Wispelturige kiezer zoekt beschutting

De huidige dominante positie van CDA en PvdA is meer dan ooit op drijfzand gebouwd. De kiezer is grillig, springt van de ene naar de andere partij, maar zoekt, paradoxaal genoeg, wel naar samenhang in de samenleving.

Was de LPF in mei 2002 de grote winnaar en behoorde de PvdA tot de zware verliezers, deze week waren de rollen omgedraaid. Dit betekent niet dat de spectaculaire verkiezingsuitslag van mei vorig jaar als een kortstondig intermezzo moet worden beschouwd en dat we zijn teruggekeerd naar de tijden van het paarse ancien régime.

De huidige politieke krachtsverhoudingen lijken bepaald niet op die van de jaren negentig, eerder op de jaren tachtig. Van de betrekkelijke electorale stabiliteit van die periode is momenteel echter weinig sprake meer, want de verkiezingen van woensdag hebben -net als vorig jaar- aangetoond dat de kiezer behoorlijk op drift is geraakt. Ook in programmatisch opzicht is er geen sprake van restauratie. Onder de druk van de spectaculaire opkomst van Fortuyn zijn vrijwel alle partijen wat betreft het immigrantenbeleid, de integratie van minderheden en het vraagstuk van de criminaliteit elkaar behoorlijk genaderd, en dat zal voorlopig wel zo blijven. Geen back to normal dus, geen terugkeer naar de politiek van vóór mei 2002.

Uit de stembusstrijd zijn het CDA en de PvdA met afstand als grootste naar voren gekomen. Dit levert een vertrouwd patroon op: in de jaren tachtig bepaalden deze twee partijen immers ook het aanzien van de Nederlandse politiek. Bovendien was in de afgelopen verkiezingscampagne hetzelfde electorale mechanisme werkzaam als in de periode vóór het paarse intermezzo, in de tijden van Den Uyl en Lubbers.

In de nek-aan-nekrace om de grootste partij van Nederland te worden, wisten het CDA en de PvdA steun te mobiliseren onder de aanhang van de partijen ter rechter- en linkerzijde. De beperkte winst van de VVD, het uitblijven van de voorspelde groei van de SP en de lichte terugval van GroenLinks vloeien voort uit het centraal stellen van de machtsvraag in de campagne. Door de vele opiniepeilingen werd het beeld van een horse race versterkt. Met het beslechten van de tweestrijd in zijn voordeel, bevestigde het CDA zijn vorig jaar verworven positie in het centrum van de macht, na een lange periode van oppositie ten tijde van de paarse coalitie.

De polarisatie tussen CDA en PvdA had in de jaren tachtig een ideologische inhoud: de sociaal-democraten ijverden voor vèrgaande maatschappijhervormingen (overheidsinvloed op investeringen van bedrijven, middenschool) waar de christen-democraten niets van moesten hebben. Tegenwoordig heeft de polarisatie vooral een strategisch karakter: men zet zich tegen elkaar af om kiezers te winnen. PvdA en CDA verdedigen echter globaal hetzelfde maatschappijmodel, vaak 'Rijnlands model' genoemd, kapitalisme met een sociaal gezicht.

De huidige dominante positie van CDA en PvdA, de traditionele grootmachten in de Nederlandse politiek, is echter meer dan ooit op drijfzand gebouwd. De betrekkelijke stabiliteit in het kiesgedrag van weleer bestaat niet meer.

De (virtuele) winst- en verliesrekening van de partijen vertonen in 2002 en 2003 (evenals in 1994) enorme schommelingen. De SP stond een maand geleden op ruim twintig zetels in de peilingen, maar kwam uit op negen zetels. De PvdA daarentegen steeg na het optreden van lijsttrekker Bos in het eerste grote televisiedebat vrijwel onafgebroken. De LPF kwam vorig jaar als een komeet op, verdween vervolgens achter de horizon (twee zetels) en wist zich ten slotte weer enigszins te herstellen. Deze fluctuaties laten zien dat de band tussen partij en kiezer die ten tijde van de verzuiling min of meer vanzelfsprekend was, veel minder sterk wordt gevoeld -een proces dat overigens al enige tijd gaande is, maar in 2002 een voorlopig hoogtepunt bereikte.

Kiezers laten zich in hun stemgedrag steeds minder leiden door kerkelijke gezindte en sociale klasse, hetgeen meer ruimte schept voor beïnvloeding door de media. Doordat zij zich in afnemende mate met partijen identificeren, kunnen deze niet meer zoals vroeger min of meer automatisch op hun electorale erfdeel rekenen. Volgens door de onderzoekers Irwin en Van Holsteyn gepresenteerde cijfers van het Nationaal Kiezers Onderzoek (NKO), gaf bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002 nog maar 29 procent van de kiezers aan altijd op dezelfde partij te hebben gestemd; in 1971 was dat nog 69 procent. Partijen moeten meer dan ooit de strijd aangaan om de kiezersgunst en moeten op zoek gaan naar de aarzelende en zwevende kiezer, die vaak tot op de verkiezingsdag niet zeker weet op welke partij hij zijn stem zal uitbrengen.

De LPF heeft in 2002 geprofiteerd van deze electorale beweeglijkheid, maar is er nu -vooral door eigen toedoen- de dupe van geworden. Het zware verlies dat zij leed, wil overigens niet zeggen dat de 'geest van Pim' geheel uit de Nederlandse politiek is verdwenen, integendeel. De ootmoed die Bos de afgelopen tijd etaleerde, leek een gevolg van de kritiek die Fortuyn had op de regenteske PvdA. Ook andere partijen beijverden zich om 'de band met de kiezer' weer te herstellen. Naast de kritiek van Fortuyn op de paarse politieke cultuur werkt ook in programmatisch opzicht zijn invloed door, bijvoorbeeld als het gaat om inburgering van immigranten. Elke partij kent daar veel belang aan toe, al willen VVD en LPF meer dwang toepassen dan GroenLinks en SP. PvdA en CDA nemen hier een middenpositie in. Veiligheid en meer politie op straat wil ook iedereen, al heeft het CDA daar meer geld voor over dan de anderen. Op deze terreinen zijn nagenoeg alle partijen enigszins conservatiever geworden.

Nadat in de jaren negentig een liberale wind door de Nederlandse politiek woei, zowel op sociaal-economisch als op cultureel gebied, lijkt in het huidige decennium de behoefte aan windstilte en beschutting toegenomen. Privatisering moet stoppen, vreemdelingen moeten integreren, privacy moet wijken voor veiligheid. In dit klimaat boeten liberaal getinte partijen -niet alleen de VVD, ook D66 en zelfs GroenLinks- aan invloed in. Partijen die een sociaal en conservatief of communitaristisch (op gemeenschap en traditie gericht) beleid voorstaan, profiteren hiervan.

Meer nadruk op normen en waarden, meer aandacht voor de samenhang in de samenleving -het komt ook voor in het gedachtegoed van Fortuyn. De verkiezingsuitslag van afgelopen woensdag kan dan ook niet worden beschouwd als een restauratie, maar eerder als een bevestiging van de uitslag van 2002, toen er een einde kwam aan het paarse tijdperk van liberale dominantie. Beide verkiezingen lijken zo het begin te markeren van een nieuwe periode in de Nederlandse politieke geschiedenis, waarin het communitarisme de toon zet. De paradox is dat deze reactie op de individualistische tijdsgeest gepaard gaat met een toenemende wispelturigheid van de kiezer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden