Winnaars Cannes tonen het verdriet van de Balkan

AMSTERDAM - Het ligt voor de hand om te denken dat de jury van het filmfestival van Cannes een politiek gebaar heeft willen maken. De twee belangrijkste prijzen van het festival werden zondagavond uitgereikt aan films die nadrukkelijk verbonden zijn met Joegoslavië en wat daar van over is. Zelden zijn speelfilms zo actueel. Op zaterdag opende deze krant het artikel op de voorpagina over de gijzeling van VN-soldaten met de verbijsterende zin 'Het conflict in Bosnië dreigt uit de hand te lopen.' Alsof dat 'conflict' niet al veel eerder 'uit de hand was gelopen'. Toch bereikte de oorlog in voormalig Joegoslavië afgelopen weekeinde inderdaad een nieuw dieptepunt. Dus lijkt de bekroning van 'Underground' van Emir Kusturica en 'To vlemma tou Odyssea' van Theo Angelopoulos een niet te missen politiek statement.

De uitspraak van de jury kan als zodanig worden opgevat, maar doet in dat geval geen afbreuk aan de artistieke verdiensten van de beide films. Ook zonder de meerwaarde van de actualiteit steken de films van Kusturica en Angelopoulos met kop en schouders uit boven de overige films die in Cannes werden vertoond. Beide films kennen fervente tegenstanders, maar ook zij moeten erkennen dat het hier om onontkoombare grootheden gaat. Andere films uit de competitie waren veel te bescheiden om zich te kunnen meten met het lef en de arrogantie van deze twee kopstukken.

Behalve onderwerp en lengte (allebei rond de drie uur) hebben de films weinig gemeen. Gouden Palm-winnaar 'Underground' is een opgewonden dollemanstocht langs vijftig jaar Joegoslavische geschiedenis. In de beste traditie van de Oosteuropese satire verbindt Kusturica de absurde fabel met de harde werkelijkheid. Winnaar van de Grote Juryprijs 'To vlemma tou Odyssea' ('De blik van Odysseus') is een ingetogen queeste van een kunstenaar door troosteloze Balkanlanden, eindigend tussen de ruïnes van Sarajevo. Het werk van Angelopoulos wortelt in de traditie van de Europese kunstfilm en doet geen enkele concessie aan de kijker.

Emir Kusturica is een van de meest gelauwerde filmmakers van dit moment. Zijn debuut 'Do you remember Dolly Bell' werd bekroond in Venetië, zijn voorlaatste film 'Arizona dream' in Berlijn en zijn overige twee films in Cannes. In 1985 ontving hij de Gouden Palm voor 'Toen papa op zakenreis was' en in 1989 de regieprijs voor 'Time of the gypsies'. Met duidelijke uitspraken over de werkelijkheid houdt Kusturica zich niet bezig. “Ik ben geen postkantoor dat films verspreidt als boodschappen”, zei hij na afloop van de slotceremonie. Zijn film toont het oorlogsgeweld als iets dat Joegoslavië even vanzelfsprekend teistert als een natuurramp. 'Underground' begint met het Duits bombardement op Belgrado in 1941, maar teruggaan in de tijd biedt nog geen verklaring voor de huidige gruwelen. Wel spreekt de film cynisch over de 'geheime formule' van Tito om het land bijeen te houden, die na diens dood uitgewerkt bleek te zijn. Kusturica, geboren in Sarajevo, noemt zichzelf Joegoslaaf en geen Bosniër. Nog vorig jaar kreeg de regisseur het verwijt van landgenoten zich onvoldoende voor zijn vaderland in te zetten. Op veilige afstand van het oorlogsgewoel, in Frankrijk en de Verenigde Staten, zou Kusturica zich wentelen in zijn gemakkelijke engagement. Die discussie zonder winnaars zal naar aanleiding van 'Underground' wellicht opnieuw oplaaien.

De status van Theo Angelopoulos is om andere redenen gecompliceerd. Ooit werd de Griekse regisseur gewaardeerd als een van Europa's grootste filmmakers, maar die reputatie is inmiddels behoorlijk versleten. Wie de naam Angelopoulos laat vallen, kan rekenen op een vermoeide zucht als reactie. Lang, traag, somber en cryptisch, dat zijn zo de associaties bij het werk van Angelopoulos. Veel liefhebbers zijn in de loop der jaren afgehaakt en opvallend veel mensen hebben de film in Cannes laten schieten. Ten onrechte, want nu maakte de Griek toch het meesterwerk dat voldoet aan alle vooroordelen en tegelijk zoveel meer is dan dat.

Bij de ontvangst van zijn prijs wist Angelopoulos weinig meer dan een nijdig 'Toch bedankt' uit te brengen. Hij had gerekend op de Gouden Palm en daar een passende toespraak bij bedacht. Voor deze tweede prijs kon hij niet de beleefdheid opbrengen om dankbaar te zijn. Het tonen van teleurstelling en arrogantie werd in Cannes ontvangen met boegeroep. Helemaal ongelijk had Angelopoulos niet. Zijn film was de beste en had eigenlijk van plaats moeten ruilen met die van Kusturica. Over zowel de aankoop van 'Underground' als 'To vlemma tou Odyssea' wordt op dit moment onderhandeld door Nederlandse distributeurs.

Tegenover deze twee veteranen staan twee jonge Franse regisseurs, die in Cannes prestigieuze prijzen in de wacht sleepten. Mathieu Kassovitz ontving de regieprijs voor 'La haine', over de spanningen tussen politie en jongeren in een Parijse buitenwijk. Kassovitz (28) debuteerde met de in Frankrijk zeer succesvolle raciale zedenschets 'Métisse' en geldt nu helemaal als de hoop van de Franse cinema. Xavier Beauvois, eveneens 28, kreeg de gewone juryprijs voor 'N'oublie pas que tu vas mourir', een merkwaardig ontsporende film over een student kunstgeschiedenis die zichzelf de vernieling in stuurt na de ontdekking seropositief te zijn. Beauvois debuteerde indrukwekkend met het sobere familiedrama 'Nord'.

Joegoslavië en jongeren: de jury heeft engagement laten prevaleren boven esthetiek. Veel van de gevestigde namen, en opvallend genoeg alle aanwezige Amerikanen, bleven staan met lege handen. Jeanne Moreau en haar mede-juryleden hebben moedige keuzes gemaakt: een mooi besluit van een matig festival.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden