Winkelcentrum in de wijk kwijnt weg

De winkel op de hoek is al verdwenen. De wijkwinkelcentra hangt nu hetzelfde lot boven het hoofd. Ze zijn het volgende slachtoffer van de schaalvergroting.

Ze heten Operaplein (Amersfoort), Beatrixstraat (Leiden), Concordialaan (Etten Leur) of Dr. Struykenplein (Breda). Maar ook andere grote en kleine steden kennen winkelcentra met problemen. Een te eenzijdig winkelaanbod, leegstand en verloedering. „De onderkant van ons winkelbestand erodeert”, vat Baptist Brayé, kenner van winkellocaties, de situatie samen. „Twintig jaar geleden verdwenen de bakker en de drogist, nu staat het kleine winkelcentrum onder druk.” Brayé is eigenaar van onderzoeksbureau Locatus, dat informatie over het winkelbestand van heel Nederland (bezoekers, grootte) verzamelt en verkoopt. „Die erosie is een direct gevolg van schaalvergroting. Nederland telt zo’n 120.000 winkels, goed voor 28 miljoen vierkante meter vloeroppervlakte. Maar daarvan is nu al 7,5 miljoen vierkante meter te vinden in grootschalige winkelvestigingen langs snelwegen of aan de rand van de stad. Dáár wordt tegenwoordig ook de meeste vloeroppervlakte bijgebouwd.”Â

De traditionele wijkwinkelcentra krijgen daardoor harde klappen. „Dat proces is moeilijk te stoppen. Die centra waren destijds bedoeld voor de dagelijkse boodschappen, toen moeder nog met de kinderwagen de inkopen deed. Maar zo werkt dat niet meer”, zegt Brayé. Veel winkeliers in wegkwijnende straatjes of winkelcentra weten dat ook wel, zegt Frank Visser van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel. Visser adviseert winkeliersverenigingen. „Ze beseffen dat er iets structureel mis is. Vaak is een gesprek met een buitenstaander nodig om de knoop door te hakken: de winkel dicht of verhuizen.”

De moderne consument eist namelijk veel. Hij wil niet alleen aardappelen in zakjes van 2,5 of vijf kilo, hij wil die aardappelen ook geschild, verpakt of voorgekookt. Een moderne versafdeling is twee keer zo groot als twintig jaar geleden. Supermarkten hunkeren daarom naar vloeroppervlak. De gemiddelde supermarkt was in 1998 618 vierkante meter groot, tegenwoordig is dat 807 vierkante meter. „Dat levert winkels op die iedereen prachtig vindt. Maar die groei blijkt voor supermarktketens slechts te betalen als ze oude vestigingen sluiten”, zegt Brayé. In tien jaar tijd liep het aantal supermarkten terug van ruim 6000 naar 5700. Vooral de buurtsuper, de oude Vivo of Spar, legde het loodje. „En zodra de supermarkt verdwijnt, slaat de malaise toe”, weet Brayé. Supermarkten zijn grote publiekstrekkers; ze zorgen voor zoveel verkeer dat ook andere winkels in de wijk kunnen bestaan.

De eigenaars van de winkelpanden proberen leegstand te voorkomen. Het pand van de groenteboer wordt dan verhuurd aan de fysiotherapeut, de supermarkt wordt gezondheidscentrum. Of allochtone middenstanders ruiken een kans. „Maar dat is vooral bij gebrek aan beter”, zegt Brayé. „De verzorgingsfunctie van zo’n winkelcentrum gaat gewoon verloren: er komen minder mensen en dat is niet te stoppen. Je kunt dan maar beter alles tegen de grond gooien en iets bouwen dat wel voldoet aan de eisen van de tijd.”

Brayé: „Vaak wordt in discussies over wijkwinkelcentra gewezen op bejaarden. Voor hen heeft zo’n centrum nog wel een functie. Dat klopt, maar het is ook een emotioneel argument. Daarmee houd je geen winkels open. Een zelfstandige bakker had vroeger genoeg aan een verzorgingsgebied met 1000 inwoners. Nu heeft hij er minstens 5000 nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden