Witbooi was helemaal geen wreedaard

Conny Braam duikt in de geschiedenis van het Nama-volk en hun leider Hendrik Witbooi

Als op 15 november 1884 onder leiding van Bismarck Afrika onder dertien Europese landen verdeeld wordt, krijgt Duitsland zeggenschap over Zuidwest-Afrika. De noord-, zuid- en westgrens zijn makkelijk te bepalen want natuurlijk, maar voor de oostgrens grijpt men de liniaal. En zo loopt er ineens een loodrechte lijn door het gebied van stammen die gewend zijn simpelweg achter hun vee aan te trekken, op zoek naar grazige wei en fris water.

Conny Braams roman 'Ik ben Hendrik Witbooi' gaat over de geschiedenis van een van die stammen, het door de Duitsers onderdrukte en vermoorde Nama-volk. In 1884 neemt Hendrik Witbooi de leiding op zich van hun uittocht door de droge Kalahariwoestijn naar het vruchtbare noorden. Anders dan hij en zijn mensen vermoeden, hebben ze onderweg niet alleen met gebrek aan water te kampen, maar ook met de Duitse indringers. Zo worden er bij een overval in april 1893 bijna honderd vrouwen, kinderen en ouden van dagen rücksichtlos afgeslacht.

Om hun 'beschavingsoffensief' te rechtvaardigen deden de Duitse kolonisatoren er alles aan om Witbooi neer te zetten als een primitieve wreedaard. In werkelijkheid was hij niet alleen een bekwaam strateeg, maar ook een intelligente, welbespraakte en taalgevoelige man. Van hem zijn dagboeken bewaard gebleven en honderden brieven aan Duitse gouverneurs, Britse ambtenaren en Afrikaanse leiders. Van deze documenten heeft Conny Braam zo ruim kunnen profiteren dat de lezer een reëel, rijk geschakeerd beeld krijgt van de hoofdpersoon. Uit Witbooi's geschriften spreekt warme liefde voor zijn stamgenoten, grote waardering voor de lessen van de Duitse zendeling Olpp, ongerustheid over het westerse kredietstelsel dat vrijheidslievende nomaden tot slaven maakt, en een intens verdriet als het tot hem doordringt dat keizer Wilhelm II de totale vernietiging van de inheemse bevolking eist.

Op een zeker ogenblik schrijft Witbooi aan de Duitse commandant: "Waarom blijft u mij toch aanvallen? Nooit heb ik de Duitse keizer beledigd met woord of daad. God heeft ons ieder een eigen land gegeven. Waarom begrijpt hij dan niet dat ik moet strijden voor de vrijheid van mijn land en mijn volk? Daarom verzoek ik u nogmaals: accepteer de vrede die ik u aanbied en laat ons verder met rust. Met groetenis. Ik ben hoofdkaptein Hendrik Witbooi." Per kerende post komt het antwoord. "Zijne Majesteit heeft mij instructie gegeven, om als je je niet onderwerpt, een oorlog tegen je te voeren die tot je totale ondergang leidt."

Na jarenlange strijd en de inzet van een steeds grotere troepenmacht slagen de Duitsers erin de Nama's vrijwel geheel uit te roeien. De weinige overlevenden worden in 1906 gedeporteerd naar het voor de kust gelegen Shark Island. Een paar maanden later komt het laatste restje stamleden terecht in een kamp bij Luderitzbaai. Daar ontwikkelt zich een levendige handel in inboorlingenschedels. Intussen neemt een tevreden keizer Wilhelm complimenten in ontvangst uit alle windstreken. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt, laureaat van de Nobelprijs voor de vrede 1906, laat weten dat hij met bewondering kennis genomen heeft van de Afrikaanse veldtocht. "Hoe zwaar moet het voor uw troepen zijn geweest te ervaren hoeveel meedogenloosheid vereist is beschaving te brengen tot in de verste buitenposten van dit donkere continent."

In deze zeer levendig vertelde roman presenteert Conny Braam een verhaal dat onder geen beding mag worden vergeten. En in weerwil van de nauwelijks te verteren wreedheid die haar roman aankleeft heeft de schrijfster de ernst en tragiek van haar onderwerp ook met humor omkleed. Zo lezen we over de Herero's die zich niet willen bekeren: "Het oude geloof beviel hun toch beter, al was het maar omdat de christelijke God uit een erg regenachtig land komt en zodoende weinig begrijpt van de droogte waarmee zij kampen."

Conny Braam: Ik ben Hendrik Witbooi Atlas Contact; 384 blz. euro 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden