Woekerwinsten en Wantrouwen

(Trouw) Beeld ANP
(Trouw)Beeld ANP

Een welgemeend ’sorry’ is beter voor herstel van vertrouwen dan nog meer toezicht.

De excuses deze week van Floris Deckers, topman van Van Lanschot Bankiers, zijn historisch gezien niet uniek. In literatuur over de wording van het kapitalisme wordt nogal eens verwezen naar de Amerikaanse zakenman Robert Keane, die in 1644 in het Calvinistische Boston gestraft werd voor een door hem begane misdaad: hij had woekerwinsten (zo’n 50 procent) geboekt bij een bepaalde handelstransactie en dit was uitgekomen. Omdat Keane tot dan toe een onberispelijke staat van dienst had, kwam hij er met een boete van af. Zelf vond hij dit niet genoeg. Hij stond er op ook publiekelijk boete te doen. Aldus geschiedde.

De latere waardering voor de ’Keane-episode’ wisselt sterk. De ene keer vindt een auteur het een lachwekkend voorbeeld van de achterlijke wereld van de vroege moderniteit, toen men nog niet door had dat winstmaximalisatie juist de werkelijke motor van de economie is. Keane was een voortreffelijk ondernemer, die deed wat de markt hem opdroeg: zoveel mogelijk winst maken. Hij was zijn tijd vooruit. Dom dat hij publiekelijk vergeving vroeg.

Anderen, die ik zelf zou bijvallen, springen juist voor Keane’s boetedoening in de bres. Keane begreep –misschien uit welbegrepen eigenbelang, misschien oprecht, maar eigenlijk doet dat er niet zo heel veel toe– dat voor een ondernemer het vertrouwen van zijn klanten wezenlijk is. Een soepel draaiende economie is gebaseerd op het vertrouwen dat mensen het belang van anderen als onderdeel van hun eigen belang meewegen – en dat is in feite ook in ieders (eigen)belang. Waar dat vertrouwen geschonden is, is herstel van vertrouwen de hoogste prioriteit. En dan ontsiert een publiekelijk boetekleed een mens niet – mits daadwerkelijke gedragsverandering er op volgt.

Dat de Keane-episode plaats vond in het calvinistische Boston was geen toeval. Calvijn had lovend over de markt en over ondernemerschap geschreven. Deels vernieuwend: hij stond rente toe, wat eerder in de christelijke traditie verboden was geweest. Tegelijk sloot hij aan bij eerdere opvattingen in zijn beschrijving van de vrije markt als een gelegenheid tot wederzijds dienstbetoon. In de markt kunnen mensen elkaar dienen met hun eigen talenten. Winst maken is prima, zolang dit verband blijft houden met de aard van de aan de medemens geleverde dienst. Hier stuiten we op een morele kern van de markteconomie, die nog steeds van groot belang is: de vrije markt als belichaming van solidariteit. Het veelbesproken verband tussen kapitalisme en protestantisme is vooral hier te zoeken, niet in de focus op winstmaximalisatie. Deze twee concepties van een markteconomie zijn al zeker sinds 1644 met elkaar slaags.

De laatste jaren is de eerste conceptie weer enorm in opmars geweest. In het bedrijfsleven (en in de non-profit-sector!) zijn hoe langer hoe meer mensen boven komen drijven voor wie eigen winstmaximalisatie allesbeheersend was (hierin overigens vaak geestdriftig gesteund door veel aandeelhouders die nu briesend en berooid langs de kant staan). Het maakte niet uit of ze nu hamburgers verkochten of hypotheken of zorgminuten – alles is kwantitatief te maken en dus in geld meetbaar. Er is geen inhoudelijk verband tussen de professionele prestatie en de beloning. Men lijkt er alleen er op uit te zijn de eigen beloning te maximaliseren: bonussen, gouden handdrukken, optieregelingen, buitenschaalse salarissen enzovoort.

In een dergelijke economische orde kan niemand er meer zeker van zijn wat iemand bij zijn beslissingen motiveert: het belang van het bedrijf of instelling, het belang van de klant, of het eigen belang (op korte termijn)? Waarschijnlijk het laatste, maar we weten het niet. Alle economische relaties en transacties worden vergiftigd door wantrouwen.

Dat kan twee soorten gevolgen hebben – beide heel verschillend, beide dramatisch.

Een eerste, meest in het oog springend gevolg zien we nu: een acute economische crisis. Een ander mogelijk gevolg van wantrouwen voltrok zich veel sluipender gedurende de afgelopen twintig jaar: het ontstaan van een enorme ’second economy’ van controleurs, auditors, juristen, ’second opinions’ en wat niet al. In veel sectoren – bijvoorbeeld in de zorg – is de ’second economy’ inmiddels groter dan de primaire: op elk 60 minuten daadwerkelijk verrichte zorg zitten nu meer dan 60 controle-minuten. De controle vindt deels plaats door de zorgverlener, die de vereiste protocollen invult maar daarboven door allerlei hogere niveaus die een controlerende functie hebben. Die controle-minuten hebben doorgaans zelfs een aanzienlijk hogere kostprijs dan de primaire minuten, want de controleurs hebben niet zelden een (veel) hoger salaris dan degenen die het eigenlijke werk doen. Hetzelfde doet zich voor aan onze universiteiten.

De huidige acute crisis is een goede gelegenheid om de WW-economie van Woekerwinst en Wantrouwen tegen het licht te houden. Paradoxaal genoeg betekent dat: minder toezicht, de dolgedraaide toezicht-op-toezicht-op-toezicht spiraal doorbreken en het morele debat openen. Dat kan herstel van vertrouwen inluiden. Interessante voorstellen liggen al op tafel, zoals de beroepseed voor bankiers van Hans Ludo van Mierlo. Dit debat is te belangrijk om exclusief over te laten aan economen en bankiers – maar laten zij vooral meedoen. Een ruiterlijke verklaring als die van Deckers opent de weg.

Dit is een bewerkte versie van een bijdrage aan de deze week verschenen bundel ’Christendemocraten over de kredietcrisis’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden