WK van toekomst moet tegen verdrukking in groeien

HAMAR - Schuchter probeert Hamar nog iets van de opwindende Olympische geest van twee jaar geleden uit te ademen. Het kwakkelweer, gisteren zette in dit deel van Noorwegen de dooi in, heeft van het stadje als het ware een licht astmatische patiënt gemaakt. Het wil niet echt vlotten met de pogingen voor de eerste WK afstanden de ouderwetse schaatssfeer op te roepen.

JOHAN WOLDENDORP

Het volksfeest van februari 1994 heeft blijvende sporen in het stadje achtergelaten. De bewegwijzering in Vikingskipet is nog altijd intact. Hier en daar volgen passanten de laatste Olympische wintermode voordat over twee jaar in het Japanse Nagano de nieuwe ontwerpen worden geshowd. Het schaatscafé 'Siste Indre' is onverwijld een soort museumpje met tapvergunning, en in een verdwaalde etalage in de hoofdstraat wordt de argeloze toerist zowaar geattendeerd op wat dit weekeinde komen gaat: de eerste mondiale afstandskampioenschappen in de historie van de ISU.

Het is een nieuwe episode in de geschiedschrijving, en wellicht een van de laatste alinea's in het boek dat ruim een eeuw geleden met de opkomst van Jaap Eden begon. Op 14 januari 1893 werd de geboren Groninger de eerste officiële wereldkampioen. Dat gebeurde in Amsterdam, maar de mooie verhalen over Eden spelen zich vooral in Hamar af, in hotel Victoria; nog steeds het trefpunt van de schaatsliefhebbers.

In feite waren de allroundkampioenschappen van die tijd een veredeld afstandstoernooi. Men hoefde niet op ieder onderdeel te starten om uiteindelijk toch de beste te worden. Eden liet op het EK van 1894, dat toen nog op het Mjösameer werd verreden, verstek gaan op de 500 meter. Officieel omdat het te hard woei. De werkelijkheid was echter een stuk frivoler. Eden onderhield een innige relatie met een kamermeisje van Hotel Victoria en “prefereerde een warm lichaam boven een koude ijsbaan”, zoals Maarten Moll dat in zijn boek 'Jaap Eden' omschrijft.

Belediging

Eden startte ook niet op de 1500 meter. Door zijn weigering de eerste afstand te rijden, moest hij op de mijl alleen van acquit gaan. Toen hij dat openlijk als een belediging opvatte, gaf de scheidsrechter hem alsnog een tegenstander, maar die werd door de wereldkampioen als ondermaats gekwalificeerd. Hij besloot het gedoe vanuit het raam van zijn hotelkamer te aanschouwen, onderwijl de brand in een bolknak stekend. Want ofschoon Eden uitgroeide tot een van de grootste sportmensen uit de vaderlandse geschiedenis, was zijn beroepsernst een voortdurende bron van verholen irritatie en bijtende kritiek. Zo moet Pim Mulier, een andere sportlegende, eens hebben opgemerkt: “Eden leeft niet bedaard genoeg en heeft voortdurend een kolossale sigaar in bewerking.”

Jaap Eden wordt nog steeds geëerd in Hamar. Zijn beeltenis siert een prominente plek in het hotel, overigens zonder het kamermeisje aan zijn zijde. Maar dat was toen. Wanneer schaatsers hedentendage niet al te veel trek meer hebben in de WK afstanden, is dat niet vanwege kamermeisjes. Dan is het seizoen al te lang geweest, zijn persoonlijke, nationale en wereldrecords (liefst 131 in getal) in Calgary dusdanig aangescherpt dat er op dat punt in Vikingskipet geen eer meer valt te behalen en is slechts de aankondiging dat er ook in Hamar een perfecte ijsvloer zal liggen, een drijfveer er nog één keer energiek tegenaan te gaan.

Elk experiment heeft tijd nodig om zich te settelen. Met weerzin wordt nu al gesproken over de tweede editie, volgend jaar in Warschau. Daar moet voor niemand ook maar iets te genieten zijn, luidt de algemene opinie. Bovendien barst de kalender de komende winter ouderwets uit haar voegen. Garantie op mooie tijden bieden de WK van 1998 (in Calgary) wel, maar het lijdt geen twijfel dat de inspiratiebronnen dan allang zijn opgedroogd. De schaatsers hebben hun onbetwiste hoogtepunt immers gehad: de Winterspelen van Nagano. De WK afstanden staan dat jaar van 3 tot en met 5 april (!) geprogrammeerd. Het heeft er alle schijn van dat het 'schaatstoernooi van de toekomst' zich tegen de verdrukking in moet ontwikkelen. Het is zoiets als een kind met een autoped aan de TT te laten deelnemen.

Voor de schaatsliefhebber biedt Hamar medio maart 1996 een vertrouwde aanblik. De ijsvloer in Vikingskipet glimt als een spiegel, maar het personeel van de hal kan zijn ogen amper geloven. Als schaatstempel heeft de Olympische ijshal van 1994 nauwelijks een functie meer. “We hebben deze winter veertig dagen ijs”, vertelt directeur Hans Erik Stadshaug van Vikingskipet. “En dan ook nog speciaal voor grote evenementen en in sommige weekeinden, wanneer er geen andere, meer rendabele activiteiten zijn. Het kan niet anders. De hal moet zichzelf bedruipen. Van de schaatsers, de schaatsbond, de gemeente en de landelijke overheid hoeven we niets te verwachten. Die paar schaatsers die wij over de vloer krijgen, hoesten niet meer dan tien procent van onze inkomsten op. De resterende negentig procent moeten we dus op een andere manier zien te verdienen.”

Dat lukt probleemloos, bezweert Stadshaug. “We organiseren concerten, tentoonstellingen, beurzen, sporttoernooien en hele specifieke activiteiten, zoals laatst een groot diner voor 1500 mensen en een dansavond waar 9000 mensen op afkwamen. De schaatsbond kun je het niet kwalijk nemen dat ze niet méér gebruik maakt van deze unieke accommodatie. Ze kan onmogelijk de acht ton (in guldens - red.) op tafel leggen om met een behoorlijke frequentie uren te huren.”

Exploitatie

Algemeen was de vrees dat de dunbevolkte provincies Hedmark en Oppland, waar de Olympische accommodaties van 1994 zijn gesitueerd, zich zouden verslikken in de peperdure exploitatie wanneer de droom van de geslaagde Winterspelen eenmaal uiteen was gespat. Over de unieke grothal in Gjövik en het ijshockeystadion in Lillehammer wil Stadshaug niets zeggen (“dat behoort niet tot mijn competentie”), Vikingskipet en het amfitheater, waar in 1994 het shorttrack werd gehouden, heeft het bankkrediet van 15 miljoen gulden nog steeds niet hoeven aanspreken. “Met andere woorden: onze begroting is sluitend. Los van de evenementen hebben de Spelen de recreatieve sportbeoefening in deze streek een enorme impuls gegeven. Het ledental van de ijshockeyclub in Hamar is twee, drie keer over de kop gegaan. Ik ken maar één sportvereniging in Noorwegen die groter is dan de ijshockeyclub hier, dat is de voetbalclub Rosenburg uit Trondheim. De faciliteiten zijn natuurlijk sterk verbeterd. Dat is de georganiseerde sport zeer ten goede gekomen.”

Voor één weekeinde gaat Vikingskipet dus terug naar zijn 'roots'. Vooral door toedoen van Johann Olav Koss was de hal in Hamar voor dit seizoen op een fractie na de snelste ijsbaan ter wereld. De recente recordexplosie in Calgary heeft de twee 'Olympic Ovals' verder uit elkaar gedreven. De baanrecords van Hamar (bij de mannen 35,92; 1.12,43; 1.51,29; 4.02,7; 6.34,96; 13.30,55 en bij de vrouwen 39,25; 1.18,74; 2.01,71, 4.12,25 en 7.13,29) verbleken bij die van de Canadese hooglandpiste: bij de mannen nu 35,39; 1.11,67; 1.50,61; 3.53,06; 6.37,55 en 13.48,20 en bij de vrouwen onveranderd 38,69; 1.17,65; 2.00,16; 4.09,32 en 7.03,26. Mede door de inbreng van wereldkampioen junioren Bob de Jong op de 3000 en 5000 meter waren de mannen, op de 10 kilometer na, deze maand op alle afstanden grensverleggend bezig. “Wij organiseren dit weekeinde twee wedstrijden”, zegt Stadshaug uitdagend, “de WK afstanden en een tweegevecht met Calgary. De ijscondities zijn perfect, maar er is meer nodig om records te breken. Goede schaatsers uiteraard, maar ook een enthousiast publiek. Ik hoop dat er veel Nederlanders komen. Van het Noorse publiek moeten we het deze keer niet hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden