WK is impuls voor eredivisiespelers

Oranjevoetballers uit Nederlandse competitie putten zelfvertrouwen uit hun ongedacht sterke optredens

HENK HOIJTINK

RIO DE JANEIRO - Dat het een verwarrende WK-campagne zou worden, was vroeg te voorzien geweest. Om precies te zijn in de eerste oefeninterland al, medio mei tegen Ecuador, waarin bondscoach Louis van Gaal zijn nieuwe, zo ver van zijn beginselen afwijkende systeem had geïntroduceerd. Er is sindsdien nogal wat bijgekomen, dan weer iets onvoorstelbaars, dan weer iets lastig beredeneerbaars. Wat te denken van het kwantitatieve aandeel van de eredivisiespelers in de zegetocht van Oranje?

Hun aantal is door enkele wisselingen gaandeweg iets geslonken, van vijf basisspelers naar vier, maar het is er nauwelijks minder opvallend om. Hoe vaak werd er na wedstrijden in de afkalvende eredivisie niet hoofdschuddend gemopperd over het niveau, en zie: bijna de helft van een ploeg die zich bij de laatste acht van de wereld heeft geschaard, met zicht op meer, bestaat uit spelers uit die competitie.

Van Gaal deed aan het schimpen op de eredivisie nooit mee. Al heel lang prijst hij vooral het tactische peil van de Nederlandse competitie, dat aan de scholing van de trainers toe te schrijven zou zijn. Sinds zijn aantreden als (deels op eredivisiespelers aangewezen) bondscoach, in augustus 2012, wees hij herhaaldelijk op zijn aloude stelling. Deze week zei Ajacied Daley Blind, gesterkt door het gevoelsmatige gelijk van de winnaar, in het kamp van Oranje steels dat de eredivisie kennelijk zo slecht nog niet is.

Of Van Gaal gelijk had en Blind dat nu heeft, is in feite in dit stadium niet eens de meest relevante vraag. Van meer gewicht is in de huidige sferen bij Oranje de kracht die vooral de spelers eraan kunnen ontlenen - zoals er voorlopig meer voor de geestkracht bevorderlijke elementen samenvallen: scorende invallers, bijna alle spelers al ingezet.

Van Gaal zal de in Nederland spelende kandidaat-internationals in de achterliggende twee jaar óók vertrouwen hebben willen geven, met zijn in het licht van de zichtbare uitholling van de eredivisie langzamerhand wat al te boude lof. En die spelers, meer of minder verguisd, voelen zich nu sterk, almaar hoger op zoiets groots als het WK-podium.

Geheel mysterieus of wonderbaarlijk is de voorspoed met het eredivisiecontingent overigens niet. Voor een deel valt het voorlopige succes te beredeneren. De eredivisiespelers van Oranje spelen hoofdzakelijk in één linie, in de defensie, waarin ze zich met een extra verdediger daarin ook nog eens dicht bij elkaar moeten ophouden. Van Gaal is de vakman bij uitstek die in zo'n constructie stevige onderlinge verbanden kan aanleggen.

Nog steeds weinig imposante, om niet te zeggen wat stramme, verdedigers als De Vrij, Vlaar en Martins Indi heeft hij met indringende trainingen en besprekingen van hun taken en posities, ook ten opzichte van elkaar, weten te doordringen. Er is grofweg een parallel te trekken met het werk van zijn leerling Frank de Boer bij Ajax. De Boer, geheel en al gevormd door Van Gaal, organiseerde vooral zijn verdediging volgens de lijnen van zijn leermeester, die voor hem in zijn rijke spelerscarrière een tweede natuur waren geworden.

Opwindend was daarmee het spel van Ajax zelden of nooit, in alle vier kampioensjaren achtereen. Maar steeds bleek de basis steviger dan die van de concurrenten, die zich om beurten kansrijk waanden en zich voorhielden dat Ajax zo bijzonder niet was, om toch uiteindelijk weer te moeten afhaken. Daarbij mag worden aangenomen dat de ervaren Van Gaal zijn stempel in de achterliggende weken zwaarder heeft gedrukt dan De Boer dat (al) kon, zeker in diens eerste jaren, toen hij zich nederig en met recht als een beginnende en lerende trainer opstelde.

In de euforie zijn kanttekeningen te maken, zoals altijd in een balsport met al zijn wendingen - en zoals het aanhoudende succes van Ajax niet alleen aan de onderliggende basis was toe te schrijven, maar ook aan het falen van anderen en, domweg, geluk op z'n tijd. Hoe zou over de eredivisieverdediging zijn geoordeeld, als Spanje in de eerste helft al de genadeklap had toegebracht waarmee het toernooi heel anders had kunnen lopen? De wedstrijd tegen Australië was een ongedacht moeizame en in de achtste finale tegen Mexico stond Oranje met één been in het vliegtuig naar huis.

Nu het allemaal anders is gelopen, kunnen spelers zich sterk achten - sterker misschien dan ze zijn. Ook zo kan het gaan, juist in een landentoernooi met zijn andere zeden. In Brazilië is misschien dan toch het grote voordeel van Oranje dat Louis van Gaal zich in de achterliggende weken als een clubcoach op zijn ploeg heeft gestort, sturend tot in de kleinste details. Dat zou een verschil van belang kunnen blijken met andere landen. Zulke diepgaande accenten zijn daar mogelijk niet gelegd, omdat een orthodoxe bondscoach zou kunnen denken dat zulks met 's lands beste spelers bijeen toch niet echt meer nodig kan zijn.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden