'Wist je dat graancirkels ook geluiden maken?'

Elektronische pop is niet zo geliefd in Nederland. Hier prefereren de popliefhebbers gitaarbandjes, terwijl de massa kiest voor 'ordinaire' house-muziek. En het experiment? Dat is hier ver te zoeken. De naar Londen uitgeweken Speedy J en zijn collega's van het in Nederland nooit aangeslagen Depeche Mode hebben een paar harde noten te kraken wat betreft de Nederlandse popcultuur. 'Public Enemy No 1' van Speedy J verschijnt volgende week vrijdag bij Mute Records.

Paap: “Het leuke van Depeche Mode is, dat zij gewone ouderwetse popmuziek maken. Ze spelen hele toegankelijke nummers, maar weigeren die uit te voeren op een geijkte manier.”

De samenwerking onstond min of meer toevallig, vertelt Paap, die in house- en technokringen beter bekend is als Speedy J. “Ik zit bij Mute-label en Depeche Mode ook. Dus dat was een easy move. Maar ik denk toch dat er ook overeenkomsten zijn. Hoewel ik niet in nummers denk en alleen maar instrumentale muziek maak, houden we allevier erg van elektronische en experimentele muziek.”

Als Paap even later te horen krijgt dat zijn vrienden van Depeche Mode er over klaagden dat zij in Nederland nooit de waardering hebben gevonden die zij elders in de wereld krijgen (zie het stuk hiernaast, red.), zegt hij meteen: “Ja, dat kan ik me goed voorstellen. Nederland heeft inderdaad geen echte muziekcultuur. Er heerst een andere mentaliteit. Er gebeurt hier wel het een en ander, maar muziek staat hier wel op de dertigste plaats of zo. In Engeland is het na eten het belangrijkste. De mensen doen daar sowieso veel meer buiten de deur... hebben meer interesse in 'jezelf vermaken' in het alledaagse leven. Willen dat misschien ontvluchten zelfs.”

Lange tijd was Speedy J dj in Nighttown. Hij maakte een jaar of zeven geleden de opkomst van de house mee en experimenteerde met nieuwe op techno gebaseerde muziek. Het leverde tot nu toe twee cd's op: 'Ginger' en 'G-Spot'. Vorig jaar trok hij naar Engeland, waar hij een platencontract kreeg aangeboden. Wie zijn jongste werk hoort, voelt dat hij in elk geval van StarTrek, machines en zwarte gaten moet houden. Van house in 'ouderwetse' zin is in elk geval weinig meer te bespeuren.

Paap: “Dat klopt. Ga jij dit maar eens in een club draaien. Dan loopt iedereen jankend weg. Dat willen ze echt niet horen. Het is niet dansbaar. Kijk, ik zet me er niet tegen af, maar het is een beetje bekrompen van mensen om me daar nog steeds mee te associëren. Als mensen eenmaal een pad hebben gevonden, dan houden ze daar meestal aan vast. Bij gebrek aan fantasie... Daar kan ik niet tegen. Vroeger dacht ik ook: Zo hé, dit zet de wereld op zijn kop, maar nu is het doodgebloed. Veel mensen blijven er krampachtig aan vasthouden, gaan door en klagen: Het is niet meer als vroeger. Maar dan zeg ik: Schakel maar over. Hou er mee op. Anders krijg je zo'n Rolling Stones-verhaal...”

“Wat mij in muziek aantrekt is spanning. Het vernieuwende. Initiatief. Verrassing. Zo kruiste zeven jaar geleden mijn pad dat van de house, waar de vernieuwing zat... maar nu ben ik met andere dingen bezig.”

“Ik heb de havo in Rotterdam gedaan. Tekende veel. Later ben ik meer aan muziek gaan doen. Ik was geboeid door elektronische geluiden. Het laatste staartje van de new wave vond ik mooi. Niet de vrolijke, maar de edgy kant, New Order en zo. Later vond ik de hiphop uit New York en Los Angeles te gek, en dan vooral weer de elektronische kant ervan. In de hiphop is het gebruikelijk te samplen en oude soul en funk te gebruiken, maar de Metronics bijvoorbeeld maakten alles zelf. Heel statisch, heel elektronisch, heel koud... Blikkerig ja, dat spreekt me aan. Dat roept bij mij een bepaald gevoel op. Ik kan het moeilijk onder woorden brengen. Het is visueel.”

Wat voor beelden? Rotterdam, olietanks...?

Paap: “Het is vooral abstract. Als ik wist hoe het er uitzag dan zou ik het wel kunnen tekenen of opschrijven, met woorden...”

Space-achtig?

Paap: “Nee, het is heel vaag hoor! Het zijn texturen, vormen, kleuren... de scheidslijn tussen beeld en gevoel is ook zo klein hè... Als ik een geluid hoor, zie ik daar een vorm bij, Maar als je zegt 'hoe ziet het eruit?' dan weet ik het niet. 't Zit in mijn hoofd.”

“Weet je wat ik mooi vind? Europoort enzo. Vuur, wit licht. En het leuke is, als ik daar ben, vind ik het lang niet zo leuk als dat ik weer thuis ben en eraan terugdenk. Thuis wordt het versterkt. Dingen die heel obvious zijn en heel absoluut, vind ik vaak minder inspirerend dan vage dingen die je in je hoofd hebt en die je misschien maar heel vaag kunt herinneren en dan in je eigen fantasie wat worden. Ik laat me dus niet inspireren door Europoort maar door het idee van Europoort.”

Hoe vaag de ideeën zijn, blijkt ook uit de nummers op de plaat. Eigenlijk zijn het ook geen nummers, want de naam, vertelt Paap, geeft hij alleen om de rechten veilig te stellen bij BumaStemra. “Een noodzakelijk kwaad, dus maak ik er maar een grapje van.”

Zo ook met het zevende nummer 'Hay fever'. Het nummer is een knipoog naar de cover van zijn nieuwe cd, waarop allerlei patronen van graancirkels zichtbaar zijn, zoals die van tijd tot tijd in het (Engelse) landschap opduiken. Op de hoes heeft de cirkel de vorm van Paaps eigen Speedy J- logo gekregen: “Het schijnt dat graancirkels ook geluiden maken. Dat wist ik niet. Ik heb dus een paar geluidsfiles (digitale computerbestandjes..) gevonden op Internet en die zo bewerkt dat ik het kon 'bespelen' met een toetsenbord. Dat werd het intro 'Tuning in...' Hoorde jij niks? Moet je goed luisteren. 't Is meer een grapje. Tuning in - even warm lopen tot er iets gaat komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden