Wiskunde-bobo's doen te moeilijk

Wiskunde wordt overgewaardeerd, meent Feliks de Vroomen. Het vak heeft niet het alleenrecht op het abstract leren denken. Natuurkunde vindt hij pas vormend en analytisch. Dáár zouden wiskundigen voor moeten lobbyen.

De Vroomen, van huis uit werktuigkundig constructeur, maakt zich boos over de manier waarop het wiskunde-onderwijs onlangs in Trouw de trom roerde. De klacht van H.K. Kuiken dat de kenniseconomie onder druk staat door het gedifferentieerd aanbod van wiskunde, vindt hij onterecht. En de opmerking 'Als wiskunde sterft, sterft Nederland', gaat hem al helemaal te ver.

,,Sinds wanneer heeft wiskunde het monopolie op de kenniseconomie? Veel vakgebieden verbreden en verdiepen de kenniseconomie, wiskunde is er één van. Veel alfa- en gamma-opgeleiden die bijdragen aan de kenniseconomie worden geschoffeerd door de wiskunde-bobo's'', meent Vroomen. Het gemopper van Kuiken is niet zinvol: ,,Maak zelf het vak wiskunde boeiend. Dan komen de zilveren plakken op de Wiskunde Olympiade vanzelf.''

Zo waren er meer reacties op de stelling van de week 'Wat heb je nou aan algebra?' Zorg dat er een goede leraar voor de klas staat, die goed kan uitleggen en orde kan houden, stelt Hugo de Vries. ,,Zulke leraren inspireren door hun persoonlijkheid. Dat is waar veel onderwijskundigen niet aan willen, gevangen in hun modellen als ze zijn.''

F.J. Kok had aparte leraren op het gymnasium voor algebra, voor meetkunde en voor klassieke wiskunde. ,,Van enig verband was geen sprake. Er werd lyrisch over de schoonheid van de wiskunde gesproken, maar de praktische toepasbaarheid in het gewone leven ... ho maar! Het tekort aan studenten in de exacte vakken is een koekje van eigen deeg. De meeste jongeren hebben niets met die klassieke en archaïsche taal, die ook Kuiken hanteert. Ze willen zelf ontdekken. Daarvoor moeten ze het nut, de relevantie en de praktische toepasbaarheid ervan kennen. Ik kwam daar vroeger niet aan toe vanwege het hoge theoretische en abstractheidsgehalte. Bovendien had je er een 'wiskundeknobbel' voor nodig. De meeste getalenteerde jongeren moeten weinig hebben van dit soort taal.'' In plaats van het onderwijssysteem de schuld te geven, moet het wiskunde-onderwijs van Kok de hand in eigen boezem steken: ,,Laat je bijscholen in didactiek en psychologie''.

Doods en doelloos, zo herinnert P.J. Kuiper zich de lessen algebra op de middelbare school. Pas op late leeftijd ontdekte hij iets van de 'wonderlijke kronkelwegen' van dit vak. ,,Dat het bijvoorbeeld meetkunde kan omzetten in rekenkunde, met behulp van getallen die óf onmeetbaar zijn óf eigenlijk helemaal niet bestaan. Ook voor mij als alfa te begrijpen, en niet door de uitleg van Einstein en Penrose.''

A.J. Domisse had geen prettige ervaringen met wiskundeleraren. ,,Het was bij hen wiskunde om de wiskunde.'' Pas door lessen van een elektro-ingenieur gingen zijn ogen open: ,,Die man leerde ons de algebra toe te passen en zo kreeg je het gevoel dat je wat aan die enorme hoop stellingen had. Je krijgt pas iets met wiskunde, als de leraar de link legt tussen het vak wiskunde en de praktijk.''

Michiel Wielick spreekt over 'vervelende wiskundelessen'. ,,Niets aan gehad. Ik ben wiskunde als een dwaling gaan beschouwen. Ik had het nodig, omdat ik economie wilde gaan studeren.'' Wat hem betreft wordt wiskunde niet langer verplicht gesteld op school. Dat zou J. Knupker berouwen: ,,Hoewel ik wis- en natuurkunde na mijn middelbare school nauwelijks meer nodig heb gehad, leerde ik logisch te denken en te formuleren.'' Frans Moene vraagt zich af hoe de auto en de computer ooit ontwikkeld waren zonder kennis van algebra (en andere exacte vakken).

H.J.K. Hissink denkt met veel plezier terug aan het vak op de HBS, maar vindt -nu als leraar- dat wiskunde vooral puzzelen is geworden. Hij moest vroeger 'bewijs' leveren, tegenwoordig gaat het er vooral om dat het antwoord klopt. Problemen analyseren is er niet meer bij. Volgens hem ontbreekt het klimaat in dit land waarin geleerden jaren lang kunnen studeren op 'onnutte' zaken, zoals Andrew Wiles met de Stelling van Fermat deed. ,,Jammeren dat we achterlopen in Nederland verhult een probleem dat in feite een cultuurprobleem is.''

Volgens wiskundedocent Sjaak Kamerling krijgen leerlingen geen tijd om zich te verdiepen, de leerstof goed te laten bezinken of de mogelijkheden van wiskundig denken te ontdekken. ,,En zo kweek je het befaamde, maar onjuiste beeld: wiskunde moet je nu eenmaal snappen. Tijd en ruimte zijn nodig om jonge mensen te leren inzien dat je wel degelijk wat hebt aan de denkwijze van algebra. Maar tijd en ruimte kosten geld. En dit land is niet bereid te investeren in het onderwijs aan jonge mensen.''

Toch nog een positieve reactie op de stelling -van Ger Breugem, econoom met 'wat meer wiskunde' in zijn pakket. Hij werkte voor het Productschap voor Vee en Vlees. Zijn mathematische oriëntatie kwam hem goed van pas tijdens internationale conferenties. Hij kon heel snel berekeningen maken wat de consequenties van beleidsplannen waren, ontwikkelde rekenmodellen voor invoerrechten van vlees en een algebraïsche formule voor de restituties op export van varkensvlees. ,,Wat je aan algebra hebt? Vraag het aan een leraar economie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden