Wonderbaarlijk, maar wonderen zijn het niet

In de 19de eeuw wilden de kerken kermissen verbieden. De van oorsprong heilige feesten waren vrijplaatsen voor alles wat God verbood. Ook de illusionisten moesten het ontgelden. De kerk claimde het alleenrecht op mystiek en zag illusionisme als duivelskunst. Illusionist Celsius maakte het een paar jaar geleden nog mee: ,,Een vrouw stormde het podium op: ik was van de duivel en speelde met boze krachten.''

Extase, amusement en magie. Het welwillende oog herkent in de huidige explosie van licht, geluid en temperament - kermis - nog steeds de ingrediënten die het volksfeest al vanaf de negende eeuw kent. De katholieke kerk riep toen de kerkemis in het leven. Later verbasterde de naam van de jaarlijkse viering van de stichting van een kerk tot kermis. Werd het beeld toen nog bepaald door spelen als katknuppelen en vogelschieten, wonderdokters en tandartsen die er mensen behandelden en standwerkende marskramers, nu lijkt de kermis volledig van zijn heiligheid ontdaan.

Voor illusionist Arnold-Jan Scheer is de kermis nog steeds de plek die mensen in vervoering brengt. Als Celsius reist hij door het land en toont daar de wonderen van de magie. ,,Kermissen waren oorspronkelijk de vrijplaatsen voor kwakzalvers, wonderen en vermaak. De eerste gloeilamp was op de kermis te zien. Wat ik doe is niet veel anders: mensen laten zien dat niet alles eenvoudig valt te begrijpen.''

,,De kermis is mij erfelijk overgedragen. Het zit mij in het bloed. Mijn opa had het al. Hij verdiende zijn geld als houtvlotter, maar het theater en amusement stroomden door zijn lichaam. Als die man sprak, dan sprak hij op zo'n manier dat je bijna ging denken dat het zich voor je neus afspeelde. Hij kon dat echt fantastisch. En in de ex-libris van de familie komt die verbeelding ook naar voren. Het is een afbeelding van een Bühne gemarkeerd met een lachend en huilend masker.''

,,Het was logisch als ik die interesse had omgezet in een opleiding, maar voor de toneelschool kwam ik niet in aanmerking. Ik zag al snel dat dat niet voor mij was. Die toneelschool was voor goochemerds en ik was maar een dromer, een Einzelgünger. Het grasveld bij de begraafplaats was voor mij een gevaarlijk en drassig Braziliaans moeras, waar gevaarlijke dieren rondkropen en 's nachts mensen verdwenen. Dat dromerige is trouwens iets wat ik bij veel collega-illusionisten tegenkom. Dat zijn toch meer de teruggetrokken types. Op oude goocheldozen staat: be the light of the party. Dat ben ik nu dus ook, maar wel pas als ik ben geschminkt en mijn wollen pak draag, mijn laarzen en mijn hoed. Ook illusionisten zijn gewoon op zoek naar erkenning, of voor mij persoonlijk: complimenten.''

,,De zwarte houten vloer met de afzetting van kale peertjes is mijn bühne. De eeuwoude circustent mijn theater. Als het publiek binnen is, moeten ze loskomen van de werkelijkheid buiten. Op de houten banken zitten de mensen zo dicht op het toneel dat ze mijn nagelriemen kunnen zien. Voor hun ogen voer ik trucs op die hun een beeld laten zien dat mogelijk verwarring kan scheppen. Voor mij is het een trucje, in de zin dat ik het beheers, het geheim ken. Illusionisten verrichten natuurlijk geen wonderen, maar het is wel wonderbaarlijk wat ze doen. Vroeger dacht het publiek dat wel. Kwakzalvers, wonderdokters en illusietheaters, het waren plekken waar dingen gebeurden die niet konden, maar.... het gebeurde toch. Ze hadden het toch zeker zelf gezien.''

,,Met goochelen speel je met de waarneming. Je laat iets zien, dat er eigenlijk niet is. Je toont een illusie. Vaak worden de zintuigen door iets heel simpels misleid. Een stukje plakband, een spiegel of visdraad. Als je mensen daar al mee op het verkeerde been zet, dan kun je wel nagaan wat er al niet mogelijk is met veel ingewikkeldere materie. Het 'O, is dat alles' is voor mij dan ook een onbegrepen reactie. Juist door die eenvoud realiseer ik me hoeveel er zich afspeelt dat veel moeilijker valt te verklaren.''

,,Magie is in feite niets meer dan een kwestie van plaats. Waar sta je, wat weet je. Voor een kind zit de wereld vol vragen en is de ontdekkingstocht oneindig. Een volwassene is al veel 'wijzer', maar die wijsheid is zo relatief. Wat ik merk bij andere volwassenen is dat verbazing niet meer in hun leven voorkomt. Het leven is een grote vastgeroeste zekerheid waarin alles een verklaring heeft. Misschien ben ik nog teveel kind om zo te denken, maar voor mij zit de wereld nog vol magie en onverklaarbaars.''

,,Als kind was ik al enorm gefascineerd door die man die over water kon lopen. Die romantiek van dat verhaal en eigenlijk van de hele Bijbel, sprak mij aan. Het was voor mij een vlucht uit de saaie schoolbanken. Met fantasie en boeken vluchtte ik weg uit de realiteit. Wat ik ook vaak deed was bij de revue in Carré binnenglippen. Ik kroop dan in de nok, achter de laatste rij en zag die magische wereld van amusement. De kerk heeft die magie ook. De zware deur valt achter je dicht en je bent veilig. De geur van wierook valt als een deken om je heen en de orgelmuziek sluit de cocon. Dat de kerk goochelkunst en magie wilde verbieden is logisch. Ze wilden het monopolie op mystiek. Wonderen en magie bracht de mensen maar aan het twijfelen en daar zaten de priesters en dominees niet op te wachten.''

,,Twijfel is voor mij een waardevol iets. Met mijn shows heb ik niet al te veel pretenties, maar als ik bij sommigen in het publiek iets heb losgemaakt van twijfel, dan ben ik tevreden. Het is zo belangrijk dat je je blijft verbazen, blijft zoeken naar nieuwe dingen. Als je eenmaal denkt alles te hebben bereikt dan word je saai.''

,,Mensen kun je openen door verbazing. Met een wonder kun je ze even laten wankelen. Een wonder breekt die geslotenheid open. De mensen denken tegenwoordig hun zaakjes goed voor elkaar te hebben, maar naast dat leven met schijnbare zekerheden, is er een werkelijkheid die zich niet door het oog laat vangen. Magie is voor mij het middel om die vastberadenheid weg te nemen. Zonder dwingend over te komen, weet ik wel dat er meer is tussen hemel en aarde dan de wetenschap heeft uitgevonden. Ik weet niet precies wat er allemaal is, maar ik geloof bijvoorbeeld dat doden niet echt dood zijn. Door ervoor open te staan kun je kennis van voorouders en geestverwanten tot je te nemen. Niet voor niets hangt mijn tent vol met portretten van mijn grootvader en van grote illusionisten als Okito Bamberg en Robert Houdin.''

,,Wat mij bij de kerk altijd heeft dwarsgezeten was de stelligheid van hun gelijk. Aan de ene kant de twijfel - want de bijbel is natuurlijk ook maar een boek - en aan de andere kant de vastberadenheid waarmee ze heidense rituelen hebben afgeschaft. Het heidendom kende bijvoorbeeld rituelen rond de dood die de nabestaanden hielp afscheid nemen en zo konden ook heidenen in contact komen met de doden, maar dit alles was de kerk niet naar de zin. Afschaffen dus. Vrijheid is voor mij je eigen weg vinden, het eigen denken stimuleren. De kerk heeft zich opgeworpen als alwetend en dat steekt me. Ze hoeven mij geen antwoorden te geven. Ik zoek de antwoorden wel bij mezelf.''

,,De wereld zit voor mij nog vol met vragen. Ik ben een artiest die geheimen van trucs kent, maar het leven wordt daarmee niet eenvoudiger. Ik was de eerste die bij Showbizz-city op de stoep stond om eens te kijken wat Joop van den Ende voor plaatje had bij een illusietheater van de twintigste eeuw. Het was helaas weer meer van hetzelfde. In de tv- en filmwereld en bij de grote Las Vegas Magicshows, is het publiek even ver verwijderd van de spelers, als die spelers van het ambacht. Ik ben ook een speler. Ik speel Celsius, maar ik kan gerust zeggen dat een groot deel van dat archetype een uitvergroting van mijzelf is.''

,,Een keer zat ik zo sterk in mijn rol dat ik tijdens een matineevoorstelling vergat dat ik hier ook voor mijn brood stond. Voor het voorpodium, de parade, stonden kinderen met hun ouders en ik probeerde kaartjes aan de man te brengen. Ik was zo gericht op die kinderen, dat de ouders zich bezwaard voelden mee naar binnen te komen. Het heeft me zeker driehonderd gulden aan inkomsten gekost. Maar het klopte wel, die kinderen zijn voor mij nog puur. Zij hebben nog niet die houding van 'Ach, dat is toch niet echt'. Maar tegenwoordig zijn ze al weer veel jonger verpest.''

,,Natuurlijk is het niet zo dat er in deze oude circustent dingen gebeuren die niet te verklaren zijn, maar deze trucs zijn voor mij, tja, ze laten zien dat er iets méér is. Iets onzichtbaars. Er zijn mensen - ik denk aan de oude sjamanen en mediums - die contact met die wereld hebben. En dan zijn er ook nog de Rostelli's. Weet je waar ik die lui tegenkom.... op goochelcongressen. Ze maken gewoon gebruik van goocheltrucs. Jomanda is ook als goochelassistente begonnen, maar wat zij doet kan geen kwaad. Het is een leuk stukje folklore, dat toch heel wat mensen troost biedt. Wat zij doet kun je vergelijken met de functie van de kerk; ze geeft de mensen steun en aandacht. Die aandacht heeft een soort placebo-effect. Ze vervult een een oude sjamanistische functie.''

,,Op een keer kwam er na mijn voorstelling een vrouw naar mij toe. Ik stond voor haar met mijn lijkwit geschminkte, bezwete gezicht en toen kwam het hoge woord eruit. Ik was volgens haar iemand die met kwade krachten speelde, een duivelskunstenaar. Tijdens de show heeft iemand haar nog tegen moeten houden anders was ze de bühne opgeklommen. Ze wilde mijn assistente redden bij de truc met de kist en de zwaarden. Mijnheer, zei ze, wat u doet is fout. Ze gaf me een kaartje met een tekst van Jeremia. Ik heb het nooit weggegooid.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden