Woedende Amerikanen volgen Obama in de strijd

Na de onthoofding van twee landgenoten is er brede steun voor de oorlog tegen IS

Een president die niets moet hebben van de waan van de dag moest gisteravond de weg wijzen aan een volk dat sinds een week of drie bang en boos genoeg is om weer een oorlog te willen.

In een toespraak tot de Amerikanen, midden op de avond op alle nationale zenders (en dus na het drukken van deze krant) legde Barack Obama gisteren uit hoever hij wil gaan, en met wie, om Islamitische Staat (IS) te bestrijden en uiteindelijk te vernietigen.

Die staat heette tot voor kort ISIS ('in Irak en Syrië') of ook wel ISIL ('in Irak en de Levant'). In de VS is de Amerikaanse regering zo'n beetje de enige instantie van belang die nog consequent de laatste afkorting bezigt. Maar als dat was om de connectie met Syrië niet te hoeven benoemen, heeft die omzichtigheid zijn tijd wel gehad. Want het leek gisteren wel duidelijk dat de Amerikaanse acties tegen IS zich niet langer tot Irak zullen beperken.

Daarmee beweegt Obama zich, samen met de internationale coalitie die hij tegen IS aan het smeden is, op of over de rand van het internationaal recht. En ook met het Amerikaanse recht staan zijn plannen op gespannen voet.

Volgens de grondwet heeft het Congres het voor het zeggen in oorlogszaken. Een wet uit 1973 vult dat zo in, dat als een president in het buitenland de krijgsmacht inzet, hij zo snel mogelijk het Congres moet inlichten, dat hem vervolgens binnen zestig dagen toestemming moet verlenen.

Maar Obama beroept zich, ironisch genoeg, ook op de resolutie die George W. Bush toestemming gaf om ten strijde te trekken tegen Irak - een resolutie die hij zelf altijd heeft veroordeeld. In de Washington Post merkt Andrew Rudalevige, hoogleraar bestuurskunde aan het Bowdoin College, echter op dat die resolutie daarmee nog geen toestemming geeft voor acties tegen een nieuwe vijand in een bevriend Irak, laat staan in Syrië.

Al sinds 1973 proberen presidenten zoveel mogelijk te ontkennen dat ze in hun rol als bevelhebber van de strijdkrachten met handen en voeten gebonden zijn. Vaak berust het Congres daarin, en ook nu lijkt dat het geval. In de Senaat eist de Republikeinse fractieleider Mitch McConnell een stemming. Maar omdat zijn partij daar in de minderheid is, krijgt hij die niet, want de Democratische leider Harry Reid vindt het niet nodig. In het Huis van Afgevaardigden, waar de Republikeinen juist wel een meerderheid hebben, houdt voorzitter John Boehner zich op de vlakte.

Terwijl de politici in Washington zo hun handen schoon houden - velen hopen in november herkozen te worden - weet de president zich verzekerd van hun niet-uitgesproken steun. En van die van de Amerikanen. Vervuld van weerzin door de onthoofding van twee landgenoten gelooft volgens opiniepeilingen 90 procent van hen dat IS een rechtstreekse bedreiging vormt voor het land. En 71 procent is ervan overtuigd dat er al IS-terroristen in de VS zijn. Bombardementen op Irak worden door 71 procent goedgekeurd, op Syrië door 65 procent.

Dat geeft Obama op korte termijn vrijheid van handelen. Maar hij zal die zo willen gebruiken dat de Amerikanen niet, zoals in de jaren na Irak, vaststellen dat hun kortstondige vechtlust werd omgezet in een langdurige strijd die hen bij nader inzien niet aanging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden