Wim van Leeuwen 1949-2008

Werken in het milde klimaat van Rome zou beter zijn voor nierpatiënt Wim van Leeuwen. Hij heeft er maar kort van kunnen genieten.

Hij zou priester worden. Want Wim van Leeuwen kwam uit een flink rooms-katholieke familie, waar eraan gehecht werd dat een van de zoons naar het seminarie ging.

Maar daar kreeg hij heimwee. Zodat het de ulo werd, en daarna de handelsdagschool in Utrecht. Toen hij daarmee klaar was ging hij werken bij de KLM.

Op het verlovingsfeest van zijn zusje zou hij de foto’s maken. Maar toen de films afgedrukt werden, bleek dat hij eigenlijk maar één gast had gefotografeerd: Marjet, het zusje van de aanstaande bruidegom. Twee jaar later, in 1978, trouwden ze.

De huwelijksreis ging, met de voordelige tickets die je als KLM’er kon krijgen, naar Barbados. Maar kort na hun huwelijk verliet hij de luchtvaart ten gunste van iets ideëlers: Cebemo, zoals de katholieke ontwikkelingsorganisatie toen heette. Dat trok hem toch meer dan het commerciële bedrijfsleven.

Begin jaren tachtig vertrokken ze naar Zimbabwe. De eerste van hun twee dochters werd er geboren. Zimbabwe was in die jaren nog een paradijselijk land: net onafhankelijk geworden en zinderend van de toekomstplannen.

Wim van Leeuwen bewaakte overdag de financiële organisatie van Jairos Jiri, een organisatie voor gehandicapten, en trainde in zijn vrije tijd jongeren met handicaps. Die waren er in Zimbabwe in overvloed: ofwel omdat ze polio hadden gekregen, ofwel omdat ze slachtoffer waren van het geweld waarmee de onafhankelijkheid was bevochten. Van Wim van Leeuwen kregen ze een boekhoudopleiding, want het besef zat er bij hem diep in dat in de eerste plaats kennis mensen vooruithelpt.

Ze hadden drie jaar in Zimbabwe zullen blijven, maar het werden er vijf. Toen ze in 1986 weer terug waren in Nederland en in Bodegraven gingen wonen werd het zijn werk om drie, vier keer per jaar overal ter wereld projecten, maar vooral in Afrika, van Cebemo langs te reizen (die later Bilance, en nog later Cord-aid gingen heten) om te zien of de administratie klopte. Begin jaren negentig gingen ze als gezin ook nog eens terug naar Zimbabwe, nu bij wijze van vakantie. Op straat hielden mensen Wim van Leeuwen staande: ’Hee! Jij hebt mijn zoon leren rekenen! En nou werkt hij bij de OK Bazar!’, zeiden trotse moeders toen tegen hem.

Tijdens een bezoek aan Ethiopië in 1994 werd Wim van Leeuwen niet lekker. Hij bleek een hoge bloeddruk te hebben. Thuis bleek dat er een nierziekte achter schuilging. Dat betekende het einde van zijn reizen naar barre streken. Maar wat Wim van Leeuwen vooral niet wilde, was de wao in. Hij hield, altijd al, heel erg van werken. Hij vond het heus fijn als het vrijdagavond was; maar nog veel heerlijker vond hij het als het weer maandagmorgen was. Dat veranderde niet nu hij opeens nierpatiënt was.

De ziekte bracht met zich mee dat hij dialysepatiënt werd. Maar, een bestaan waarin hij drie, vier maal per week naar het ziekenhuis zou moeten om te worden aangesloten op een apparaat, daar had hij geen zin in. In plaats daarvan werd Wim van Leeuwen een dialyse-doehetzelver. Dan geeft de patiënt zichzelf drie, viermaal per dag een ’buikdialyse’. Dat betekende dat Van Leeuwen een zak vloeistof aansloot op een katheter die in zijn buikwand was gezet en die vloeistof de buikholte in liet lopen. Maar eerst moest het vocht van de vorige keer, waarin nu de afvalstoffen zaten, worden afgevoerd. De ingreep – die in de wandeling ’wissel’ heet – duurt elke keer een half uur. Op zijn werk was er een kamertje voor beschikbaar, zodat hij tussen de middag even een wissel kon doen. Onderwijl maakte hij een puzzel of las hij wat.

Intussen stond hij op de wachtlijst voor een nieuwe nier.

Wie buikdialyse-patiënt is, moet regelmatig leven en uitkijken voor te grote vermoeienissen. Niet ’nog even doorgaan, dan is het werk af’, maar op tijd je rust nemen en de klus dan maar morgen afmaken. Wim van Leeuwen vond het helemaal niet leuk, maar hield zich er nauwgezet aan. Anderzijds liet hij zich zo min mogelijk door zijn ziekte beperken: als er gereisd moest worden, zorgde hij nauwgezet dat de spullen voor zijn ’wissel’ ter plaatse klaarstonden. Hij was er niet de man naar om dan maar niet te reizen.

Verscheidene vrienden en familieleden waren bereid om een nier voor hem af te staan, maar die nieren matchten nooit. Hij begon een web-log bij te houden over zijn ziekte en vierde in maart 2007 in stilte dat hij er nu 4000 dialysewissels op had zitten. Vooral was hij blij dat er eigenlijk nooit complicaties waren geweest. Maar hij wachtte met steeds meer smart op een donornier en was hartgrondig van mening dat alleen wie zich registreert als donor later, als dat nodig blijkt, een donornier moet kunnen krijgen. Voor wat hoort wat, vond Wim van Leeuwen. Toen hij later dat jaar hartklachten kreeg en gedotterd moest worden, was hij heel bezorgd dat hij nu niet meer in aanmerking zou komen voor een donornier. Maar dat viel alles mee.

Alleen bleef een donornier uit.

Begin vorig jaar deed zich de kans voor om een jaar of drie in Italië te gaan werken – in Rome in de oude wijk Trastevere, om precies te zijn. Bij Caritas Internationalis, de koepel van katholieke hulporganisaties, zochten ze iemand voor het financiële beheer van de Caritas Afrikaprojecten. Voor Wim van Leeuwen was dat een buitenkans, werken en leven in de stad waar hij al vanaf zijn 23e geregeld te vinden was. Niet alleen was hij altijd katholiek gebleven en kerkelijk meelevend, hoe oecumenisch, protestants zelfs, zijn vriendenkring ook was. Zo zong hij in Bodegraven niet alleen in het katholieke herenkoor St. Caecilia, maar was hij ook tekstschrijver voor het protestante Sheharimkoor.

Ook zou het klimaat in Rome goed zijn voor zijn ziekte. Koud en nat weer, daar kon Wim van Leeuwen slecht tegen. Kou zorgde bij hem voor gekmakende jeuk.

Kon hij op de Nederlandse wachtlijst blijven, ook als hij in Rome zat? Als dat kon, wat als hij daar was en in Nederland kwam plotseling een nier beschikbaar? Was er in Rome wel een nierspecialist (‘nefroloog’) die goed Engels sprak? Al dergelijke problemen moesten opgelost zijn voor ze konden besluiten of ze inderdaad naar Rome zouden verhuizen. Ze bleken allemaal oplosbaar. Maar het mooiste dat hem kon overkomen zou natuurlijk zijn: al vóór de verhuizing een nieuwe nier krijgen. Dat gebeurde niet.

Ze vonden een flat twintig minuten lopen van het Sint Pietersplein. In september, het was nu niet meer zo heet, trokken ze erin. Ze vonden onmiddellijk hun draai. Een uur per dag studeerden ze Italiaans, Marjet ging in het winkeltje staan in de Friezenkerk, de S. Michele dei Frisoni. Naast zijn werk ging Wim van Leeuwen er de historische uitleg geven. Zondagochtend 16 november deed hij dat voor het eerst, voor de eucharistie begon.

Twee dagen later, hij had zijn ochtendwissel net afgerond, het leek een gewone dag en hij leek zich goed te voelen, kreeg hij plotseling een hartaanval. In het ziekenhuis volgde een tweede, fatale. Toen de dochters in Nederland telefoon van hun moeder kregen, dachten ze dat ze belde omdat Wim nu aan de beurt was voor een nieuwe nier.

Zijn naam hangt nu in de herinneringskapel van de Friese Kerk. Met Kerst aten zijn vrouw, dochters en hun partners in het restaurant in Rome waar Wim van Leeuwen in november alvast een tafel had gereserveerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden