Winter houdt asielzoekers niet weg, maar wat dan wel?

Deskundigen zoeken verklaring voor plotseling lagere instroom

Het is een daling van zowat 60 procent. In september kwamen bijna drieduizend asielzoekers naar Nederland, in november nog geen 1300. Daar moet toch een verklaring voor zijn, zou je zeggen. Maar dat valt tegen. De mogelijke verklaringen voor de daling zijn net zo grillig als de migratiestromen zelf.

Het komt door de winter, schreef staatssecretaris Teeven (VVD, veiligheid en justitie) toen hij de Tweede Kamer op het randje van het kerstreces nog gauw even informeerde over de nieuwste asielcijfers. "De daling in oktober en november hangt waarschijnlijk samen met het winterseizoen, waardoor minder migranten de Middellandse Zee oversteken." Doet zich elk jaar voor, voegde hij er nog aan toe.

Maar dat klopt niet, laten cijfers uit voorgaande jaren zien. Bijna elk jaar is er in de laatste maanden van het jaar juist een stijging te zien.

En als minder migranten de oversteek over de Middellandse Zee hebben gewaagd, zou dat - lijkt de logische redenering - ook zichtbaar moeten zijn in de asielcijfers van andere landen. Dat is lang niet altijd het geval. In sommige landen hebben zich in de afgelopen maanden juist méér asielzoekers gemeld. In België meldden zich in november 21 procent meer asielzoekers dan in september. In Spanje: 18 procent meer. In Duitsland: 15 procent. Maar in een land als Zweden is juist weer een fikse daling te zien: min 40 procent.

"Het is erg moeilijk om een goede verklaring te vinden", zegt René Bruin van de Nederlandse tak van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. "Aan het weer ligt het in ieder geval niet. Dat is duidelijk."

Allerlei factoren kunnen een rol spelen, legt Bruin uit. "Dat in Nederland het opvangsysteem eerder dit jaar nogal volgelopen is, is onder mensensmokkelaars ongetwijfeld bekend. Daardoor duren procedures langer, en misschien wordt dat onaantrekkelijk gevonden. Er gaan ook verhalen rond dat het moeilijker is om vanuit Noord-Afrika de oversteek naar Europa te maken. Niet vanwege het weer, maar omdat daar strenger gecontroleerd wordt. Maar het is giswerk. Net als bij de Eritreeërs eerder dit jaar."

Bruin doelt op de maanden april en mei. Toen dienden zich ineens grote groepen Eritreeërs in Nederland aan. In mei bijna 1900. Ter vergelijking: vorige maand dienden 54 Eritreeërs hier een asielverzoek in. "Zo'n kortstondige, hevige piek doet zich soms voor", vertelt Martijn van der Linden van VluchtelingenWerk Nederland. Eerder waren in Italië, Zweden en Duitsland dat soort pieken te zien. "En na de piek in Nederland volgde een piek in Denemarken."

De groei in de Nederlandse asielcijfers werd - afgezien van die Eritrese maanden - vooral veroorzaakt door de komst van Syrische vluchtelingen. In september kwamen er meer dan 1650 Syriërs naar Nederland. In november: 520. Teeven houdt er rekening mee dat de instroom begin volgend jaar weer gaat stijgen. "Dat zou best kunnen", zegt Bruin van UNHCR. "Het conflict in Syrië is immers nog aan de gang. Maar te voorspellen is het niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden