'Wim, wat zoek jij nog in die bond?'

Er is een omslag aan de gang in reformatorisch-evangelisch Nederland. Onwrikbaar geachte principes ondergaan een subtiele facelift, met wellicht verstrekkende gevolgen. Of valt dat wel mee? In het derde deel van een serie: bondspredikant ds. Wim Dekker. ,,Als we een partij waren, was ik allang geroyeerd.'

In eigen kring -de Gereformeerde Bond binnen de Nederlandse Hervormde kerk- gaat hij soms door voor een 'gevaarlijk' man. ,,Vanwege mijn afwijkende standpunten over homofiele relaties, over samenwonen, over Samen-op-weg. Ze zeggen dat ik ondermijnend ben voor de gereformeerde traditie. Dat ik verwarring sticht. Dat klopt ook wel, ik snap het best. Mensen vragen vaak: Wim, wat zóék jij nog in die bond?'

Er is koffie, en er is zelfgebakken cake in huize 't Vergezicht, aan de rand van het landelijke, Gelderse dorp Oosterwolde. Wim Dekker (1950) is sinds vier jaar hoofd van de afdeling vorming en toerusting van de Hervormde Bond voor Inwendige Zending, de evangelisatietak van de bonders. ,,De IZB heeft altijd mensen gezocht die over de grenzen heenkeken. Je staat op een smal spoor, met een dubbele solidariteit. Aan de ene kant moet je feeling hebben met de achterban van de Gereformeerde Bond, die taal spreken. Maar je moet ook hebben nagedacht over de relatie tussen evangelie en cultuur.'

De IZB, zegt hij nadrukkelijk, zoekt het niet in 'aanpassing'. ,,Dat hebben de synodaal gereformeerden gedaan, die zijn helemaal met de tijd meegegaan. Maar wij willen de cultuur wél ontmoeten.' Binnen de bond, zegt hij, bestaat de neiging om naar buiten te kijken of het stormt. En dan snel de deuren dicht te doen. ,,Maar zonder ontmoeting met de cultuur wordt Schrift en Belijdenis een lege mantra. Je krijgt geestelijke inteelt. En op het laatst is het voor je eigen mensen ook niet meer interessant.'

De predikant is 'katholiek gereformeerd' en rekent zichzelf tot de 'open vleugel' van de bond. Ja, die hebben ze óók - alleen is de rechtervleugel luid ruchtiger én meer gezichtsbepalend. Dekker wijst naar de invloed van de 'refocultuur', ontstaan in de jaren zeventig en tachtig. Die nieuwe zuil, met een eigen krant, met eigen scholen, heeft 'een deel van de bond' meegekregen. ,,Als zo'n impuls krachtig is, wordt iedereen een beetje zenuwachtig. Kijk maar naar Pim Fortuyn. De refozuil heeft polarisatie in de hand gewerkt. Mensen werden toch telkens voor het blok gezet. Bijbelvertaling, psalmberijming -het werd weer óf het een, óf het ander. De refozuil biedt identificatie, geeft een omlijnde visie op de relatie kerk en wereld. Ze kiest voor isolement en gevecht, in plaats van interactie.'

Zelf heeft Dekker van jongs af aan 'de ontmoeting gezocht'. ,,Ik dacht altijd: als het waar is wat ik mijn opvoeding heb meegekregen, en wat mij zo raakt, dan is het treurig als dat tot zo'n klein groepje beperkt blijft.' Vandaar dat hij, eenmaal predikant, een voorkeur had voor 'missionaire' posten.

In Loenen aan de Vecht, een 'heel geseculariseerde omgeving', ging hij bij alle gemeenteleden langs die 'niks meer hadden' met de kerk. ,,Theoretisch had het me altijd al geboeid, de botsing tussen geloof en cultuur. Maar pas in Loenen is het bij mezelf echt op gang gekomen. Pas daar, door de ontmoeting met veel integere mensen, voelde ik het echt: het pákt ze niet.'

Dekker raakte in een crisis. ,,Waar is God? Is er wel een God? Die vraag heb ik heel sterk gevoeld. Maar ik dacht ook: een dominee die niet in God gelooft, dat wordt erg lastig. Je bent zo ingedrenkt in die geloofstraditie, ook in je gevoelsleven. Als ik geen predikant was geweest, als ik niet élke week met mijn neus in de Bijbel had gezeten, dan was ik ook vertrokken. Later heb ik wel gedacht: ik ben langs het randje van het niks gegaan.'

De crisis van Loenen is achter de rug. ,,Ik ben het geloof niet kwijt', zegt hij bedachtzaam. ,,Maar nog steeds, als ik mensen tegenkom die zeggen: het pákt me niet, of: bidden is praten tegen het plafond - dan zeg ik: ja, dat begrijp ik. Geloof is iets geks. Dat je denkt: het gesprek komt ook van de Ander. Ik heb het door die crisis opnieuw leren verstaan. Geloven is echt een genade. Dat er überhaupt een God is, is genade. Maar dan blijf je zitten met dat je die boodschap kwijt moet.'

In evangelische marketingtechnieken ziet hij niets. ,,Kies voor Jezus, daar gruw ik van. Jezus moet je niet als een product in de markt zetten. Hij is geen consumptieartikel. Die evangelische propaganda vind ik ook erg arminiaans, met veel nadruk op de prestaties van de gelovige mens. Je moet juist iets van het geheim van het geloof kunnen vertellen. Het is een wonder dat je adem in je neusgaten hebt, een wonder dat de wereld een toekomst heeft. Het geheim van het geloof is beminnen en bemind worden. Je moet zoeken naar spirituele diepte, dan gebeurt er iets. En ik denk dat ik op zo'n moment heel dicht bij mijn reformatorische wortels sta.' Het is volgens Dekker een feit dat het aloude adagium Schrift en Belijdenis niet meer valt uit te leggen aan de buitenwereld. ,,Dat ontdek je pas als je met andere mensen in gesprek raakt.' Ooit steunde de gereformeerde traditie op een cultuur die grotendeels christelijk was. ,,Maar God is voor de meeste mensen niet langer vanzelfsprekend. Een leven na dit leven vinden ze minder belangrijk. En de leer interesseert ze al helemaal niet.'

Dat zijn 'echte verschuivingen', zegt Dekker. ,,Er komt steeds meer nadruk op de beleving: héb ik er wat aan? Zou dat voor mij wat kunnen zijn? Ik vind dat op zichzelf niet fout. Dat is nu eenmaal onze postmoderne cultuur. Daar hebben we mee te maken, zoals je in Afrika óók met een bepaalde cultuur te maken hebt. Als je dat verkeerd vindt, rest het isolement.'

Onvermijdelijk, zegt hij, sluipt de postmoderne cultuur ook de kerken binnen. ,,Bij onze jongeren zie je precies hetzelfde. Het is tegenwoordig onmogelijk iets over te dragen van de leer zonder dat je duidelijk maakt wat je eraan hebt. De catechese zit in een diepe, diepe crisis. Alleen de rechtervleugel houdt vast aan de oude catechesatieboekjes, met vragen en antwoorden. De rest experimenteert met nieuwe methoden, met het geloofsgesprek. Precies hetzelfde als in andere kerken is gebeurd. En het verloop houd je er niet mee tegen.'

Alles bij elkaar ziet Dekker de 'emancipatie' van het reformatorische volksdeel rap toenemen. ,,Wij hebben pas sinds vijftig jaar intellectueel kader. Daardoor komt het proces van openbreken nu pas goed op gang. En als de emancipatie is voltooid, dan valt de boel uit elkaar: een deel gaat door, een deel assimileert.'

Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond probeert het meerstromenland 'als een accolade' bij elkaar te houden. ,,Ik zie wel dat het steeds moeilijker wordt. Zeker als Samen-op-weg doorgaat. Maar je moet je er niet op verkijken. Het geroep is luid, maar je wilt toch in die ene vaderlandse kerk blijven. Ik heb dat zelf ook.'

Uiteindelijk springt de bond 'soepel' om met zijn dissidenten, vindt hij. ,,Als we een partij waren, was ik allang geroyeerd. Dat gebeurt niet, want in de kern is er sterke verbondenheid. We schelden elkaar soms uit, maar we hébben wat met elkaar. Ik ben nog steeds in ruim de helft van onze gemeenten hartelijk welkom. Zondags en doordeweeks. Dat vind ik nogal wat.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden