrukt over het gave centrum met zijn nostalgisch aandoende klinkerstraatjes en vakwerkhuizen. Anton Pieck, maar dan in het echt. In het centrum is nog geen supermarkt te bekennen; mode-, sieraden- en interieurzaken des te meer.

Maar de bewoners ergeren zich aan het eenzijdige aanbod en de verhoudingsgewijs hoge prijzen. Aan de rand van Ootmarsum moet een klein winkelcentrum komen met goedkopere winkels. Toon Heupink, voorzitter van Los Hoes, het echte Openluchtmuseum van Ootmarsum, ziet ,,met lede ogen dat dat winkelcentrum er nog steeds niet is''. Inwoners nemen de wijk naar Oldenzaal of Denekamp, waar meer is dan alleen de Albert Heijn.

Heupink is 'verslingerd' aan Ootmarsum, maar staat wel open voor de waarschuwing van de Rijksdienst voor de monumentenzorg. ,,We zijn natuurlijk niet gebaat bij een Zeeman of Blokker in het centrum; we moeten niet de kip met de gouden eieren slachten. Maar het is waar dat de verzorgingsfunctie van de stad behoorlijk aan betekenis heeft ingeboet.''

Achter de drukke toeristische facade wordt het stiller in het oorspronkelijke Ootmarsum. De levendigheid van kinderen op straat, buurtwinkels en kleinschalige bedrijven is min of meer verbannen naar het museum. De Mavo en huishoudschool zijn verdwenen, werkplaatsen opgedoekt omdat ze niet in het nostalgische beeld pasten. Dorpshoreca is er steeds minder. Tot verdriet van Toon Nijland heeft café Pikkemaat aan de Ganzenmarkt zijn deuren gesloten. ,,Niet dat ik zo'n drinkebroer ben, maar het gaf sfeer en gezelligheid. En er komt niets meer voor terug.''

Tegenover het verdwijnen van voorzieningen staat een cultureel aanbod dat zo'n klein stadje zonder toeristen niet zou hebben. Concerten op de Markt, elke zondag de winkels open, de nostalgische oogstdag en het Flora-bloemenevenement in Los Hoes, de folkloristische Siepelmarkt, het kerstevenement en de oude Twentse gebruiken: in Ootmarsum valt heel wat te beleven, vertelt Toon Heupink van Los Hoes wervend.

De topattractie is het openluchtmuseum zelf, met authentieke boerderijen uit 'het land van heeren en boeren'. Aan de rand van het museumterrein zijn nieuwbouwhuizen te zien. Storend, vindt Heupink. ,,We hebben groen aangeplant en hopen dat het daar met een paar jaar dicht zit.''

Bezwaren tegen de 'overtoeristisering' wijken voor het enthousiasme waarmee inwoners meedoen aan de nostalgische oogstdag, het kerstevenement in Los Hoes en aan de Twentse volksgebruiken. Heupink: ,,Wij koesteren onze oude tradities, zonder het zicht op de toekomst te verliezen. En als je Ootmarsummers vraagt waar ze voor kiezen, dan is het toch voor de charme van het kleine plaatsje, de mooie omgeving.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden