Woestijn

Op het eerste oog is het wat wonderlijk dat het woord 'woestijn' in verschillende schrijfwijzen al vanaf de vroege Middeleeuwen in het Nederlands voorkomt en dat het kennelijk een warm plekje in onze taalschat heeft veroverd. Ons land kent namelijk wel polders, maar geen woestijnen, als we tenminste aan dat woord de betekenis hechten die gebruikelijk is: een uitgestrekt, dor en droog gebied met opwaaiend zand en een schrale begroeiing. Hoe kan het woord voor iets wat de meesten van ons nooit te zien krijgen, zo vroeg in onze taal binnendringen en daar ondanks de gebrekkige verwijzing naar een bekende werkelijkheid zo vanzelfsprekend worden? Ik denk dat het antwoord vrij voor de hand liggend is: omdat het woord ontleend is aan de Bijbel, waarin we lezen, dat de Joden veertig jaar door de woestijn trokken, dat de Doper in de woestijn woonde, waar hij zich met sprinkhanen voedde en dat Jezus zich daar terugtrok. Wij menen dus ook te begrijpen hoe de stem klinkt van een roepende in de woestijn, namelijk als de stem van iemand naar wie niemand luistert en die dus eigenlijk door ons ook niet gehoord en uitgelegd kan worden.

Cornelis Verhoeven

In het woord 'woestijn' wordt dit landschap aangeduid als een gebied dat aan zich zelf overgelaten en niet door mensen gecultiveerd is. Het is verwant met het Latijnse vastus dat zowel met uitgestrektheid als met verwoesting te maken heeft. En het Latijnse desertum benoemt het gebied als een streek die door mensen verlaten is. Degene die zich daarin begeeft, stelt zich niet alleen bloot aan droogte en verzengende hitte, maar vooral ook aan de eenzaamheid. De woestijn is de plaats waar mensen die zich willen concentreren, zich terugtrekken en tijdelijk de eenzaamheid zoeken. Zo'n verblijf kan dus de voorbereiding zijn op een profetisch optreden in het openbaar. En dan lijkt het wonder te gebeuren dat de woestijn gaat bloeien en dat van daar uit een stem wordt gehoord die van beslissende betekenis blijkt te zijn. Ik weet niet, hoe orthodox en traditioneel deze benadering van 'de stem eens roependen in de woestijn' (Mattheüs 3 vers 4) is, maar mij dunkt dat op deze manier een interessante uitleg kan worden gegeven aan de functie van eenzaamheid en beschouwing als voorbereiding op een openbaar leven en als een tijdelijke retraite te midden van een hectische samenleving.

Deze gedachte kwam bij mij op, toen ik las in het inspirerende boek 'Langs de gewesten van het zijn' van Theo De Boer, waarin onder de titel 'Spiritualiteit van de woestijn' een prachtig essay is opgenomen over de woestijn als plaats van doortocht en loutering. Ook daarin wordt op een bijna vanzelfsprekende manier de woestijn in bijbelse termen begrepen en wordt het woord 'woestijn' als aanduiding van een ongerept gebied gesteld tegenover 'woestenij' als naam voor de chaos die mensen van hun omgeving maken. ,,Wie spiritueel wil worden moet eerst de woestijn in. Dat is een terugkerend bijbels motief. Zij is een leerschool voor profeten.'' Als dat zo is, en dat lijkt mij onmiskenbaar het geval, waarom zou dan die stem die profetisch roept in de woestijn, altijd weer worden uitgelegd als een vergeefs geluid? Als die stem werkelijk, zoals van de Doper wordt verteld, vanuit de woestijn een nieuwe spiritualiteit aankondigt, zou een zo bijbelvast en al eeuwen lang in die spiritualiteit gelovend volk in de polder al lang een betere uitleg voor die spreekwoordelijke uitdrukking gevonden moeten hebben dan een die er niets beters van weet te maken te maken dan de meest dorre frustratie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden