wist Gerbrandy het beter over het lot van de Joden

De Nederlandse regering in Londen wist, vooral in de eerste maanden van haar verblijf daar, weinig tot niets van de toestand in bezet Nederland.

Gebrek aan kennis weerhield premier Gerbrandy overigens niet om op 19 mei 1941 een Engelse schrijver, H. S. Ashton, te waarschuwen niet te overdrijven. Ashton (een pseudoniem voor H. S. Abrahamson) had begin 1941 een boekje geschreven 'The Netherlands at war' om in Engeland sympathie te wekken voor het land dat een jaar eerder door Hitler-Duitsland was overweldigd. Ashton kende Nederland vrij aardig. Hij had er een tijd gewerkt, sprak de taal en gaf blijk ook wel eens een boek over de Nederlandse geschiedenis te hebben ingezien.

Ashton stuurde de proeven van zijn boekje naar premier Gerbrandy met het verzoek of hij het wilde lezen en een voorwoord te schrijven. Om je in Gerbrandy's belangen van dat ogenblik in te denken: een mooie bijdrage aan de public relations van Nederland. In een uitvoerige brief aan Ashton (waarvan het concept in Gerbrandy's handschrift in het rijksarchief bewaard is gebleven, evenals Ashtons drukproef) reageert Gerbrandy echter huiverig. Er staan nogal wat dingen in het boekje die niet helemaal kloppen. ,,Ik heb al lezend mijn aantekeningen opgeschreven. Het zijn slechts voorbeelden. Maar ik ben wel van oordeel, dat, tenzij de voornaamste onzuiverheden worden weggenomen, het niet zo gemakkelijk voor mij is een voorwoord te geven aan uw werk.'

Enkele bezwaren die Gerbrandy puntsgewijs formuleert, zijn juist, al gaat het vaak om subtiliteiten. Wie zal het bijvoorbeeld een Brit kwalijk nemen dat hij het Nederlandse partijwezen niet tot in alle uithoeken kent en het was Ashton kennelijk ook ontgaan dat bij de parlementsverkiezingen van 1937 niet alle deelnemende groepjes en splinterpartijen in de Kamer waren gekozen. Gerbrandy geeft hem een lesje om het groot te zien: ,,Er zijn gedurende de laatste jaren altijd vier belangrijke partijen geweest: de anti-revolutionaire, de rooms-katholieke, de christelijk-historische, de socialistische (en dan nog een paar onbelangrijke liberale groepjes).' Dat was Gerbrandy's overzichtelijke politieke speelveld.

Opmerkelijker is wat Gerbrandy op dat ogenblik over het lot van de Joden meent te moeten opmerken. Ashton had geschreven: ,,De positie van de Joden verdient speciale aandacht. Onnodig te zeggen, dat zij er slechter aan toe zijn dan hun niet-Joodse landgenoten. Begin oktober 1940 werd promotie en benoeming van Joodse ambtenaren verboden. (...) Eind november volgde een tweede stap. Alle Joodse ambtenaren waren ontslagen 'vanwege de anti-Duitse activiteiten van het wereld-jodendom'. Zij behouden voor het ogenblik hun salarissen, maar dat misleidt niemand als het om de uiteindelijke bedoelingen van de Duitsers gaat.' Ook vermeldt hij de sluiting van de universiteiten van Leiden en Delft toen daar verzet was gerezen tegen het ontslag van Joodse hoogleraren.

Een toch vrij nauwkeurige beoordeling van wat er al een half jaar na het begin van de bezetting aan de hand was en wat de Nederlanders in bezet gebied om zich heen konden zien en horen. Maar Gerbrandy toont zich over de feiten niet zo zeker, althans - hij wil het niet op deze manier gezegd hebben. Ashton heeft het over de toestand van eind 1940 in Nederland, maar Gerbrandy commentarieert op 19 mei 1941 (dan zijn de eerste sterfgevallen van naar Mauthausen gedeporteerde Joden al gemeld en heeft Nederland de februari-staking met al haar gevolgen beleefd): ,,Of het zoo vast staat, dat de positie der Joden slechter is dan van anderen, is niet zoo heel zeker. Wel zijn speciale Joden-maatregelen genomen, maar ik geloof dat het geen aanbeveling verdient een waarderingsoordeel over de verhouding uit te spreken.'

En wat moeten wij aan met Gerbrandy's niet zo fijnzinnige oordeel over de radelozen (onder wie naar schatting zo'n 250 Joden) die in de meidagen van 1940 hun lot in eigen hand hadden genomen? Gerbrandy over Ashtons beschrijving van die gebeurtenissen: ,,Het is juist, dat enkele Nederlanders zelfmoord pleegden, maar om rondweg te zeggen, dat 'many prominent Hollanders commited suicide' klinkt mij heel minderwaardig. Dat inderdaad enkelen te laf waren om den last, hun opgelegd, te dragen, is juist, maar dat dat 'many prominent Hollanders' waren, is niet een goede weergave.'

Ondanks zijn scepsis en kritiek onderkent Gerbrandy kennelijk wel het belang van publicatie, want hij besluit zijn brief met een tegemoetkoming: ,,Ik heb Dr. Kasteel verzocht met U de zaak te bespreken. Deze kent dezen brief en heeft eveneens Uw boek gelezen. Hij is gaarne bereid U hulp te verlenen om de plooien glad te strijken.' (Kasteel was Gerbrandy's secretaris; een rooms-katholiek journalist en historicus die kans had gezien in de mei-dagen van 1940 uit Nederland te vluchten.)

Dat is goed afgelopen. Op 22 augustus 1941 liet Ashton in een in het Nederlands geschreven brief weten dat alles goed gekomen was. Het boekje verscheen dan ook nog het zelfde jaar mét een (op mei 1941) gedateerd voorwoord. Gerbrandy heeft er zijn naam onder gezet, maar het is duidelijk dat de historicus Kasteel als ghostwriter voor Gerbrandy is opgetreden.

De passage over de zelfmoorden van de prominente Nederlanders is herschreven waardoor nu de nadruk ligt op de zelfgekozen dood van zoveel prominente Joden. Daarentegen heeft de alinea over de achterstelling van de Joden de nadere overweging van Ashton en Kasteel overleefd.

Het boekje is een redelijk succes geworden (in de Amsterdamse universiteitsbibliotheek bevindt zich in elk geval een tweede druk), maar het is waarschijnlijk dat de Nederlandse regering zelf de grootste afnemer is geweest. Kasteel zal Gerbrandy wel van het belang van het boek op dat ogenblik overtuigd hebben. Hij was niet voor niets jarenlang parlementair redacteur van 'De Maasbode' geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden