Winst: nul euro. Dus ook nul euro naar de fiscus

Beeld Reuters

Shell lobbyde jarenlang voor afschaffing van de dividendbelasting. Volgens ingewijden komt dat omdat Shell alleen op dat vlak nog voordeel kon halen. Winstbelasting betaalt Shell volgens hen al jaren niet meer in Nederland. Het bedrijf zelf ontkent dat.

“Wij koesteren de band met Nederland. Maar de liefde moet van twee ­kanten komen.” Marjan Van Loon, president-­directeur van Shell Nederland, voert de druk nog maar eens wat op. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer, in december vorig jaar, maakt de topvrouw duidelijk dat het echt gedaan moet zijn met die dividendbelasting. Anders zou het concern zomaar kunnen besluiten naar het Verenigd Koninkrijk te verhuizen.

Zelfs nu het kabinet, na een jaar van groeiend protest, de heffing in stand houdt, blijft het olieconcern volharden in zijn lobby. “We hebben de afgelopen dertien jaar consequent benadrukt dat dit belangrijk is voor de concurrentiepositie van Nederland en Shell”, stelde het bedrijf op de dag dat Unilever-topman Paul Polman het omstreden plan aan premier Rutte definitief de nek omdraaide.

Uit interne stukken die eerder dit jaar dankzij een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur werden vrijgegeven, blijkt Shell telkens weer in Den Haag aan te kloppen voor dit onderwerp. Het bedrijf sprak met ambtenaren, staatssecretarissen en ministers van financiën, Marjan van Loon dineerde met toenmalig staatssecretaris Eric Wiebes, en zelfs premier Rutte kreeg meermalen bezoek van Shell om de dividendbelasting van tafel te krijgen.

Waarom is de afschaffing van de dividendbelasting zo belangrijk voor Shell? De afgelopen maanden sprak Trouw met verscheidene bronnen om te achterhalen waarom Shell al dertien jaar volhardend strijdt tegen de dividendbelasting. De verklaring is simpel, vertelt een bron die de jarenlange discussie over de dividendbelasting van binnenuit kent. “Afschaffing van de dividendbelasting is het enige wat Shell nog iets oplevert.” Winstbelasting betaalt Shell al jaren niet in Nederland, zo zeggen andere bronnen, die praten op voorwaarde van anonimiteit.

Dat laatste wordt bevestigd door een vertrouwelijk intern document van het ministerie van financiën, waar Trouw inzage in heeft gehad. Daar staat zwart op wit dat Shell in een recent jaar geen cent aan vennootschapsbelasting betaalde. Shell ontkent dat het in Nederland geen vennootschapsbelasting afdraagt. “Onze fiscale afdrachten zijn volledig in lijn met fiscale wet- en regelgeving”, zegt een woordvoerder. Bovendien zegt Shell dat er ‘geen enkele link is tussen vennootschapsbelasting en onze visie op dividendbelasting’.

Geen details

Shell heeft zich nooit willen uitlaten over wat het aan winstbelasting betaalt. Al in 2009 vragen Tweede Kamerleden tijdens een hoorzitting aan Theo Keijzer, vice-president belastingbeleid bij Shell, hoeveel zijn concern aan winstbelasting afdraagt aan de Nederlandse schatkist. “Daar ga ik u geen details over geven”, zegt hij ook na aandringen van verschillende parlementariërs, waaronder PvdA’er Paul Tang.

Tang, tegenwoordig Europarlementariër met fiscale zaken als aandachtsgebied, probeerde het vorig jaar tijdens de aandeelhoudersvergadering van Shell opnieuw. Maar wederom wordt hij door financieel directeur Jessica Uhl met een kluitje in het riet gestuurd. Shell wil niet vertellen hoeveel het betaalt, uit concurrentieoverwegingen, zegt zij.

Een stuk opener was een paar weken geleden Paul Sleurink, belastingadviseur bij advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek. Tijdens een congres aan de Universiteit van Amsterdam over het afschaffen van de dividendbelasting, wat destijds nog gewoon het voornemen was van de coalitie, laat hij weten dat ‘hoofdkantoren nauwelijks belast worden met vennootschapsbelasting’. “En waar dat wel gebeurt, moet de bedrijfsfiscalist terug naar school”, voegt hij er tot hilariteit van de aanwezigen aan toe. Sleurink kan het weten. Hij is al adviseur van Shell sinds 2004.

Meer dan een hoofdkantoor

Hoe lukt het Shell om geen winstbelasting in Nederland te betalen? Het grootste bedrijf van Nederland maakte vorig jaar immers 18 miljard euro winst en keerde bijna 13 miljard euro uit aan zijn aandeelhouders. Voor een groot deel is dat te verklaren vanuit de manier waarop winstbelasting in Nederland bepaald wordt. Shell verdient het meeste geld buiten Nederland, en de fiscus gaat ervan uit dat die verdiensten in het buitenland worden belast. Shell geeft aan dat het in 2017 wereldwijd ruim 6 miljard dollar aan winstbelasting heeft betaald.

Maar daarmee is niet gezegd dat Shell in Nederland geen winst maakt. In de discussie over belastingen, en recent bij de dividendbelasting, schermt het bedrijf vaak met de grofweg tienduizend werknemers die het in Nederland heeft. Het is moeilijk voor te stellen dat al die mensen in Nederland werken zonder dat het bedrijf daar iets van winst aan overhoudt.

Shell heeft in Nederland veel meer dan alleen een hoofdkantoor. Wat te denken van de benzinestations langs de wegen, de chemische fabrieken in Moerdijk, of Shell Pernis – de grootste raffinaderij in Europa, waar dagelijks ruim 400.000 vaten ruwe olie worden verwerkt.

Al die onderdelen vormen samen met het hoofdkantoor van Shell in Den Haag een zogeheten fiscale eenheid, schrijft het concern in jaarverslagen. Zo’n fiscale eenheid houdt in dat de verschillende bedrijven die behoren tot één groep onderling winsten en verliezen mogen verrekenen, en gezamenlijk één aangifte voor de vennootschapsbelasting mogen doen.

Een belangrijke uitzondering daarop is de Nam. Omdat Nam een joint venture is met ExxonMobil, en Shell 50 procent van de aandelen heeft, mag het geen deel uitmaken van de fiscale eenheid. Daarnaast zijn er aparte afspraken gemaakt met de overheid over hoeveel er betaald moet worden voor de opbrengst van de gaswinning in Groningen. Nam geeft zelf jaarverslagen uit, en daarin is te zien dat dit bedrijf wel winstbelasting betaalt.

Nul

Op de expliciete vraag van Trouw of Shell buiten de Nam nog winstbelasting betaalt, gaat het bedrijf niet in. Uit het vertrouwelijke document van Financiën blijkt dat het de financieel veel grotere fiscale eenheid is, die geen winstbelasting betaalt. Met andere woorden, alle winst die los van de Nam verder kan worden toegeschreven aan Nederland – inclusief het hoofdkantoor – weet het bedrijf telkens naar nul terug te brengen.

De bronnen die Trouw sprak wijzen op twee financiële constructies: door grote bedragen aan rente af te trekken op leningen die worden gebruikt om te investeren in het buitenland, en de mogelijkheid om buitenlandse verliezen ten laste te brengen van de Nederlandse winst.

Beide ontwijkingsroutes zijn legaal, en zijn zelfs bewust in stand gehouden om Nederlandse bedrijven te steunen. Het verrekenen van buitenlandse verliezen is al mogelijk sinds de invoering van de wet op de vennootschapsbelasting in 1969. Bedrijven kunnen dankzij een bepaling in die wet zo veel belasting ontwijken, dat Tweede Kamerleden eind jaren tachtig spreken van een ‘nationaal vergiet’ en een ‘permanente overheidssubsidie’. Zij vinden het inconsequent dat buitenlandse winsten niet in Nederland worden belast, terwijl buitenlandse verliezen wel van de Nederlandse belasting mogen worden afgetrokken. De Kamerleden eisen afschaffing, maar het kabinet weigert dit en voert in 1989 enkel wat aanpassingen door, omdat de regeling van groot belang zou zijn voor het Nederlandse bedrijfs­leven dat in het buitenland actief is.

Wat deze buitenlandse verliezen zo geschikt maakt om belasting mee te besparen, is dat bedrijven in grote mate zelf kunnen bepalen in welk jaar ze meetellen. Het verlies gaat pas tellen als het betreffende dochterbedrijf daadwerkelijk geliquideerd wordt. Dat kan lang duren. Daardoor blijven de verliezen ‘houdbaar’ tot ze nodig zijn om de belastbare winst naar beneden te krijgen.

Vrijwillige bijdrage

Shells tweede ontwijkingsroute bestaat sinds het Europese Hof van Justitie in 2003 bepaalde dat Nederlandse bedrijven buitenlandse rentes van hun winst mogen aftrekken. De uitspraak zorgt voor zo’n aanslag op de Nederlandse belastinginkomsten, dat ambtenaren in interne stukken waarschuwen dat de winstbelasting voor multinationals ‘verwordt tot een vrijwillige bijdrage’ wanneer dat gat niet wordt gedicht. Er volgen maatregelen, maar uiteindelijk kiest toenmalig staatssecretaris Frans Weekers in 2012 de kant van de grote Nederlandse bedrijven door niet te veel beperkingen door te voeren. ‘Het kabinet is geen voorstander van een maatregel die ertoe zou leiden dat het internationaal opererende bedrijfsleven fiscaal beperkt zou kunnen worden in het expanderen op buitenlandse markten’, licht hij toe.

Zo zou het Shell al jarenlang lukken om in Nederland de zogeheten fiscale winst – dat is de winst na verrekening van alle aftrekposten – op nul te laten uitkomen. “Dan maakt het niet meer uit of het belastingtarief van 25 naar 20 procent gaat. Nul blijft nul. De race naar de bodem is voor Shell wat betreft de winstbelasting gelopen”, zegt een bron.

Wie een aantal jaarverslagen van Shell-vennootschappen in Nederland naast elkaar legt, kan dat rekensommetje min of meer zelf maken. Shell Nederland B.V., waarin alle operationele activiteiten zoals de fabrieken in Moerdijk en Pernis zijn ondergebracht, maakte vorig jaar een winst van ruim 1,3 miljard euro. In het jaarverslag verantwoordt dat bedrijf een winstbelasting van 322 miljoen euro, op het oog een effectieve winstbelasting van 24,1 procent. Dat is bijna gelijk aan het wettelijke tarief van 25 procent.

Maar het jaarverslag van de moedermaatschappij van Shell Nederland, Shell Petroleum N.V., verraadt wat er daadwerkelijk gebeurt. Dit bedrijf presenteert een winst van 4,5 miljard euro, en verantwoordt geen enkele winstbelasting. Shell Petroleum boekt juist een belastinginkomst van 378,5 miljoen euro, ruim 50 miljoen euro meer dan er door Shell Nederland betaald zou moeten worden. Dit bedrijf kent daarmee dus een negatief effectief belastingtarief, van -8,36 procent. Dat kan, zo vermeldt het zelf in het jaarverslag, doordat een groot deel van de winst al in het buitenland belast is en daardoor is vrijgesteld voor de Nederlandse winstbelasting. Daarnaast stelt het bedrijf dat het opvoeren van verliezen van opgeheven dochtermaatschappijen leidt tot een lagere belasting.

De Shell-vennootschappen in Nederland rekenen dat niet direct af bij de Belastingdienst, maar onderling. Shell doet in Nederland maar één aangifte voor de winstbelasting, namelijk voor de totale fiscale eenheid waar de Nederlandse bedrijven van Shell in verzameld zijn. Door buitenlandse verliezen in Nederland af te trekken van de winst, en vervolgens de winsten en verliezen tussen verschillende ondernemingen te verrekenen, weet Shell met boekhoudkundige verrekeningen de belasting op nul te laten uitkomen.

Zo wordt ook duidelijk waarom Shell zo goed als niets heeft aan het alternatief dat de regering heeft bedacht voor het in stand houden van de dividendbelasting, namelijk een verdere verlaging van het tarief van de winstbelasting. Omdat het Shell al jaren lukt de winst in Nederland op nul te krijgen, maakt het belastingtarief niet meer uit. Zoals een van de bronnen al stelde: ‘Nul blijft nul.’

Hoe brengt Shell zijn winstbelasting naar nul?

• Een groot deel van de winst wordt in het buitenland gemaakt.
• Daarover betaalt Shell dus winstbelasting buiten Nederland.
• In Nederland wordt ook winst gemaakt o.a. met benzinestations en raffinage.
• Daarover zou Shell winstbelasting moeten betalen in Nederland.
• Maar Shell mag buitenlandse verliezen aftrekken van de Nederlandse winst.
• Hetzelfde geldt voor rente op leningen voor buitenlandse investeringen.
• Zo brengt Shell de uiteindelijke winst in Nederland terug naar nul.

Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met verscheidene bronnen die anoniem willen blijven. Meerdere bronnen zijn goed ingevoerd in dit dossier. Andere bronnen hebben specifieke kennis van de manier waarop multinationals als Shell hun belastingen kunnen verlagen. De namen van alle bronnen zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

‘Shell betaalt in Nederland geen winstbelasting’

Shell betaalt volgens ingewijden al jaren geen winstbelasting in Nederland. Een vertrouwelijk intern document van het ministerie van financiën ondersteunt dat. 

Shell ontwijkt dividendbelasting

Via een trust op het - als belastingparadijs bekend staande - Kanaaleiland Jersey boekt olieconcern Shell dividend over naar aandeelhouders. Belastingvrij, mét toestemming van de Belastingdienst.

We creëren meer kapitaal door het opdoeken van belasting

We moeten zuinig zijn op bedrijven als Shell, Akzo en Unilever. Die kunnen investeren in grote projecten, zegt René Leegte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden