Windmolens, groenten: voor alles een coöperatie

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit voor meer betrokkenheid van burgers bij de organisatie van de Nederlandse samenleving. Hoe werkt dat in het buitenland? Deel 2 van een korte serie: Denemarken.

"Als de gemeente de tegels levert, leggen wij de stoep." Zo luidde het voorstel van een groep burgers in een plaatsje bij Esbjerg. De gemeenteraad had er wel oren naar en zorgde voor tegels en zand. De dorpsbewoners waren drie weken zoet met het leggen van een tachtig meter lange stoep. Daarna hoefde niemand meer op de weg te lopen.

Dit is een van de vele voorbeelden van 'actief burgerschap' in Denemarken, waar een lange traditie bestaat voor coöperaties en verenigingen. Al rond 1860 ontstonden bijvoorbeeld de eerste coöperatieve winkelverenigingen.

De recent opgerichte inkoopcentrales voor biologische groenten en fruit, direct van de producent, borduren voort op hetzelfde idee. In Kopenhagen en Aarhus pakken vrijwilligers de groenten in handige tassen, die één keer per week door de leden worden opgehaald in 'de winkel', een buurthuis waar weer andere vrijwilligers nieuwe bestellingen opnemen. "Samen zijn we meer", is hun leus.

Een ander kenmerk van de Deense doe-democratie zijn de zogeheten windmolengilden, ontstaan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat zijn verenigingen van voornamelijk plattelands- en dorpsbewoners die samen aandelen nemen in de lokale windmolen. Met de komst van de grotere windmolens zijn veel van deze gilden echter opgeheven. Maar de organisatievorm heeft grote betekenis gehad voor de brede acceptatie van windmolens in het Deense landschap.

Eerder dit jaar publiceerde de Scandinavische denktank Mandag Morgen een rapport over 'de actieve burger'. Organisaties als gemeenten, onderwijsinstellingen en vrijwilligersverenigingen werkten eraan mee. Doel was duidelijk te krijgen hoe meer burgers actief kunnen bijdragen aan hun eigen welvaart en het uitwisselen van strategieën en concrete voorbeelden.

In het kader hiervan is dit jaar flink gedebatteerd over de rol van actieve burgers. Niemand zet vraagtekens bij de belangrijke rol van bijvoorbeeld 'nachtwakers', vrijwilligers die urenlang waken bij stervenden in het hospice. Maar gemeenten mogen geen vrijwilligers inzetten die het werk van het personeel in verzorgingstehuizen overnemen, waarschuwden enkele bonden.

Ongeveer 43 procent van de bevolking ouder dan 16 jaar doet vrijwilligerswerk. In 2020 wil de regering dat 50 procent van de bevolking dat doet. Daar is voorlopig 13 miljoen euro voor uitgetrokken.

Nieuwste trend is vrijwillig werk doen in de tijd van de baas. Verzekeringsconcern Skandia bijvoorbeeld stelt twee uur per maand beschikbaar per werknemer. Die uren mogen opgespaard worden tot een hele dag. De helft van de werknemers steekt nu vrijwillig de handen uit de mouwen bij onder meer het Rode Kruis, de Deense Vluchtelingenorganisatie en Save the Children.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden