Wind en regen maken geschiedenis

Jan Buisman aan het werk: 'Ik moet terug naar de bron.' Beeld Inge van Mill

Het weer is de belangrijkste bijzaak in de geschiedenis, zegt Jan Buisman. Maar historici hebben er geen oog voor. Daarom tekent hij het op.

In de Lage Landen is het water nooit ver weg. Alleen al in de tweede helft van de achttiende eeuw eisen negen stormvloeden hun tol, terwijl in het binnenland rivierdijken het met grote regelmaat begeven. De rampen zijn in geschiedenisboeken opgetekend: hoe zwaar de storm was, welke polders blank stonden, hoeveel mensen verdronken. "Daar stopt het verhaal altijd", zegt Jan Buisman. "Voor mij begint het dan pas."

Het zijn de verhalen van de kleine luiden die Buisman boeien. Niet de lotgevallen van de generaals of de koningshuizen, maar het leed van de minderbedeelden. "Hoe verging het de mensen die zo'n watersnood overleefden? Het land stond langere tijd onder water. Na de storm kwam vaak de winterse kou. De huizen waren verwoest. Mensen bivakkeerden op de dijk, in schamele hutjes van oude planken, onbereikbaar voor hulpverleners. Die verhalen lees je nooit, maar als ik kronieken uit die tijd vind, pik ik deze zaken eruit." Dat doet hij al meer dan dertig jaar.

Begin jaren tachtig begint Buisman alles op te schrijven wat hij kan vinden over het weer, 'de belangrijkste bijzaak in de geschiedenis'. Dat mondt uit in 'Bar en boos', een boek over zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen. Hij baart er opzien mee. Het KNMI vraagt hem of hij het nog eens wil doen. Dit keer met de zomers erbij - 'daar is veel minder over te vinden'- en met bronvermelding.

Jong
Voor het resultaat schiet de term opus magnum tekort. Deze week verscheen deel zes van zijn reeks 'Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen', de periode van 1750 tot 1800. Zes kloeke delen, elk 750 à 1000 pagina's dik. Met deel zeven is hij een eind op streek en deel acht staat ook al in de steigers. De tijd dringt - donderdag vierde Jan Buisman zijn negentigste verjaardag - maar zelf ziet hij dat niet zo: "Dit werk houdt me jong."

Het waren de verhalen uit zijn jeugd die zijn passie voor de weergeschiedenis deden ontluiken. De windhoos uit zijn geboortejaar 1925 die grote schade aanrichtte in Borculo. Het extreem hoge water van Rijn en Maas in 1926. En natuurlijk de strenge winter van 1929 toen de Lek dichtvroor en hij aan de hand van zijn moeder de rivier overstak. "Dat was ook het jaar dat het stadhuis van Leiden afbrandde. Ik herinner me de foto's nog goed; hoe het in één ijspaleis was veranderd."

Hij brengt dagen door op de burelen van KNMI en CBS, leest kronieken en scheepsjournalen, vlooit oude literatuur door, speurt in stadsarchieven. "Ik moet terug naar de bron. Zo vond ik een naslagwerk over de scheepsjournalen van Maarten Tromp en Michiel de Ruyter. Schreef de auteur in het voorwoord dat hij alle opmerkingen over het weer had weggelaten."

Winters stadsgezicht van Dirk Jan van der Laan. Beeld Rijksmuseum

De bronnen zijn er wel, maar vaak niet op plaatsen waar de lezer ze zou vermoeden. Zo vond Buisman de notities van een tolgaarder uit Zaltbommel die klaagde dat hij in de winter van 1396 anderhalve maand geen tolgeld had kunnen innen wegens ijsgang op de Waal. Of bleken de jaarboeken van de Haarlemse trekvaart een uitstekende maat voor de strengheid van de winters. En maakte hij dankbaar gebruik van het werk van Franse historici die het klimaat reconstrueerden aan de hand van druivenoogsten en wijnjaren.

Bevroren Schelde
"Maar het mooist zijn de kleine notities die iemand in zijn dagboek maakt. Een zekere Godevaert van Haecht, een tafereelmaker uit Antwerpen, beschrijft bijvoorbeeld hoe hij over de bevroren Schelde had gelopen. Maar hij vertelt ook over het weer in Italië. Daar heeft hij zijn tante over horen praten. Dat is natuurlijk al iets minder betrouwbaar."

Dit is de kern van zijn monnikenwerk: hoezeer kan hij ergens van op aan? Primaire bronnen zijn de gouden standaard, zegt hij. "Als iemand er zelf bij is geweest, kun je ervan uitgaan dat het klopt. Dat is bij contemporaine bronnen al wat minder. Als iemand het van horen zeggen heeft, wordt het dubieus. En in de literatuur staat natuurlijk van alles, maar dat is echt not done."

Hij vertelt hoe hij een lijst had opgesteld met polders die tijdens de stormvloed van 1682 waren ondergelopen. Enkele polders bleken ontleend te zijn aan een roman. "Daar heb ik vreselijk voor op mijn kop gehad en sindsdien heb ik mijn lesje wel geleerd. Als je de basisbron niet kent, moet je dat feitje weglaten. Hoe mooi het ook is."

Aanvoelen
Nou ja, vertelt hij even later: als het te mooi is om weg te laten, en het klinkt wel plausibel, neemt hij het op. "Maar dan vermeld ik dat in een voetnoot. Het is ook een kwestie van aanvoelen of iets deugt of niet."

Van het begin af aan is het hem niet alleen gegaan om de weerfeitjes, maar ook om de invloed van het weer op de geschiedenis en op het dagelijks leven. "Dat had ik al tijdens de oorlog. Ik had boeken gelezen over Napoleon en zijn Russische veldtocht, en had meteen door dat Hitler in dezelfde fouten verviel. Beiden hadden Engeland nog niet verslagen en beiden waren te laat vertrokken."

Harlingen in de winter van 1795, aquarel van Nicolaas Bauer. Beeld Rijksprentkabinet

"Het welslagen van een veldtocht draait vaak om drie vragen. Zijn de wegen droog, dat wil zeggen: lopen de karren van het geschut niet vast in de modder? Houden we het kruit droog? En wat vaak vergeten wordt: is er voldoende gras voor de paarden? Tot in de Tweede Wereldoorlog gingen er tienduizenden paarden mee op zo'n veldtocht. En geloof maar niet dat de boeren in het bezette land 's avonds hooi kwamen brengen."

De petite histoire heeft in dit deel 6 een grotere rol gekregen dan in vorige edities. Regelmatig maakt Buisman uitstapjes en vertelt hij over grappige gebeurtenissen of gebruiken waarop hij is gestuit. Dat de Fransen het rechts rijden hebben ingevoerd. Dat brandstichters in het openbaar werden vastgebonden aan een paal en levend verbrand. Of over het bezoek van de jonge Mozart aan Holland.

"Het weer hangt wel in de lucht", schrijft Buisman in zijn inleiding, "maar de gevolgen spelen zich af op aarde, in een concrete situatie, het dagelijkse leven van heel veel mensen, die vaak al zorgen genoeg hebben. Ik mag daarom niet achteloos voorbijgaan aan gebeurtenissen die het land op zijn kop hebben gezet en het gesprek van de dag zijn geweest. Ik kan onmogelijk om de politiek heen."

Revolutie
Als voorbeeld noemt hij de Franse Revolutie. Een jaar eerder, 13 juli 1788, waren er al verwoestende hagelbuien geweest, vooral in Frankrijk maar ook in de Nederlanden. Vervolgens kwam er een strenge winter, de koudste die Europa in drie eeuwen had gehad. Een winter die tot diep in maart voortduurde. "Ik mag van de critici niet zeggen dat het weer de oorzaak van de Revolutie is geweest. Maar u kunt zich voorstellen dat de oogsten waren mislukt en de boeren hun pacht niet konden betalen. Het winterweer heeft de revolutie zeker wel gefaciliteerd."

De geschiedenis van duizend jaar weer heeft hem duidelijk gemaakt dat klimaatverandering van alle tijden is. Na de warme Middeleeuwen volgen vier kille eeuwen - de Kleine IJstijd, 1430-1840 - waarna het weer opwarmt. Met die kennis in het achterhoofd uitte hij in het verleden nog wel eens zijn twijfels over de rol van de mens in de huidige opwarming. Maar nu niet meer. "Ik bemoei me niet meer met de oorzaken van de klimaatverandering, ik ben slechts de leverancier van de feiten."

En die feiten levert hij zo neutraal mogelijk. "Anderen behandelen de geschiedenis van het weer graag thematisch. Eerst een hoofdstuk watersnoden, dan strenge winters. Ik doe het chronologisch. Zo is het ook gegaan. Na een winter volgt weer een zomer. Eerst zijn er donkere wolken, dan gaat het regenen en dan wordt iedereen nat."

Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen. Deel 6. Jan Buisman. Uitgeverij Van Wijnen, Franeker. 1044 bladzijden.

Wateren der tuchtiging

Op gezag van de Staten-Generaal wordt op zondag 1 januari 1775 een nieuwe psalmbundel ingevoerd die de oude berijming van Petrus Dathenus, met zijn trage, slepende zang, moet doen vergeten. Rechtzinnige protestanten komen in opstand, tegen deze staatsbemoeienis en tegen deze godslasterlijke nieuwlichterij. Gods toorn kan volgens hen niet uitblijven.

En warempel, nog in hetzelfde jaar wordt het land getroffen door de zwaarste stormvloed sinds 1717. In de nacht van 14 op 15 november begeven de dijken het in grote delen van het land. Officieel vinden zeventig mensen de dood, maar omdat de schade groot is en daarna een zeer strenge vorst intreedt is het werkelijke aantal slachtoffers vermoedelijk veel groter.

De rechtzinnigen halen hun gelijk in een schotschrift: 'Gelijk de Heere in Zijn toorn Satans Rijksgebied, de stadsschouwburg van Amsterdam onlangs met vuur verwoestte, zo heeft hij nu met wateren der tuchtiging de drek van Sions zonen en zijn dochteren afgewassen.'

Een jaar later, op 20 november 1776, herhaalt de ramp zich. Bij deze stormvloed komt het water hoger dan in 1775, maar de dijken houden het beter.

Jan Buisman
Jan Buisman (Culemborg, 19 februari 1925) bracht zijn jeugd door in Aalten. Later verhuisde de familie naar Den Haag. Daar was hij enkele jaren onderwijzer. Op latere leeftijd studeerde hij aardrijkskunde en geschiedenis en werd hij leraar aan het Haagse St. Janscollege. Na zijn pensionering schreef hij boeken over de geschiedenis van het weer, zoals 'Bar en boos', 'Extreem weer!' en de (tot nu toe) zesdelige reeks 'Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen'.

Wat nu, Pichegru?
Onder aanvoering van generaal Charles Pichegru valt het Franse leger in 1794 de Nederlanden binnen. Begin november wordt Nijmegen ingenomen, maar dan stokt de opmars. Pichegru aarzelt om de immens brede Waal over te steken. De twijfel is later verwoord in de uitdrukking 'Wat nu, Pietje Cru?'

De vorst had hem kunnen helpen, maar de generaal wordt ziek en keert terug naar Brussel. Eind december stuurt Parijs hem weer naar het front maar inmiddels is het gaan dooien. Terugtrekken dan maar?

Het verhaal gaat dat Pichegru een brief krijgt van een Franse officier, een bioloog, die in Utrecht gevangen zit.

De officier heeft in zijn cel het gedrag van spinnen geobserveerd en daaruit afgeleid dat de vorst zal weerkeren. Hij krijgt gelijk, de rivieren bevriezen en de Hollandse Waterlinie verliest zijn betekenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden