Winkels en nieuwe moed

Nabloes veert op, Ramallah bloeit. Nu de economie van een deel van de West-oever is bevrijd uit een Israëlische wurggreep, gaan mensen de stad in en geven hun sjekels uit.

Het is de heilige maand ramadan. Ondanks de hitte en het vasten dat duurt tot zonsondergang, bruisen de stegen van de kasba, de oude handelswijk van de stad Nabloes. Onder het winkelend publiek hangt een sfeer van voorzichtig optimisme. Nabloes, van oudsher het commerciële en industriële hart van de westelijke Jordaanoever, ziet er verlopen uit en dat is geen wonder.

„Ruim acht jaar was Nabloes omringd door controleposten van het Israëlische leger, dat hoogstens drie procent van de bewoners een vergunning gaf om de stad in en uit te gaan”, vertelt burgemeester Adli Ja’ish, een zakenman die in 2005 met steun van Hamas werd gekozen. „Mensen uit naburige dorpen kregen nauwelijks de kans om de stad te bezoeken.”

Jonge gewapende militanten zwierven door de straten en het Israëlische leger viel naar believen de stad binnen, zodat de 185.000 inwoners hun leven niet zeker waren. Het gevolg van het geweld en de verstikking van de stadseconomie was niet alleen een werkloosheid van ruim dertig procent, vertelt de burgemeester, maar ook de vlucht van 60.000 inwoners van Nabloes en omgeving naar andere delen van de westelijke oever en naar Jordanië.

Nu hebben de Israëlische troepen zich teruggetrokken. Een contingent van de 2100 Palestijnse politiemensen en beveiligers, in Jordanië getraind door Amerikaanse instructeurs, patrouilleren in de straten. Er is geen militant meer te zien.

Even belangrijk is dat de Israëlische controleposten de Palestijnen nu vrije doorgang geven. Arabische Israëliërs mogen elke zaterdag per bus naar Nabloes om hun sjekels in de economie te pompen. De stad moedigt dat aan met een winkelfestival en een nieuw winkelcentrum van twee verdiepingen dat na de ramadan wordt geopend. De Palestijnse premier Salam Fajad en en het bedrijfsleven zorgen voor nieuwe investeringen in de stad.

Dat brengt voelbare verandering. „Het leven is beslist verbeterd”, zegt Nadjla (20), studente bedrijfseconomie aan Nadjaah Universiteit. „Er komen veel meer mensen naar de stad en we voelen ons veiliger met Palestijnse politie op straat.”

Dat alles leidt tot de eerste tekenen die wijzen op een drastische verbetering van de economie van de Westoever. De werkloosheid daalde het afgelopen jaar van 26 naar 16 procent; 1200 nieuwe bedrijven zijn geregistreerd in de eerste helft van 2009 (dat waren er 900 in heel 2008); het bruto binnenlands product is sinds januari al 4 procent gegroeid en volgens het Internationaal Monetair Fonds zal dat voor het eind van het jaar nog stijgen tot 7 procent als Israël reisbeperkingen en andere handelsbelemmeringen opheft.

Die ontwikkelingen contrasteren scherp met de situatie in de Gazastrook, die sinds de machtsovername door Hamas in juni 2007 door Israël is afgesloten van de buitenwereld. Alleen humanitaire voorraden (basisvoedsel en medicijnen) en brandstof voor de lokale elektriciteitscentrale worden toegelaten.

Het beleg dreef de werkloosheid daar op naar 37 procent en het armoedepercentage naar 76,9, volgens officiële Palestijnse statistieken.

Ook op de Westoever varieert het beeld van stad tot stad. Al lijkt de hoop onder handelaren in Nabloes groter dan hun werkelijke verkopen. „Tot nog toe zien we meer kijkers dan kopers”, zegt de baas van een schoenwinkel in het centrum. Maar de verwachtingen zijn hoog. „Het geeft hoop dat er zoveel meer mensen op straat rondlopen”, zegt de eigenaar van een computerwinkel. „We hebben het gevoel dat dat snel in de verkoopcijfers te zien zal zijn.”

Het kantoor van de burgemeester draait zich warm om de verloren tijd in te halen door de lang verwaarloosde infrastructuur (zoals de lekkende waterleiding van de stad) te herstellen en de bouw van de rioolzuivering die tien jaar geleden werd begonnen, af te maken. Het bestuur stimuleert de heropening van fabriekjes die tijdens het Israëlische beleg moesten sluiten. De stad was een centrum van meubelmakers, maar 80 procent van de werkplaatsen en winkels is sinds 2000 gesloten.

Terwijl Nabloes opveert, lijkt Ramallah, waar de Palestijnse Autoriteit zetelt, al te bloeien. Met nieuwe appartementen, reclameborden voor luxueuze huizen, winkels die dure merkkleding naar voren schuiven en een enorme verkeersopstopping in het centrum, groeit Ramallah volop. Palestijnse handelaren in Oost-Jeruzalem verplaatsen hun zaken naar de stad en zelfs Arabische Israëliërs openen er filialen.

Die voorspoed is mede te danken aan het feit dat een flink deel van de 30.000 inwoners werkt bij ministeries en diensten van de Palestijnse Autoriteit. De helft van haar begroting van drie miljard dollar wordt gefinancierd door westerse en Arabische donorlanden.

Maar de econoom Samir Hoelaila, topman van de Palestijnse investeringsmaatschappij Padico, wijst vooral op de rol van de Golfstaten en Saoedi-Arabië. Zij investeren in banken, toerisme, onroerend goed, communicatie, landbouw en infrastructuur zoals de elektriciteitscentrale in het noordelijk deel van de Westoever. De Palestijnse effectenbeurs begint Europese investeerders te trekken, die op zoek zijn naar ontluikende markten.

Israël moet meer doen om de groei van de Palestijnse economie te bevorderen, vindt Hulaila. Hoog op zijn verlanglijstje staat vrij reizen voor buitenlandse investeerders naar de Palestijnse gebieden, toestemming voor Palestijnse investeringen in dat deel van de Westoever dat helemaal onder Israëlisch bestuur staat – meer dan de helft – en toestemming voor export van Palestijnse producten naar de Gazastrook die nu afhankelijk is van Israëlische waar. „De afgelopen anderhalf jaar mochten we van Israël niet naar Gaza om te zien hoe het gaat met onze ondernemingen waarin we tientallen miljoenen dollars hebben gestoken”, zegt Hulaila. „Dat is geen straf voor Hamas, maar voor investeerders van buiten en dat slaat nergens op.”

Wat de Palestijnen nog meer steekt is de suggestie dat ze tevreden zullen zijn met ’economische vrede’ tussen Israël en Palestina, zoals premier Netanjahoe dat noemt, als voorwaarde voor de vestiging van een soevereine Palestijnse staat. Klinkklare nonsens en beledigend, vinden Palestijnen.

„We zijn geen beesten die alleen leven om te eten”, zegt de gewoonlijk bedaarde burgemeester Ja’ish. „Opheffing van afzettingen doet niets af van waar het werkelijk om draait: beëindiging van de bezetting.”

Kadoera Faris, voormalig parlementslid en minister van de Fatah-partij, vindt de ontspannen stemming op straat heel erg breekbaar. „Als wij Palestijnen alleen onze gezinnen willen onderhouden en tevreden zouden zijn met de miljarden dollars die we van onze donoren krijgen, hadden we ons de tienduizenden doden en honderdduizenden gevangenen kunnen besparen”, zegt hij. „Zestien jaar geleden zijn wij gaan meedoen aan een vredesproces, waarvan alleen het proces over is. En nu maakt Israël Palestijnse soevereiniteit afhankelijk van economische ontwikkeling en boort tegelijkertijd de laatste hoop op die soevereiniteit de grond in.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden