Wolfskers, doornappel en bilzekruid, een giftig trio

Verflenst hangen de bladeren neer van de stakerige stengels, die stekelige vruchten dragen als kastanjes in de bolster. Doornappel is de naam van de plant, die weinig met appels van doen heeft. Des te meer met wolfskers en bilzekruid, waarmee ze het giftigste trio van onze plantenwereld vormt.

Het drietal behoort tot een familie, waar wij alledaagse groenten van betrekken, zonder ons bewust te zijn van hun giftigheid. Van de aardappel zijn alleen de knollen eetbaar, van tomaat, aubergine en paprika de vruchten. De giftigheid van tabak, een ander lid van de nachtschadefamilie, is bekend genoeg.

Wolfskers, bilzekruid en doornappel worden in de volksmond dolkruid genoemd om de waanvoorstellingen en geestelijke stoornissen, die ze veroorzaken. Ze bevatten hyoscyamine en scopolamine, vergiften die op het centrale zenuwstelsel werken. Hyoscyamine en scopolamine zijn stikstofverbindingen en het ligt voor de hand dat de drie gifplanten op stikstofrijke grond groeien.

TROMPETBLOEMEN De doornappel is te vinden op braakliggende akkers, pas ingezaaide grasvelden, omgewerkte bermen, rivieroevers en vuilstortplaatsen. De eenjarige plant wordt een meter hoog. De stengel vertakt zich meermalen in tweeën en draagt in de zomermaanden grote, eironde, grof getande bladeren en witte trompetbloemen, die elk op het splitsingspunt van twee stengels zitten.

Nu de stengels verdord zijn, zie je alleen de eironde doosvruchten. Rijp springen die met vier kleppen open. Ze blijken dan dofzwarte zaden te bevatten. De Deense kruidkundige Ha-rald Nielsen beweert dat bordeelhoudsters doornappelzaad in het eten van nieuwe meisjes deden om ze werkwillig te maken. Het gif zou hun wil breken en een toestand van seksuele opwinding teweegbrengen.

De doornappel werd in de zestiende eeuw uit Noord-Amerika als medicinale plant ingevoerd. Om de krampverminderende werking is zij nog steeds grondstof voor astma-sigaretten. Omdat Hildegard van Bingen de doornappel al in de twaalfde eeuw noemde, toen Amerika nog niet ontdekt was, heeft men lange tijd aangenomen dat de plant uit Zuid-Rusland of Klein-Azië stamde. Daarop berust de volksnaam zigeunerappel: zigeuners zouden de plant meegebracht hebben om afgeleefde paarden weer vurig en daardoor verkoopbaar te maken door ze opgerolde doornappelbladeren in de anus te steken. Nu neemt men aan dat Hildegards kruid een doornappelsoort uit India was.

MEEUWENMEST

Bilzekruid vond ik meermalen in de Haarlemse duinen, op plekken waar zilvermeeuwen zich verzamelen en er hun mest achterlaten. Op Schiermonnikoog groeit het in de zeereep en op rivieroevers vaak op bijeengespoelde plantenresten. Het bilzekruid komt wel uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië.

De dicht met grijsgroene, kleverig harige bladeren bezette plant ruikt uitgesproken smerig. De bloemen zijn van een onheilspellende schoonheid: vuilgeel met donkerpaarse netvormige tekening en een bijna zwarte keel. De doosvrucht zit verborgen in de harde vijfpuntige kelk en opent met een dekseltje.

Het bilzekruid zou zijn naam danken aan het bier dat in de Boheemse stad Pilzen werd gebrouwen. Zaad ervan zou aan de pils zijn toegevoegd om een bijzondere bedwelmende roes op te wekken.

In de middeleeuwen maakte het deel uit van de heksenzalf, waardoor heksen meenden te vliegen. Anderzijds werd het ook gebruikt om heksen tot bekentenissen te dwingen door hun wilskracht te verminderen. Bilzekruid was een hoofdbestanddeel van de oude liefdesdranken. Het vergif veroorzaakt krachtige waanvoorstellingen, waarom bilzekruid in Groningen mal-Willempjeskruid werd genoemd. Niets om mee te experimenteren, want aan een overdosis kun je doodgaan.

SCHIKGODIN

Dat is helemaal het geval met de wolfskers, de zeldzaamste en meest beruchte van het drietal. De wolfskers heet in Twente en Salland niet voor niets doodkruid. Atropa belladonna is de wetenschappelijke naam, van het Griekse Atropos, de schikgodin die de levensdraad doorknipt, en het Italiaanse belladonna, schone dame.

Het is de Solanum lethale, de 'dodelijke nachtschade' van de Zuid-Nederlandse arts en kruidkundige Rembertus Dodonaeus, die in zijn Cruydeboeck (1554) over 'dit quaet ende doodelick cruyt' schreef: “Die vruchten van dese Nascaye sijn dootelick en maken den ghenen diese inghenomen heeft eenen swaeren slaep met rasernie ende ydelheyt ver-menght/die den mensche niet en verlaet tot dat die mensche doot es.”

En hij vervolgt op bezorgde toon: “Daer om behoort een yeghelijck wel toe te siene dat hy in sijn hoven aldusdaenighe venenuese cruyden niet en plante oft en hebbe/sonderlinghe die lieflijcke vruchten voortbringhen als dese schijnen te sijne/oft immers wilt hy die in sijnen hof hebben/ten minsten sijnen hof alzoo bewaere ende sluyte dat daer niemant in en come die duer schoonheyt oft liefelijcheyt van den vruchten beroert soude moghen worden om die te etene/als vrouwen ende ionghe kinderen lichtelijcken worden.”

TIEN BESSEN DODELIJK

Dodonaeus onderschat blijkbaar de vrouwelijke intelligentie. Maar inderdaad, de kersgrote vruchten zien er verlokkend uit en smaken niet vies, zoals de meeste giftige bessen. Vijf zijn al genoeg voor een vergiftiging, die zich na enkele uren uit in buikpijn, overgeven, droge mond, versnelde pols, koorts, hallucinaties en pupilverwijding. Men krijgt al waanvoorstellingen, als de huid met het sap van een bes wordt ingewreven. Een dosis van tien bessen is dodelijk, voornamelijk door ademhalingsstilstand.

De wolfskers groeit op vochtige kalkrijke grond op kaalslagen in loofbossen en in bosranden. Echt wild is ze alleen in Zuid-Limburg. Vroeger werd ze als artsenijplant gekweekt en als zodanig is ze nog wel in hortussen aan te treffen. Soms duikt ze op aanvoerterreinen of op stortplaatsen op, misschien uitgezaaid door vogels, hoewel die de bessen zelden eten.

De anderhalve meter hoge plant heeft eironde, kortgesteelde bladeren, die nu verglaasd en vergeeld zijn. Bovengronds sterft ze af, maar in het volgende jaar groeit ze uit de wortels weer op. Ze bloeit in de zomermaanden met vuilpaarse, van binnen gelige bloemen. Kroon en stijl van de klokvormige bloemen verwelken al een uur na de bestuiving, die hoofdzakelijk door hommels wordt bewerkstelligd.

SCHONE DAME

Nu vind je aan de stengels de zwarte bessen, glanzend als de ogen van een middeleeuwse jonkvrouw, die met het sap waren ingedruppeld om de pupillen groter en haar verleidelijker te maken. Atropine, een wat minder giftige vorm van hyoscyamine, wordt nog steeds door oogartsen ge-bruikt om de pupil van patiënten te verwijden. Omdat het tegen krampen en pijnstillend werkt, zit atropine in allerlei medicamenten. Het is een krachtig tegengif bij allerlei vergiftigingen.

Niet voor iedereen is de wolfskers vergiftig. Wilde konijnen eten straffeloos van de wolfskers, omdat zij een enzym in hun bloed hebben dat de esterbinding van hyoscyamine splitst, waardoor het zijn giftigheid verliest.

natuur deze week

Het is nu oogsttijd voor de eekhoorns. Die verzamelen hazelnoten, beukennoten en dennenzaden, die ze opbergen als wintervoorraad. Ook eten ze van paddestoelen. Het eekhoorntjesbrood heeft er zijn naam aan te danken. Denk erom: vraatsporen aan paddestoelen betekenen niet dat die zwammen ook voor mensen eetbaar zijn! ù Er trekt nog een enkele noordelijke tjiftjaf door, wat te horen is aan zijn opgewekte zang. Sommige tjiftjaffen blijven hier de hele winter, als het niet te hard gaat vriezen.

Er is nu veel trek van vinken langs de kust, waar stuwing van de trek optreedt, omdat de vogels terugschrikken voor de watervlakte van de Noordzee. ù Groenlingen zijn al begonnen aan de rozenbottels, waarvan ze alleen de pitten eten. Rozenbottels en sneeuwbessen zijn een belangrijk groenlingenvoedsel in de eerste winterhelft.

De klimop is een kortedagbloeier. De onopvallend geelgroene, sterk naar honing geurende en nectarrijke bloemen trekken veel vliegen, wespen en honingbijen. ù Honderden wespen vliegen op de roze bloemen van de radijzenboompjes, de kleine sneeuwbes met lichtrode vruchten. Ook een enkele honingbij is present.

De hommelkoninginnen hebben al een tijdje geleden de nesten verlaten. De dikke vrouwtjes verzamelen geen voedsel voor de larven, maar doen zich tegoed aan nectar voordat zij in de grond kruipen om in winterslaap te gaan. Traag luieren ze in de hoofdjes van laat bloeiende distels.

Dagpauwogen en kleine vossen vliegen op zonnige dagen nog wel buiten rond, maar in de avond zoeken ze de beschutting van schuren, stallen en huizen, waar ze proberen te overwinteren.

Er zijn nu veel vliegenzwammen op de hoge gronden en in de duinen, waar ze meestal onder berken groeien. Duizenden franjehoeden groeien op het afgevallen blad van de populieren en op houtsnippers, waarmee paden in parken aangelegd worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden