Wonderkind Korngold werd te laat geboren

Charlotte Margiono (sopraan), Konrad Jarnot (bariton), Reinild Mees (piano) met liederen van Korngold op 22/3 Concertgebouw, Amsterdam.

Het wonderkind Erich Wolfgang Korngold (1897-1957) werd eigenlijk te laat geboren. Had hij twee of drie decennia eerder in de wieg gelegen dan had hij waarschijnlijk nergens last van gehad – niet van de Tweede Wereldoorlog die hem in in Hollywood deed stranden, en niet van de rigoureuze veranderingen die vooral dankzij Schönberg en Stravinsky de muziekwereld op zijn kop zetten. Letterlijk kwam de componist op een zijspoor terecht (hij kreeg Oscars voor zijn filmmuziek), en werden zijn serieuze stukken en opera’s als ouderwets ervaren.

Korngold kreeg van zijn vader Julius niet voor niets als tweede naam Wolfgang. De carrière lag voor het kind uitgestippeld. Misschien ook niet verwonderlijk van een vader die zelf als tweede naam Leopold had. Net als Mozarts vader was die van Korngold zeer kritisch op de verrichtingen van zijn zoon, en daarom zijn bepaalde liederen van zijn hand nooit gepubliceerd. Papa vond ze niet goed genoeg.

Dat een aantal van die liederen maandagavond toch tot klinken kwamen, is te danken aan de Stichting 20ste-eeuwse Lied waarvan pianiste Reinild Mees zo’n voortvarende ambassadrice is. Zij voerde maandagavond samen met sopraan Charlotte Margiono en bariton Konrad Jarnot een sympathiek programma rond Korngold uit. In de kleine zaal van het Concertgebouw, waar Korngold zelf in 1925 nog gespeeld heeft. Dat vertelde Caspar Wintermans (auteur van een te verschijnen boek over Korngold), die een en ander met humor en inzicht inleidde.

Korngold is het bekendst van zijn opera ’Die tote Stadt’, en vooral dan van de hit-aria ’Glück, das mir verblieb’ daar uit. Maar een lied als ’Was Du mir bist?’ heeft zeker even zoveel hitpotentie. Margiono zong het dat lied met vervoerende overgave en nog steeds met dat onmiskenbare geluid van haar. Prachtig ook haar uitvoering van ’Desdemona’s Song’ waarin het subtiel herhaalde ’willow, willow’ erg deed denken aan het ’salce, salce’ uit Verdi’s ’Otello’, waarin Margiono ooit triomfen vierde. De aria uit ’Die tote Stadt’ kwam natuurlijk ook aan bod, als toegift herhaald samen met Konrad Jarnot.

De bariton bleek over een zalvend geluid te beschikken dat schitterend bij Korngolds over-expressieve muziek paste. De pianopartijen zijn beslist niet eenvoudig, maar Mees stond steeds boven de materie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden