Wolfsburg toont de eenzaamheid van Anselm Kiefer

'Tuning Up - Einsatz für eine Sammlung in Wolfsburg' t/m 25 september te zien in het Kunstmuseum in Wolfsburg, tegelijk met de expositie 'Fernand Léger - Le rhythme de la vie moderne', die t/m 14 augustus loopt.

Het tegendeel blijkt waar te zijn als je na een dikke vier uur van de Autobahn Osnabrück-Berlijn ter hoogte van Braunschweig in noordelijke richting afslaat en een fraai bosrijk gebied binnenrijdt. Wolfsburg is dan de eerste stad die midden in het groen is te vinden. Vroeger begon hier niet ver vandaan het IJzeren Gordijn, maar nu is Wolfsburg midden in de Duitse Bondsrepubliek gelegen.

Als vanzelfsprekend leidt de hoofdweg de stad binnen om pal in het centrum parkeergelegenheid voor het museum te vinden. Wolfsburg, vlak voor de tweede wereldoorlog opgezet als Kraft Durch Freude Stadt en na de oorlog omgedoopt, is volgens strikte plannen gemodelleerd en dat betekent dat er van organische groei geen sprake is. Geen lastige zoektochten derhalve naar de aardigste plekken in deze stad: vanaf een rondweg wordt alles makkelijk aangeduid. Parkeren is wel verplicht, want het centrum is kilometers breed verkeersvrij gemaakt en wie zijn auto om die cirkel kwijt wil, vindt op straat weinig plek. Wolfsburg is om meer dan één reden autostad nummer 1 in Duitsland. Niet alleen staat hier de grootste autofabriek van het land, ook de bewoners rijden graag Volkswagen. Zodat het opvalt dat je hier met een wagen van de concurrentie rondrijdt. De Opel Astra mag dan in Nederland de best verkochte auto zijn, hier in Wolfsburg heerst de Golf in het straatbeeld.

Wie het ondergrondse Parkhaus 'Museum' neemt, komt direct onder het Kunstmuseum van Wolfsburg boven de grond. De roltrappen eindigen onder de kap van de halfronde entree van het museum, zodat je droog en wel binnen kunt komen. Voor de bezoeker is dat prettig, maar veel meer nog voor het museum dat nu eenmaal een broertje dood heeft aan binnengebracht vocht. Overigens beschikt het gebouw over een ultramoderne luchtbehandeling, een van de sterke technische kanten van het museum.

Toch verdient het aanbeveling het Wolfsburgse museum eerst van buiten te bekijken. Je loopt daarvoor richting centrum waar je eerst stuit op een cultureel centrum dat als een van de mooiste projecten van de Finse architect Alvar Aalto geldt. Het Wolfsburgse gemeentebestuur moet al in een vroege fase van de ontwikkeling van de stad aan belangrijke architecten hebben gedacht, want het cultureel centrum blijkt te zijn omgeven door architectuur van naam en faam. Hier staat een gebouw van Aalto, daar een Hans Scharoun, daar nog een Peter Schweger. Hun gebouwen zijn stuk voor stuk naar de menselijke maat toegesneden, nergens overheerst de houding van een metropool in aanbouw, terwijl de gebouwen toch niet truttig genoemd kunnen worden. Het stadhuis bijvoorbeeld biedt een interieur waar bevolkinsgroepen elkaar informeel kunnen ontmoeten. Dat gebeurt dan ook: de binnenhal is een marktplein waar plaatsgenoten koutend gaan zitten. Je verwacht hier een progressief stadsbestuur, maar in de de Wolfsburgse gemeenteraad zijn de conservatieve christendemocraten (CDU) veel beter vertegenwoordigd dan de sociaaldemocraten (SPD), terwijl Groenen en klein-links er nog bekaaider van af komen.

Dit stedelijk ensemble levert een interessante doorsnee van naoorlogse Duitse architectuur, en dat is nog wel iets anders dan de grauwe betonkolossen die je in andere (Roer)steden aantreft. Het museumgebouw is de meest recente aanwinst, Schwegers tweede bijdrage aan deze stad. De Hamburgse architect, die als eerste werd aangewezen na een besloten prijsvraag die uitsluitend voor Duitsers toegankelijk was, blijkt tussen het oudere kantoorgebouw en zijn eerste museum andere visies te hebben opgedaan. Waar hij het kantoorgebouw nog in goede jaren zestig-traditie in stroken opbouwde, daar doorbrak hij voor het museum de horizontale structuur juist met een gebrek aan een lineair streven. De structuur is overal open en transparant, maakt een bezoek meer dan welkom. Het Kunstmuseum zegt van zichzelf aan de buitenzijde 'bezoek mij, hier wordt kunst geproduceerd!'

Dat slaat vooral op de exposities die hier op 'grootformaat' worden gehouden. Het Kunstmuseum, gebouwd als Kunsthal (maar als uitgangspunt door directeur Gijs van Tuyl al direct verlaten), zal als een ware expositiemachine gaan fungeren; zeker zeven grote tentoonstellingen staan per jaar geprogrammeerd.

Toch zullen de exposities niet de enige reden zijn om het Kunstmuseum te bezoeken. Als logo (dat door de Nederlandse grafische ontwerper Gerard Hadders werd bedacht) draagt het museum de afbeelding van een spekdikke walvis, die op zijn buik het woord 'kunst' draagt. Niet Jonas heeft hier onderdak gevonden, maar de schone Muze. Gezien de omvang van het dier kan dat heel wat zijn en dat blijkt ook buiten het kader van de exposities. Hoewel de museumdirecteur een behoorlijk budget tot zijn beschikking heeft (tussen de twee en drie miljoen gulden per jaar) heeft hij zich in de afgelopen twee jaar dat het museum werd opgebouwd, niet echt wild gekocht. Van Tuyl streeft er naar een werkelijke topverzameling samen te stellen en die moet nu eenmaal betaald worden.

Zeker een van zijn duurste aankopen zal de Kiefer zijn geweest die van '91-'92 dateert. Het is het meest dramatische werk dat het museum bezit en meteen ook het meest dramatische dat Kiefer ooit heeft gemaakt. In zijn niet in theatraliteit tekort schietende oeuvre neemt het een ietwat geïsoleerde plek in. 'Twintig jaar eenzaamheid 1971-1991' heet het en dat laat meteen alles zien wat Kiefer in die periode heeft gedaan. De Duitse schilder en beeldhouwer besloot onlangs een einde te maken aan zijn werkzaamheden in Duitsland, ruimde zijn atelier op en emigreerde vervolgens naar ZuidFrankrijk. Van die opruiming heeft hij een installatie gemaakt: letterlijk alles wat er nog in zijn atelier stond, werd op een hoop bij elkaar gezet, inclusief het stof, het stro en het zand dat zich nog in de werkruimte bevond. Zo ontstond een stapel van zo'n twee en een halve meter hoog waarin nog de typerende schilderkunst van Kiefer is te zien. Elk doek op zich moet een klein vermogen opleveren, maar de maker heeft in een tien pagina's omvattend document bepaald dat de berg onder geen beding los gemaakt mag worden, zelfs mogen de onderlinge werken niet gefotografeerd worden. Hier herken je een voorstelling met veel stro, een historische scène, daar zie je de resten van een mythologisch verhaal. Zelfs een dood muisje ontbreekt niet als tastbaar bewijs van de werksituatie van de kunstenaar.

De Kiefer is op zich al een reden om naar Wolfsburg af te reizen. In geen enkel museum - en Kiefer wordt zo hier en daar toch aardig verzameld - is de nood van deze man, zijn strijd tegen het verleden en de eenzaamheid, zo onthutsend en dramatisch te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden