Winnaar onbekend

De laatste dagen van de verkiezingscampagne zijn aangebroken in de Verenigde Staten. De presidentskandidaten George W. Bush en Al Gore kampen beiden met hun geloofwaardigheid. Over de uitslag van komende dinsdag kan nog geen zinnig woord worden gezegd. Wie er wint of verliest hangt opnieuw af van de laatste momenten, de trucs die nog uit de hoed worden getoverd. En welke rol speelt de Clinton-factor? Zijn de activiteiten van de vertrekkende president positief of negatief voor Gore?

Met een gemiddelde van twaalf tot vijftien uur en tussen de twee- en drieduizend afgelegde kilometers per dag, bezoeken aan drie of vier steden en plaatsen en eenzelfde aantal verkiezingstoespraken schuimen George W. Bush en Al

Gore dezer dagen van oost naar west en van noord naar zuid de Verenigde Staten af naar die paar miljoen kiezers die hen komende week dinsdag het presidentschap moeten bezorgen.

Kansas en Alabama hebben al maanden geen spoor van de Texaanse gouverneur gezien, evenmin als de staten New York en New Jersey. Die zijn al binnengehaald of afgeschreven. De vice-president vertoont zich niet in Mississippi of South Dakota en in Massachusetts en Connecticut heeft men hem ook geen enkele rally zien houden. Ook binnen of onbereikbaar. De verkiezingskaravanen hebben twee handen vol staten uitverkoren als electorale slagvelden.

Dit was de afgelopen drie dagen het lijstje voor Bush: Fresno en San Jose in Californië, Portland in Oregon en Bellevue in de staat Washington; Minnesota en Duluth in Minnesota en Des Moines in Iowa; St. Charles in Missouri, Glen Ellyn in Illinois, Milwaukee en West Allis in Wisconsin. En voor Gore: ook alweer Milwaukee en Portland plus Los Angeles en Burbank in Californië; Kissimee en Tampa in Florida; Scranton en Avoca in Pennsylvania, Chicago en El Cruces in New Mexico.

Vooral opvallend is de gang van Bush naar Wisconsin en Minnesota, twee staten die sinds het vertrek van Ronald Rea gan van het politieke toneel nooit meer Republikeins hebben gestemd. En die van Gore naar Florida, waarvan tot voor kort werd aangenomen dat gouverneur Jeb Bush de kiezers daar gemakkelijk in handen van zijn broer zou spelen. Maar 2000 is weer een verkiezingsjaar waarin weinig zekerheden bestaan. Net als die van 1980 met Jimmy Carter en Ronald Reagan of, en daar wordt nu steeds vaker een vergelijking mee getrokken, die tussen John F. Kennedy en Richard Nixon in 1960. Nog geen 120 000 kiezers hielpen Kennedy aan een overwinning.

Zowel Bush als Gore weten her en der forse menigten op de been te brengen, die voorzien van vlaggetjes, hoedjes en gescandeerde slagzinnen de indruk weten te wekken dat hun man buitengewoon populair is. In Glen Ellyn, een voorstad van Chicago drongen 10 000 Bush-aanhangers samen op het terrein van een school. En Gore scoorde maar liefst 50 000 fans op een bijeenkomst in hetzelfde Chicago, het beste resultaat dat hij volgens zijn medewerkers dit jaar heeft geboekt. Maar dat zijn door de plaatselijke partij-afdelingen gemobiliseerde leden of sympathisanten.

Vooral het Bush-kamp zet alles op alles om een sfeer te scheppen van 'Hier is de volgende president van de Verenigde Staten'. Want na acht jaar verfoeid Clinton-bewind staan de Republikeinen te popelen om het Witte Huis opnieuw van een bewoner met de naam Bush te voorzien. En dat heeft gezorgd voor de best gefinancierde en geregisseerde verkiezingscampagne in de moderne Amerikaanse geschiedenis. Gore heeft veel meer moeite om geestdrift op te wekken. Zijn achterban wekt vaak de indruk genoegen met hem te nemen omdat de partij momenteel niet iets beters heeft te bieden.

En de groep kiezers die zegt nog steeds te weten op wie de keus zal vallen - of die nog steeds niet heeft besloten of ze sowieso wel gaan stemmen - blijft ook in de laatste dagen van de verkiezingsstrijd erg groot. David Broder, de politieke commentator van de Wash ington Post en een verkiezingsveteraan, weet wel waarom. Bush belooft grote schoonmaak in het politieke centrum Washington te houden en zaken radicaal anders te gaan aanpakken, zoals de wijze waarop met het belastinggeld van de kiezers wordt omgesprongen. Dat heeft consequenties voor het onderwijsbeleid, de oudedagsvoorzieningen, de milieupolitiek en de gezondheidszorg om maar een paar gebieden te noemen. Gore, voor velen de representant van die Augiusstal in de hoofdstad, heeft het publiek aan de hand van de praktijk in Texas voorgehouden wat het beleid van Bush voor gevolgen zal hebben.

Broder: ,,Het publiek wordt heen en weer geslingerd tussen twee wensen die elkaar niet verdragen: verandering in de politieke toon en sfeer in Washington en geen fundamentele verandering van het economische beleid en de maatschappelijke orde. Voor die kiezers is de afweging verrekte moeilijk. Het is dan ook geen wonder dat de samenleving zo slecht tot een besluit kan komen wie het als president wil.''

Dat publiek is dan ook zeer gevoelig voor iedere keer dat Bush of Gore op positieve of negatieve wijze voor het voetlicht komt. En dat weerspiegelt zich in de populariteitscurves van beide kandidaten die grillig met golfbewegingen van elkaar af en naar elkaar toe gaan. Om uiteindelijk na verloop van tijd weer dicht bij elkaar uit te komen.

In de laatste fase van de campagne strijden het voor het voetlicht brengen van de eigen ideeën en het onderuithalen van de tegenstander om de voorrang. Neem afgelopen donderdag. ,,We hebben nooit eerder zulke goeie kansen gecreëerd voor ieder hardwerkend gezin om zijn droom in vervulling te doen gaan'', stelt Gore over de economie onder het bewind van de Democraten. En hij wijst op de lage werkloosheid, de lage geldontwaarding, de lage misdaadcijfers en het hoge begrotingsoverschot. Om vervolgens de aanpak van Bush af te doen als 'het vooruitzicht van tekorten en schulden' en de slotsom te trekken: ,,Wij hebben te hard gewerkt om wat we hebben bereikt in gevaar te brengen. Dat hebben we al eens meegemaakt en dat gebeurt niet weer.''

Bush houdt de oudere kiezers voor dat zijn plan om de oudedagsvoorzieningen en de gezondheidszorg voor die groep te hervormen hen zal verlossen van stijgende kosten voor de aanschaf van medicijnen en zal voorkomen dat er uiteindelijk geen geld zal zijn om aan die ouderen uit te keren. En dan volgt de beschuldiging aan het adres van Gore: ,,Hij wil jullie volledig afhankelijk maken van de overheid. Hij wil de gezondheidszorg nationaliseren. In 1992 zei hij: We gaan het gezondheidsprogramma hervormen. En dat zei hij in 1996 weer. Wacht maar eens af, riep hij destijds. En inderdaad, we wachten nog steeds af.''

Bush en Gore kampen elk op hun manier nog steeds met hun geloofwaardigheid. Bush zwenkte in de voorverkiezingen eerst naar de rechterkant om zijn rivaal John McCain af te troeven en hem als een pseudo-Democraat te kunnen afschilderen. Het dieptepunt was zijn optreden op de oerconservatieve Bob Jones-universiteit in South Carolina, een opleiding met een felle anti-katholieke en anti-zwarte geschiedenis. Vervolgens zwenkte hij weer naar het centrum.

Kennis van zaken was ook niet zijn sterkste punt en triviale zaken als een quizje waarin hij niet op de namen kon komen van buitenlandse leiders versterkten dat beeld. Het gevaar dreigde dat Bush aan hetzelfde imagoprobleem zou gaan lijden als tien jaar geleden Dan Quayle, de vice-president van zijn vader. Maar vooral tijdens de drie presidentsdebatten heeft de gouverneur zich gerevancheerd. Ook zijn gewoonte om woorden te verhaspelen heeft hij met handigheid en zelfspot weten om te vormen tot iets wat bij de kiezers als 'aandoenlijk' overkomt. En ook de inmiddels beruchte grijns wordt door veel kiezers niet meer als ergerlijk ervaren. Bush heeft het beeld weten op te bouwen van een aardige vent die ook nog eens zal proberen de bittere verdeeldheid in de Amerikaanse politiek op te heffen.

Gore is niet aardig en komt op de kiezers ook zeker niet als aardig over. Vooral als hij in het nauw gedreven raakt toont hij zijn karakter: arrogant en hard. Zijn tegenstander in de voorverkiezingen Bill Bradley heeft ervaren hoe de vice-president hinderlijke rivalen neersabelt met enkele zorgvuldig gekozen denigrerende opmerkingen. En als het gaat om feitenkennis en het demonstreren daarvan is Gore niet te verslaan. Dat kan heel vermoeiend zijn en sommige kiezers stoot het af. Net als zijn neiging tot opportunisme. Toen hij het afgelopen voorjaar zei dat het Cubaantje Elian Gonzalez maar in Amerika moest blijven was dat een duidelijk poging de Cubaanse gemeenschap te paaien en was de conclusie: Gore zal alles zeggen om maar te winnen.

Zijn neiging tot overdrijven en gewichtigheid heeft de vice-president tot doelwit gemaakt van spot en scepsis. Zo wekte hij de indruk het internet te hebben uitgevonden en met zijn echtgenote Tipper model te hebben gestaan voor de tranentrekkerfilm Love Story. In de campagne zei hij verontwaardigd dat zijn schoonmoeder meer moet betalen voor haar medicijnen dan Gore zelf kwijt is aan de artritisproblemen van zijn hond. Het verhaal werd snel onderuitgehaald. Net zoals zijn opmerking dat hij de directeur van de rampenbestrijding had vergezeld naar Texas om daar de schade van een aantal branden te bekijken. Blijkt nooit te zijn gebeurd.

En dan is er voor Gore nog de Clinton-factor. Al weken breekt de campagnestaf in Nashville zich het hoofd welke plaats de president moet worden gegund. Hij is een eersteklas campagnevoerder en Clintons aanhangers smeken Gore bijkans om daar gebruik van te maken. Prima, zegt Nashville, hij mag op pad gaan maar Clinton moet uit de buurt van Gore blijven want anders drukt hij hem in de schaduw. En hij mag zich niet in de staten wagen waar de gouverneur en de vice-president in een nek-aan-nek-race zijn verwikkeld. De president houdt zich nu bezig met het oppeppen van zwarte kiezers en vakbondsleden om vooral naar de stembus te gaan. Wat gebeurt echter van de week in Californië? Gore in het Witte Huis is het beste voor Amerika nu ik zelf niet aan een derde ambtstermijn kan beginnen, was Clintons stemadvies. Zo'n tweedehands steunbetuiging is niet iets waar Gore's staf op zit te wachten.

,,Clinton is het tweesnijdend zwaard van de Amerikaanse politiek. Hij is tegelijkertijd een zegen en een vloek'', zegt Steve Mitchell, die in Michigan voor de Democraten de stemming peilt. Ook elders komen de opiniepeilers tot een verwarrende conclusie. Aan de ene kant weet Clinton geestdrift te wekken onder de Democraten. Maar hij mobiliseert ook de aanhang in het kamp van Bush die wordt verteerd van haat tegen de president en neutraliseert zo het effect van zijn optreden.

Bovendien blijkt dat oudere en onafhankelijke kiezers bij het zien van Clinton weer worden herinnerd aan de affaire-Lewinsky, het Whitewater-schandaal en andere onderzoeken, waarbij de Clintons en het Witte Huis de afgelopen jaren betrokken zijn geweest. En dus, concludeert die groep, wordt het tijd voor verandering in het Witte Huis. Het is meer dan frustrerend voor Gore niet met maar ook niet zonder zijn president door de campagne te kunnen gaan. ,,Ik denk'', zegt Steve Mitchell, ,,dat het Gore een lief ding waard zou zijn geweest als Clinton op dit ogenblik op een lang bezoek aan Japan was.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden