Winter 2010

IJs, sneeuw en vrieskou houden Nederland in hun greep. Het aanhoudende winterweer vormt voor velen een gruwel, maar is voor anderen juist een genot. Trouw brengt de gevolgen in kaart, in negen punten.

Een man uit Heerenveen kon vorige week wel erg gemakkelijk zijn gestolen fiets terugvinden. De dief liet voetafdrukken in de sneeuw achter – deze liepen regelrecht naar zijn tuinhuisje. De politie maakt vaker dankbaar gebruik van sneeuw bij sporenonderzoek. Ook inbrekers lopen op deze manier tegen de lamp.

Bij heel warm weer stijgt de criminaliteit. Dat komt door toename van alcoholgebruik, weet criminoloog Henk Ferwerda. „Maar ik durf niet te zeggen of dat betekent dat de criminaliteit daalt bij lage temperaturen.” Volgens Ferwerda vermindert wel de overlast door hangjongeren als het kwik het vriespunt nadert. „Ook worden er meer sleetjes gejat, maar over een relatie tussen winters weer en criminaliteit, weet ik niets.”

Het is een sterk staaltje volkspsychologie: op zonnige dagen hebben we een zonnig humeur, op donkere, regenachtige dagen staat ons gezicht op onweer. Luchten die zwaar zijn van de sneeuw beloven dus weinig goeds voor ons gemoed. Toch zijn voor die stelling weinig wetenschappelijke bewijzen gevonden. Het gros van de mensen laat zijn stemming niet beïnvloeden door het weer.

Van alle weersaspecten – wind, temperatuur, neerslag, enzovoorts – heeft vooral de hoeveelheid zonlicht invloed. Weinig zonlicht leidt tot moeheid, en een onplezierig humeur. Korte winterdagen met weinig licht zorgen er voor dat sommigen een winterdepressie ontwikkelen. Een lamp die fel licht geeft, is voor velen een goede remedie.

De sneeuw is weldadig voor mensen met een winterdepressie, zegt Ybe Meesters, psycholoog en winterdepressie-deskundige in Groningen. „Als het heeft gesneeuwd, maar de zon schijnt, gaan mensen naar buiten en komen ze meer in het licht. Bovendien wordt het licht weerkaatst door de sneeuw. Een wandeling in de sneeuw op een mooie winterdag heeft hetzelfde effect als lichttherapie.”

Dan de temperatuur. Lage temperaturen zorgen voor een betere gemiddelde stemming dan hoge, ontdekten wetenschappers. Warm weer zorgt juist voor meer agressie (al kan dat ook komen omdat mensen meer naar buiten gaan, en elkaar dus vaker tegenkomen). De beurzen stijgen met het kwik mee. Dat komt doordat mensen dan geneigd zijn om meer risico te nemen.

Het verband tussen temperatuur en stemming geldt vooral in de lente. In dat seizoen kikkeren we op van een mooie dag. Dat geldt alleen voor mensen die naar buiten gaan. Degenen die binnen blijven, zijn slechter gestemd op mooie dagen.

’We rijden nu stapvoets. Hoge sneeuwduinen. Zijn bij Beetsterzwaag’. Meer dan twitteren en rustig rijden kon presentator, predikant en televisiepresentator Andries Knevel op de ochtend van 20 december niet doen. De weg naar de Bethelkerk in Drachten, waar hij op dat moment had moeten preken, was nog lang. Uiteindelijk moest hij zijn eerste spreekbeurt die dag laten schieten. Net voor het slotlied kwam hij bij de kerk aan.

Een herkenbaar probleem, zegt dominee Jan Muis van de Protestantse gemeente De Weide in Hoogeveen. „Bij spreekbeurten ver van huis moet je als dominee ruim op tijd vertrekken. Dan is het nog bidden geblazen dat je op tijd bent. Zeker met dit weer.” Zelf moest Muis onlangs in het Drentse Elim preken. Hij was maar net op tijd. De wegen rondom het dorp waren lastig begaanbaar. „En dan te bedenken dat het Bijbelse Elim een oase is.”

Voor ouderen is het winterweer nog lastiger, reageert pastor Bert van der Wal van de Friese parochies Drachten en Gordijk. „De zaterdagavondmis, traditiegetrouw een viering waar veel ouderen op afkomen, hebben we onlangs afgelast. Verse sneeuwduinen maakten het vrijwel onmogelijk om de kerk te bereiken.”

Door het winterse weer was het de afgelopen weken iets rustiger in de kerken dan gebruikelijk. Toch hebben beide niet erg veel geleden onder het weer, zeggen de twee voorgangers. Logisch, reageert koster Adriaan Wolting van de Christelijk Gereformeerde Kerk in Zwolle. „Je wil niet weken achter elkaar thuis moeten blijven. In onze kerk was alleen de eerste dienst na het begin van de sneeuwval rustiger. Toen zat de kerk halfvol. De week daarop had iedereen zich kennelijk alweer over het winterweer heen gezet.”

Het grootste risico dat mensen lopen met het koude winterweer is dat ze uitglijden en op de Eerste Hulpafdeling van een ziekenhuis terechtkomen. Volgens Consument en Veiligheid overkomt dat dagelijks zo’n vijfhonderd mensen. Bij extreme gladheid loopt dat aantal op tot duizend per dag. Tussen half december en half januari zochten 17.000 mensen hulp nadat ze waren uitgegleden. Het meest voorkomende letsel is botbreuk (69 procent). Polsen blijken het kwetsbaarst. Consument en Veiligheid geeft gemeenten het advies meer aandacht te besteden aan het ijs- en sneeuwvrij maken van binnenwegen en voetpaden. Particulieren moeten hetzelfde doen om hun huis.

Op websites van GGD’s staan tips om verkoudheid, griep en onderkoeling te voorkomen. Warm kleden, in meerdere lagen, is goed. Wie met de auto weggaat, doet er goed aan water, een deken, eten en een mobiele telefoon mee te nemen, voor het geval de auto vast komt te zitten.

Verder kan het koude, vaak droge winterweer huidproblemen veroorzaken. Om kloven te voorkomen moet de huid – vooral het gezicht, de handen en lippen – met vet worden ingesmeerd. Maar volgens dermatoloog Lea Feenstra-Kisch in Amstelveen valt het wel mee met de klachten. „Het aantal gevallen van eczeem neemt in de winter iets toe. Dat komt door de droge lucht. Maar misschien nog belangrijker is het gebrek aan zon. Bekend is dat eczeem minder wordt door de zon.”

Er zijn ouderen die een witte wereld geweldig vinden, maar over het algemeen is het winterweer voor hen geen genot. Kou, sneeuw en ijzel ontregelt het dagelijks leven. Mensen met een rollator moeten bij slecht weer binnenblijven: met het hulpmiddel door de sneeuw ploegen is geen doen, om van lopen over een gladde weg nog maar te zwijgen. Maar ook wie goed ter been is, wordt beperkt in de bewegingsvrijheid. Lopen en fietsen kan, langzaam en voorzichtig. Autorijden is riskant op gladde, besneeuwde wegen. Overdag gaat het nog, maar ’s avonds begeven ouderen zich niet meer naar hun clubs, verenigingen of partijtje aan de andere kant van het dorp.

Tenzij ze worden geholpen – en daartoe is veelvuldig opgeroepen. Familie en buren helpen ouderen de winter door, door sneeuw te ruimen of iemand met de auto naar koor of bridgeclub te brengen. Lokale afdelingen van ouderenbonden regelen hulp en bemiddeling.

In Baarn schieten jongeren te hulp. Marleen Miedema, docent Nederlands van het Baarnsch Lyceum, hoorde dat bejaarden al vanaf de Kerst binnenzitten. Zij regelde dertig leerlingen die (in ruil voor een maatschappelijke stage-punt) boodschappen doen voor ouderen in Baarn en Soest. Met de hulpvragen loopt het nog geen storm, zegt Miedema, coördinator van de maatschappelijke stages. Maar als de leerlingen uitrukken om boodschappen te doen, dan komen ze volgens Miedema steevast stralend terug.

Het ijs en de witte sneeuw zien er mooi uit, maar met dergelijk weer blijven veel mensen liever binnen. En daar hebben horecagelegenheden last van.

Restaurant Het Heerenhuis in het Noord-Hollandse Middenbeemster is er daar één van. Het dorp ligt vrij afgelegen en veel mensen rijden liever niet al te ver als het glad is. „Bij dit weer krijgen we dan ook minder reserveringen”, vertelt eigenaar Bas Poel. Het restaurant telde de afgelopen weken ongeveer 10 procent minder boekingen dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. „Dit weer duurt al anderhalve maand. Hopelijk is het bijna voorbij.”

Niet alleen groepen die van ver moeten komen, blijven weg. Ook worden minder lunchende zakenmannen en spontane eters verwelkomd. „Al zaten we met Kerstmis stampvol. Ook in de weekeinden komen er nog steeds mensen”, nuanceert Poel.

Volgens de restaurant-eigenaar maken weersvoorspellingen mensen bang. „In Nederland kun je eigenlijk pas op de dag zelf zeggen wat voor weer het wordt. Toch bellen mensen twee of drie dagen van tevoren al af, omdat ze bang zijn dat ze niet bij het restaurant kunnen komen, terwijl wij bijna altijd goed bereikbaar zijn geweest.”

Joris Prinssen van Koninklijke Horeca Nederland bevestigt het beeld. „We krijgen veel te horen dat mensen op het laatste moment afzeggen. Daarentegen doen juist pizzakoeriers ongelooflijk goede zaken.”

Het zag er afgelopen donderdag zó hoopvol uit dat Teun Breedijk in Oostenrijk in z’n auto sprong en 1100 kilometer reed om het Nederlandse natuurijs te aanschouwen. Breedijk, marathon- en natuurijscoördinator bij de schaatsbond KNSB, was in Oostenrijk omdat daar, zoals elk jaar, op de Weissensee een serie schaatswedstrijden werd verreden.

Maar het Nederlands Kampioenschap Marathon op natuurijs in Nederland – daar kan een wedstrijd op dat Oostenrijkse ijs natuurlijk nooit aan tippen. Het zou zomaar kunnen, was de gedachte tot en met afgelopen zondag, dat tegen het eind van de week die wedstrijd verreden gaat worden. En zo vaak gebeurt het niet: vorig jaar januari werd het NK verreden. De voorlaatste keer dateert alweer van december 1996.

Breedijk is elk jaar in de zomer al druk in de weer met de voorbereiding van wedstrijden op natuurijs. „Als het dan hard gaat vriezen, dan hebben we het in een mum van tijd geregeld.”

Maar de vorst zette niet door. Dus moest de KNSB – net als een paar weken geleden – laten weten dat een NK Marathon op natuurijs er ook deze week niet in zit. „Maar het is pas begin februari”, zegt Breedijk. „De kans is groot dat het gaat vriezen. Zolang het maar niet te veel sneeuwt. Prachtig als je in het bos loopt, al die sneeuw, maar voor het ijs is het funest. Als het meezit maken we het toch nog mee, dat NK. IJs en weder dienende, zogezegd.”

Een strenge winter kan funest zijn voor gevederden, maar laten we er niet te dramatisch over doen, zegt Ruud van Beusekom van Vogelbescherming. De meeste kunnen tegen een stootje. Soorten die door de vorst of sneeuw afnemen, kunnen zich in een paar jaar tijd herstellen.

Vooral roerdompen en ijsvogeltjes hebben last van een strenge winter. Dat heeft niet met de koude te maken, maar met het tekort aan voedsel. De twee soorten zijn afhankelijk van open water. Is dat bevroren, dan vervalt hun voedselbron. In topjaren broeden meer dan 800 ijsvogelbroedparen in Nederland, in 2008 waren er zelfs 1000, maar na een aantal strenge winters kan dat aantal wel dalen tot 50 paren, zoals in 1997.

Roerdompen weten soms te overleven door de rietkragen aan de waterkant te verruilen voor graslanden waar ze uit armoede maar op muizenjacht gaan. Ze hebben alleen één probleem: er zijn steeds minder ruige graslanden. Als er een dik pak sneeuw is gevallen, wordt ook deze vlucht afgesneden.

De kerkuil komt dan ook in de gevarenzone omdat hij de muizen waarvan hij afhankelijk is niet langer kan ontdekken. Daarnaast heeft hij maar een lage vetreserve, die snel inteert. De vierde vogel die niet van de winter houdt is vreemd genoeg het winterkoninkje. Het vogeltje leeft van insecten, en die zijn bij langdurige kou niet te vinden. Het beestje heeft vanwege zijn specifieke smaak niets aan bijvoeding door vetbollen en zaadreservoirs.

Na de winter, zegt Van Beusekom, breekt de tijd voor herstel aan. Nederland kent gezonde populaties, dus dat komt wel goed. Hij herinnert zich nog de jaren zestig, toen de landbouw nog volop het gif ddt gebruikte, dat werd opgeslagen in de vetreserves van de vogels. Spraken die in een winter de vetreserves aan, dan werden zij alsnog vergiftigd. Deze problemen zijn er nu niet meer. Wel zijn vogelsoorten bij hun herstel gebaat bij aaneengesloten natuurgebieden, met meerdere mannetjes en vrouwtjes en broedplaatsen. In de Oostvaardersplassen herstellen de soorten zich binnen een paar jaar. Maar in kleinere gebieden met een tekort aan partners gaat het herstel langzamer.

Veel mensen dachten de sneeuwschep nooit meer te hoeven gebruiken, maar afgelopen anderhalve maand bleek dat ze daarin ongelijk hadden. Winterartikelen worden flink verkocht.

En lang niet alleen sleeën en schaatsen doen het goed. Mensen slaan massaal vogelhuisjes, vogelvoer, sneeuwschuivers en (vooral) strooizout in. „Producten die verband houden met het winterweer nemen een grote vlucht”, weet ook Mariska Odijk van Agri Retail bv, de organisatie achter Welkoop en BoerenBond. Tussen 1 december en 31 januari werd in deze winkels bijna negen procent meer omzet behaald dan in dezelfde periode vorig jaar. „Dankzij een vooruitziende blik, hebben wij meer producten ingekocht dan normaal. En dat blijkt een goede zet. Ondanks het extreme weer hebben we de afgelopen weken bijna nooit een tekort aan artikelen gehad.” Wel was er korte tijd een tekort aan strooizout.

Het winterse weer doet de omzet van de Welkoop- en Boerenbondwinkels in ieder geval goed. Odijk: „De verkoop van sneeuwartikelen ligt ruim boven het gemiddelde. In december en januari zijn er 61.000 sneeuwschuivers verkocht en 4.500.000 kilo strooizout.”

De artikelen verliezen bovendien nog niet aan populariteit. „We kregen in januari wekelijks vijfduizend sneeuwscheppen binnen en die worden allemaal verkocht”, verwacht Odijk. „Zolang het dit weer blijft, is dat ook wel nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden