Woede over het botte Rome

Welke protestant maakt zich nu nog druk over het feit dat ons land rooms-katholieke bisschoppen kent? Vandaag 150 jaar geleden, was dat anders. Toen bracht De Aprilbeweging van 1853 hervormd Nederland in rep en roer. Doel: voorkomen dat het Vaticaan hier de bisschoppelijke hiërarchie zou herstellen. Het werd een onfris gevecht.

Soms heeft het Vaticaan de tact van een olifant. Neem 4 maart 1853. Op die gedenkwaardige dag benoemde Pius IX voor het eerst sinds drie eeuwen weer Nederlandse bisschoppen. Dat was in ons calvinistische land al die tijd verboden geweest. Het pauselijk besluit sloot logisch aan bij een lopend proces van rooms-katholieke emancipatie en staatkundige vernieuwing. Alleen had de manier waarop Rome het wereldkundig maakte wel wat fijnzinniger gekund.

Zo stelde het Vaticaan de Nederlandse regering pas formeel van zijn besluit op de hoogte ruim een maand nadat de beslissing was gevallen en drie dagen na aankomst van de benoemingsbrieven bij de vijf kandidaat-bisschoppen. Een eerder gedaan verzoek van Den Haag om, gezien de te verwachten protestantse agitatie, de nieuwe aartsbisschop niet in Utrecht te stationeren, had Pius IX van tafel geveegd.

De regering-Thorbecke was woedend over de hele gang van zaken. Ze gaf haar gezant bij de Heilige Stoel, A. van Liedekerke de Beaufort, opdracht Rome voor onbepaalde tijd te verlaten. Een diplomatiek teken van groot ongenoegen. Formeel stond het Vaticaan in zijn gelijk. De vijf jaar eerder in Nederland bij grondwetswijziging doorgevoerde scheiding tussen kerk en staat gaf de katholieken -dertig procent van de bevolking- de vrijheid om hun kerkelijke organisatie naar eigen goeddunken in te richten. Dat recht erkende de Nederlandse regering voluit.

Haar ergernis richtte zich dan ook niet tegen het feit als zodanig -een rooms-katholieke kerkprovincie met eigen bisschoppen- maar tegen de lompe wijze waarop Rome optrad.

De protestanten waren nog bozer, vooral over de bewoordingen waarin het 'herstel van de bisschoppelijke hiërarchie' bekend werd gemaakt. Terugkijkend stelde de pauselijke breve vast dat calvinianae haeresis gladius ac furor (het zwaard en de woede der calvinistische ketterij) aan de ooit zo bloeiende kerkprovincie 'talrijke verliezen' hadden toegebracht.

Eerlijkheidshalve moet worden gezegd dat Pius IX uit de ontwerptekst de woorden 'het zwaard en de woede' liet schrappen. Maar de oertekst had toen al Den Haag bereikt en deed daar de ronde. En afgezien daarvan, het begrip 'calvinistische ketterij' vonden de meeste protestanten al denigrerend genoeg. Ook de toespraak (allocutie) tot het collega van kardinalen, waarin de paus zijn besluit wereldkundig maakte, liep bepaald niet over van oecumenische gezindheid.

Omdat de liberalen onder Thorbecke de scheiding van kerk en staat volkomen logisch vonden, konden zij de opschudding onder grote groepen protestanten niet invoelen. De regering had evenmin in de gaten, althans niet voordat het te laat was, dat conservatieven en protestanten een monsterverbond sloten. Rechts maakte van alle onrust misbruik door te ageren tegen de héle grondwetsherziening die volgens de conservatieven te ver ging. Veel hervormden -als eigen kerkgenootschap bestonden de gereformeerden nog niet- vonden dat ook wel, maar waren toch vooral bang voor een 'verpaapsing' van Nederland.

De protestantse goegemeente werd pas wakker toen rond 20 maart 1853 de eerste concrete berichten over het pauselijk besluit in de pers verschenen. En nadat ook de letterlijke inhoud van de breve en de allocutie waren gepubliceerd begon het verzet.

Het calvinistisch protest dat als De Aprilbeweging onze vaderlandse geschiedenis is ingegaan, leidde tot grote commotie. In heel het land regende het brochures en pamfletten. Van menige protestantse kansel werd tegen 'de roomschen' gefulmineerd. Antikatholieke bladen en blaadjes als De Fakkel, Het Goudsch Kronykske en de Morgenster, hitsten de gemoederen op.

Men verzamelde ruim 200000 protesthandtekeningen, en er waren demonstraties. Op straat jouwde men rk geestelijken uit en dwong men leken 'weg met de papen' te roepen. In Den Haag kalkten onbekenden kruisen en rode cirkels op de huizen van rooms-katholieken.

Van gewelddadigheden was echter nergens sprake. De bekende katholieke dichter-prozaïst en emancipator Alberdingk Thijm die in Amsterdan woonde, werd naar eigen waarneming ,,geen hair gekrenckt'' en had zelfs geen schade ,,aen de alderkleinste ruit''. Wel kwamen er op minischaal nogal wat economische sancties voor: de roomse dienstbode die door haar hervormde mevrouw werd ontslagen en de katholieke kruidenier die al zijn protestantse klanten verloor.

Overigens stelde de hervormde synode zich lange tijd gematigd op. Ook de grote protestantse voorman en AR-leider Groen van Prinsterer moest van alle gekrakeel niets hebben.

Het protestantse verzet begon in Utrecht. Daar besloot de hervormde kerkenraad reeds op 21 maart koning Willem III een petitie te sturen met het verzoek te voorkomen ,,dat iemand titel, rang of waardigheid van bisschop van eenig gedeelte onzes vaderlands, door een vreemden vorst verleend'', zou aanvaarden. Het initiatief vond in veel steden navolging.

In Amsterdam haalde men onder eenzelfde verzoekschrift 51000 handtekeningen op en overhandigde ze aan Willem III toen de vorst de hoofdstad op 15 april bezocht. Waarom aan de koning die sinds de gewijzigde grondwet van 1848 geen officiële macht meer bezat? Omdat hij in de ogen van menig protestant nog steeds fungeerde als symbool van de calvinistische trits God, Nederland en Oranje.

Wat de koning tegen de Amsterdammers zei is niet duidelijk. De Amsterdamsche Courant schreef dat hij verzekerde dat ,,deze dag (...) de band tussen het Huis van Oranje en het Vaderland nog hechter vastgesnoerd en dierbaarder aan mijn hart'' had gemaakt. Ook zou hij op de grondwet hebben gescholden en gezegd dat zijn regering hem ,,menige treurige ogenblikken'' had opgeleverd.

Willem III handelde daarmee tegen de nieuwe grondwet en de daarin opgenomen ministeriële verantwoordelijkheid. De koning had de tekst die hij van de ministerpresident had gekregen om voor te lezen, naast zich neergelegd. Dat kon niet. Thorbecke en zijn ministers stelden hem daarom voor de keus: of zijn uitspraken publiekelijk inslikken of het ontslag van het kabinet aanvaarden. In zijn gretigheid de door hem verfoeide premier te lozen koos Willem voor het laatste.

Het bleek een pyrrusoverwinning. De nieuwe regering die na de verkiezingen van mei onder leiding van Floris van Hall uit de bus kwam, was weliswaar een stuk rechtser dan haar voorgangster, maar bleek niet bereid de grondwet van 1848, inclusief de scheiding van kerk en staat, terug te draaien. De bisschoppelijke hiërarchie bleef bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden