WINSTMAKEN HOORT ERBIJ, ANDERS GAAN WE NAAR DE BLIKSEM

Tijd is geld. Dat is nog altijd het credo van dominee Gerrit Vieth (59), Nederlands hervormd predikant van Nijbroek, Overijssel. Jarenlang was hij directeur van een steenfabriek. In de avonduren zwoegde hij op rijtjes Latijn, Grieks en Hebreeuws. Na jaren studeren werd hij een van de eerste parttime predikanten. Ex-directeur Vieth is geen kerkelijk manager geworden. Hij houdt van degelijk dominees-handwerk: preken, catechisatie geven en op huisbezoek gaan.

Ik was 26 toen ons eerste kind overleed door een zwangerschapsvergiftiging bij mijn vrouw. Ik had in die tijd een enorme steun aan mijn geloof en wilde daar meer mee bezig zijn, ook in contact met andere mensen. Dat was voor mij de directe aanleiding om in mijn verdere leven niet alleen met zaken bezig te zijn. Ik wilde theologie gaan studeren, maar had alleen Mulo gedaan. Daarom moest ik eerst het gymnasium doen. 's Avonds zat ik boven rijtjes Grieks en Latijn. Ik heb me kapot gewerkt en haalde in vier jaar mijn diploma.

Overdag werkte ik op de boekhoudafdeling van Philips in Eindhoven. Mijn vader en grootvader waren in de jaren '20 uit Duitsland naar Eindhoven verhuisd om bij Philips gloeilampen te maken. Alles in mijn jeugd draaide om Philips, we woonden in een Philipswijk met Philipswinkels. Het was dus logisch dat ik na mijn Mulo ook bij Philips ging werken. Ik heb daar zelfs mijn vrouw leren kennen. Die gymnasiumopleiding was de eerste opleiding die Philips niet voor me betaalde.

Na elf jaar vertrok ik in '63 naar een bouwbedrijf. Enkele jaren later werd ik gevraagd om directeur te worden van steenfabriek De Bahrsepol bij Giesbeek. Die fabriek was zo vervallen dat ik het bedrijf weer van onder af aan moest opbouwen. Toen ik daar kwam, werd ik meteen broodheer genoemd. Ik herkende dat niet, bij Philips was ik dat hierarchische denken helemaal niet gewend. Frits Philips was mijn grote voorbeeld. Hij was niet alleen werkgever, maar ook een bijzonder sociaal voelend mens. Hij was direct aanspreekbaar, iedereen kon bij hem aankloppen. In de steenfabriek hadden ze natuurlijk heel goed in de gaten dat ik nog nooit een steen van dichtbij had gezien. Ik moest in het begin dus veel vertrouwen winnen.

Ik moderniseerde de fabriek, paarden werden vervangen door heftrucks, en er werden computergestuurde ovens aangelegd. Terwijl alles werd gemoderniseerd, bleef de directie gewoon in een oude keet zitten. Ik vond namelijk dat het in de fabriek verdiend moest worden.

Naast mijn werk studeerde ik hap-snap theologie, zonder onderwijsprogramma, avond aan avond, zeven dagen per week. Het kwam me niet zomaar aanwaaien, ik heb daar berehard voor moeten werken. Met nog een paar grote tentamens voor de boeg, dogmatiek, kerkrecht en kerkgeschiedenis, wilde ik wel 's een jaartje proefdraaien in een parttime functie. Begin '75 kon ik aan de gang in Latum, een dorp vlakbij de steenfabriek. Ik werd zestig procent directeur, veertig procent dominee, en in mijn vrije tijd moest ik zien af te studeren.

De Latumse boeren waren aanvankelijk afwachtend, maar dat was al snel voorbij. Ik kon zaken met ze doen, want ze hadden dezelfde problemen als ik. We zaten met onze beleggingen en investeringen vast aan dezelfde bank en spraken dus dezelfde taal. Ik beweeg me graag tussen God en Mammon, geld is niet vies. Ik zal ook nooit armoede preken, winstmaken hoort erbij, anders gaan we naar de bliksem.

Ik ben een streber en dat heeft zijn prijs gehad. Ik kon geen luier omdoen en ik kan nog altijd geen pot koffie zetten. Maar ik heb wel bereikt wat ik wilde bereiken. Ik ben overigens nooit over lijken gegaan, ben meer iemand die met een ijzersterke discipline voortdurend blijft doordouwen. Dat gaat wel ver, soms ben ik de slaaf van mijn eigen plichtsbetrachting. En 's ochtends zul je me nooit uitgebreid koffie zien drinken. Dat kan ik voor mijn geweten niet verantwoorden.

Vanuit het bedrijfsleven is het me eigen geworden om resultaten te willen zien. Ik had me in Latum ten doel gesteld dat er aan het eind van dat jaar geen veertig maar tachtig mensen in de kerk zouden zitten. Bovendien had die gemeente schulden, die waren dan ook meteen opgelost. Uiteindelijk zaten er op zondagmorgen 120 mensen in de kerk. Naar de kerk gaan, vind ik geen 'must'. Maar voor mij is het aantal kerkgangers een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van mijn werk. Het is een van de weinige meetbare resultaten die je als dominee hebt. Loopt de kerk langzaam maar zeker leeg, dan heb je je dat als dominee persoonlijk aan te trekken. Dan doe je toch iets niet goed. Veel te vaak hoor ik hoe collega's van me zich dan al snel achter grote woorden als secularisatie verschuilen, ten onrechte volgens mij.

Toen ik in 1981 naar Nijverdal werd beroepen, werd ik voor het eerst fulltime dominee. Het klinkt misschien vreemd, maar opeens alleen maar dominee zijn was een makkie voor me. Ik had het gevoel dat ik zeeen van tijd had.

Als directeur merkte ik al hoe belangrijk het is dat werknemers je kennen. En andersom, dat je als directeur ook weet wat er speelt bij je werknemers. Ik had vijftig mensen in dienst. Ik wil niet zeggen dat dat vijftig probleemgevallen waren, maar iedereen had wel wat. Elke ochtend begon ik de dag op de vloer om even te praten met de mensen en hun vertrouwen te winnen. Als ik zag dat iemand te veel had gedronken, ging ik 's avonds bij hem langs om er over te praten. Ik maakte daar in de fabriek geen werk van, dat deed ik bij mensen thuis.

Als dominee ben ik nog altijd het liefst onderweg, bij mensen thuis om te horen wat er leeft. Ik doe dus ontstellend veel aan huisbezoek. Dat doe ik zonder op mijn horloge te kijken. Als je mensen maar trouw blijft bezoeken, komt er vanzelf een moment waarop ze zondag ook eens bij je in de kerk komen. In mijn agenda plan ik alle regelmatig terugkerende bezoeken in. Direct na een sterfgeval kom ik bijvoorbeeld elke week langs bij de weduwe of weduwnaar. Ik weet dus nu al wie ik in november bezoek. Ik schrijf dat op, dan raak ik er ook niet uit. Afspraak is afspraak, net als in de zakenwereld.

Vergaderen vind ik een vloek. In mijn vorige gemeente, Apeldoorn, heb ik vaak bij kerkelijke vergaderingen gezeten waar werkelijk helemaal niets uitkwam. Natuurlijk moeten er zo nu en dan werkbesprekingen zijn. Wanneer ik die in de fabriek achter de rug had, dan gebeurde er in ieder geval ook wat mee. Hier in Nijbroek probeer ik dus zo effectief mogelijk te vergaderen met de kerkeraad. Ik zet de rondvraag altijd aan het begin, want dan heeft niemand wat. Doe je dat aan het eind van een vergadering, dan krijg je alles nog eens terug.

De kerk gaat kapot aan al dat vergaderen. En voor alles bestaat een commissie, voor Samen op Weg, voor catechese, voor de Kerstnacht, echt voor van alles. Bij Philips heb ik gezien wat er gebeurt met zoveel commissies en adviseurs. Er komt dan zoveel af op een directie, dat die uiteindelijk geen barst meer te vertellen heeft. In de kerk is dat net zo; niet de kerkeraad maar allerlei commissies dreigen de dienst uit te gaan maken.

In mijn vorige gemeente Apeldoorn werd ik tegen mijn zin tot een soort manager gebombardeerd. Ik kon geen belijdeniskringen meer geven. In plaats daarvan moest ik instructieavonden geven aan mensen die zulke kringen dan vervolgens moesten gaan leiden. En ik kende de jongeren niet meer. Daarom ben ik naar Nijbroek vertrokken.

Toen ik werd gevraagd daar dominee te worden, ben ik met mijn vrouw eens door het dorp gereden. Vrouwen voelen nu eenmaal beter aan of het ergens goed zit of niet. Toen ze zei: 'Ger, dat moet je maar doen', zijn we gegaan. Dat ik nu weer dominee in een dorp ben, wil overigens niet zeggen dat ik per fiets op huisbezoek ga. Er zijn predikanten die dat vanwege het milieu doen. Ik fiets alleen op zondagmiddag, want voor mij is tijd nog altijd geld.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden